Conflict over wederopbouw: St. Maarten vindt Nederland te bevoogdend

DEN HAAG, 25 APRIL. Het bestuur van St. Maarten beticht Nederland van een bevoogdende houding die de wederopbouw van het eiland na de verwoesting door de orkaan Luís in september vorig jaar sterk heeft vertraagd.

In een brief aan de Tweede Kamer van 29 februari, zo bleek gisteren tijdens overleg in de Tweede Kamer, beschuldigt gezaghebber Richardson van St. Maarten Nederland ervan eenzijdig eerder gemaakte afspraken terzijde te hebben geschoven en de eigen verantwoordelijkheid van het eilandbestuur voor de wederopbouw “vergaand aan te tasten”.

De brief is een reactie op het eindrapport van de commissie-Roozemond, die minister Voorhoeve (Antilliaanse en Arubaanse Zaken) adviseerde over de wederopbouw-activiteiten op St. Maarten. Roozemond concludeert daarin dat de wederopbouw is vertraagd door het falen van het eilandbestuur. Een belangrijk punt van kritiek is dat het bestuurscollege van St. Maarten veel te hoge kosten opvoert voor het management van de wederopbouw. Volgens een raming van de commissie gaat het hierbij om een bedrag van ongeveer twintig miljoen gulden. “Dit is volstrekt onaanvaardbaar”, aldus het eindrapport.

De commissie-Roozemond signaleert dat projectleiders en adviseurs “voor lange periodes en op basis van hoge dagtarieven met bijkomende reis- en verblijfskosten worden ingezet”. Ook maakt de commissie bezwaar tegen het aantrekken van een directeur van het projectbureau Wederopbouw “die eerst tot vennoot van een adviesbureau wordt benoemd en vervolgens voor een hoog dagtarief als directeur wordt aangeboden”. In een toelichting zei Roozemond vanochtend dat sommige adviseurs aan het werk waren met een jaarsalaris van zes ton.

Het bestuurscollege van St. Maarten meent dat de commissie-Roozemond een “vertekend beeld” geeft van de werkelijkheid. Voorzitter Roozemond heeft volgens de brief van gezaghebber Richardson “de projecten nauwelijks verder gebracht”. “Het optreden van de heer Roozemond werd als dicterend, soms zelfs als beledigend ervaren”, aldus de brief. Volgens de gezaghebber heeft de Nederlandse overheid tot nu toe de bestuurlijke inspanningen en initiatieven van het eilandbestuur volstrekt genegeerd.

De verschillende fracties in de Tweede Kamer, die gisteren met minister Voorhoeve spraken over de wederopbouw van St. Maarten, lieten in het midden wie er gelijk heeft in het conflict tussen de commissie Roozemond en het eilandbestuur. “Waar twee kijven hebben twee schuld”, aldus D66-woordvoerder Scheltema. Volgens minister Voorhoeve hebben zowel het eilandbestuur als de commissie-Roozemond gelijk “vanuit hun eigen perspectief”.

Roozemond zei vanochtend “voluit achter zijn rapportage te blijven staan”. Hij verklaarde de houding van Voorhoeve uit het feit dat deze “verder moet met dit eilandbestuur”.

Voorhoeve kondigde gisteren verder aan dat hij minister Zalm (Financiën) meer geld gaat vragen voor de Antilliaanse begroting van 1997. Doordat de kosten voor de wederopbouw van Sint Maarten hoger uitvallen dan verwacht, dreigt voor het eerst sinds jaren de begroting voor de Nederlandse Antillen en Aruba, zo'n driehonderd miljoen gulden, te worden overschreden.

In totaal is met de wederopbouwprojecten 224 miljoen gulden gemoeid. Voor de herstelkosten in enge zin is 65 miljoen gulden gereserveerd, daarvan komt grofweg de helft voor rekening van de begroting van Ontwikkelingssamenwerking. De rest, dus circa 160 miljoen gulden, komt voor het merendeel ten laste vande begroting voor de Antillen.