Brabant wil bedrijven die banen creëren

TILBURG, 25 APRIL. “Op nog meer ruimtevretende loodsen voor produkten met weinig toegevoegde waarde zitten we niet te wachten. Brabant zal zich als de meest geïndustraliseerde provincie van Nederland moeten gaan richten op arbeidsintensievere produktiebedrijven”.

Dit zeiden gisteren president-commissaris K. Hubée en directeur A. Weitenberg van de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM) bij de presentatie van het jaarverslag. Ze doelden met hun opmerking vooral op de hoge concentratie aan logistieke bedrijven in de provincie. Value added logistics, dat wil zeggen dat transportbedrijven meer doen dan alleen een produkt verplaatsen van A naar B maar er ook waarde aan toevoegen, bijvoorbeeld door het assembleren van computers.

De BOM, een van de provinciale ontwikkelingsmaatschappijen die zijn opgezet om de economische structuur door middel van acquisitie of participaties te versterken, sloot 1995 af met een positief resultaat van bijna 2,5 miljoen gulden. Door tussenkomst van de BOM vestigden zich vorig jaar in Brabant 7 buitenlandse bedrijven, die goed zijn voor 723 arbeidsplaatsen en voor een gezamenlijke investering van 383 miljoen gulden. “Met de Randstad”, aldus het jaarverslag, “is Brabant het meest favoriete vestigingsgebied voor buitenlandse bedrijven die in volgorde van belangrijkheid komen uit de VS, Japan, Taiwan en Korea. Al een aantal jaren weet Noord-Brabant zo'n 15 tot 20 procent van bedrijven die zich in Nederland vestigen binnen haar grenzen te krijgen. Na Noord- en Zuid-Holland staat deze provincie wat dat betreft op plaats drie.”

Indien er echter geen duidelijk omlijnd provinciaal industriebeleid komt bestaat, zeggen beide heren, het gevaar dat de provincie zal dichtslibben met bedrijven met te weinig arbeidsplaatsen. Daarom moet de aandacht meer worden gericht op het werven van wat wordt genoemd “maakindustrie”. Dat zijn produktiebedrijven die op betrekkelijk weinig oppervlak aan bedrijventerrein veel mensen aan het werk hebben.

Dit is des te meer nodig aangezien het aandeel van de Brabantse industrie in Nederland volgens cijfers van het Economisch technologisch instituut Noord-Brabant (ETIN) tussen 1990 en 1995 is gedaald van circa 25 naar 21 procent. In absolute aantallen betekent dit een daling van 214.000 naar 194.000 arbeidsplaatsen. In dezelfde periode daarentegen steeg het aantal arbeidsplaatsen in de kleine, innovatieve industrie, meestal familiebedrijven, met 17.000 plaatsen. Bij die categorie wil de BOM in de komende jaren met participatie of met hulp bij acquisitie en bedrijfsvoering meer accent gaan leggen.

Volgens Hubée, die ook president-commissaris is van de Nederlandse Philipsbedrijven, zijn in Brabant alle voorwaarden aanwezig voor de “maakindustrie”. “Hier zit daarvan nu al de hoogste concentratie en bovendien kan men door de aanwezigheid van twee universiteiten, de hogescholen en straks de komst van TNO-instituten naar Eindhoven beschikken over een hoog wetenschappelijk potentieel”.

Hubée en Weitenberg pleitten gisteren ook voor het tot stand brengen van een grootschalig industrieterrein. “Grote bedrijven die interesse tonen om zich in Brabant te vestigen, zoeken anders hun heil elders”, zeiden ze. Gewezen werd op de vestiging van Samsung in het Engelse Newcastle en op bedrijven in de automotive-industrie, toeleveranciers van de automobielindustrie, die in Brabant nu tevergeefs zouden zoeken naar geschikte terreinen. “Als je als provincie dat soort terreinen niet hebt, kom je niet aan de bal”, aldus Weitenberg. Onlangs lanceerde het provinciaal bestuur een plan om in West-Brabant op 3 lokaties in totaal 1000 hectare industrieterrein aan te leggen tussen 1998 en 2005, maar volgens Hubée en Weitenberg duurt dat te lang.

    • Max Paumen