Bouwkeet te water

Vroeger, toen die hekjes nog niet langs de grachten stonden, kwam het tamelijk vaak voor: auto te water. Vooral buitenlui en buitenlanders waren nogal eens de dupe: onwennig hannesend langs het water schoten ze met hun Opel Kapitän of Achterhoekse Oldsmobile ineens voorwaarts de majem in.

Er kwam dikwijls een plaatje van in de krant, waarop je het druipende voertuig als een weerloze vangst in de brandweerkraan zag hangen. Maar de relingen kwamen en nooit stroomde er meer water op een krantenpagina uit een boven de gracht hangende auto.

Maar ziet, sinds kort lijkt die folklore weer te zijn teruggekeerd, zij het wat gerichter. Nu immers worden de auto's er gewoon ingegooid, wat, gegeven die hekjes, nog niet zal meevallen.

In januari hoorde ik er voor het eerst van. De grachten waren bevroren toen op een ochtend de musicus R. zijn 2 CV bestelwagen ondersteboven op het ijs terugvond. Vrolijke passanten - het betrof dan ook de Passeerdersgracht! - hadden 's nachts kennelijk de sterkte van het ijs willen testen door de camionette er op te jonassen. Het ijs hield, de passanten moeten in een deuk hebben gelegen, de auto in ieder geval ook.

Het komt wel eens vaker voor, zegt de politie. Lichte wagentjes of wat er een beetje buitenissig uitziet, daar gaan ze met hun dronken kop aan staan sjorren, een stuk of drie, vier per jaar. De brandweer haalt ze er weer uit.

Inmiddels lijken nu de bouwketen aan de beurt te zijn. Bij de politie zijn er tot dusver twee drijvend gerapporteerd. De ene hing net in de takel toen ik langs de Prinsengracht fietste. Goud-paarse olie glom op het water, van de verf en peut die in de keet lagen opgeslagen. Aan de kant van de cafés, vlak bij de Leidsestraat, was hij er in gegooid.

'En niemand heeft natuurlijk iets gezien of gehoord', schamperde de opzichter.

Dat gold ook voor die andere die wat eerder uit de Lijnbaansgracht moest worden gevist. Vlak voor het hoofdbureau van politie.