Boek over het leven van een tegendraads ontwerpster; De hervormde lichamen van Vivienne Westwood

Uit de biografie van de Britse mode-ontwerpster Vivienne Westwood rijst een extreme, compromisloze persoonlijkheid op. Auteur Vermorel tekende wat hij zich uit gesprekken met zijn jeugdvriendin herinnerde op in monoloog-vorm. In Groningen is een deel van Westwoods collectie 'Erotic Zones' te zien.

Fred Vermorel: Fashion & Perversity. A life of Vivienne Westwood, and the sixties laid bare. Uitg. Bloomsbury. 245 blz. Prijs ƒ 50,-.

Het belangrijkste voor een mode-ontwerper is niet bij de tijd te zijn, vindt de Britse ontwerpster Vivienne Westwood (1941). In de biografie Fashion & Perversity, geschreven door haar jeugdvriend Fred Vermorel, veegt Westwood de vloer aan met collega-ontwerpers als Karl Lagerfeld (Chanel) die krampachtig de heersende trends proberen bij te houden. “Dan ben je direct ouderwets. Om iets origineels te kunnen bedenken moet je in de eerste plaats vergeten wat er op dat moment gebeurt.”

Tot dit inzicht kwam Westwood, beroemd om haar extreme kledingvormen, na de turbulente periode met de punkgroep The Sex Pistols, wier image en kleding zij en haar geliefde Malcolm McLaren hadden vormgegeven. Het was het eind van de jaren zeventig, The Sex Pistols waren uit elkaar, Sid Vicious was dood, de nieuwe groepen die manager McLaren had opgezet waren geflopt en ook de relatie tussen McLaren en Westwood liep ten einde. Sinds het midden van de jaren zestig hadden ze alles samen gedaan. Westwood kookte de kippebotjes en McLaren ontwierp er een aardig patroontje van voor op een T-shirt, waarna ze door Vivienne werden vastgenaaid.

Na het eindeloos improviseren met slogans op T-shirts ('Destroy', 'Be Reasonable, Demand The Impossible'), bondage-riemen aan broeken en het verknippen en weer repareren van stoffen, ontdekte Westwood de voordelen van klassieke couture, toen ze in het Londense Victoria & Albert Museum de antieke collectie patronen en stoffen onder ogen kreeg. De achttiende-eeuwse kleding had een expressiviteit die hedendaagse mode, volgens Westwood, nooit bereikt. Dat komt doordat de couturier in de achttiende eeuw de stof tegen de lijnen van het lichaam in liet bewegen. Die tegendraadse kleding gaf allerlei interessante vouwen en bollingen bij het lopen en gebaren. De hedendaagse ontwerper die juist de natuurlijke lijnen probeert te volgen, denkt dat die achttiende eeuwers niet beter wisten. Integendeel, ze wisten het wel, maar koesterden het effect.

Sinds haar 'maandenlange studie' in het Victoria & Albert Museum benadert Vivienne Westwood kledingstukken als zelfstandige sculpturen. Ze maakt schoenen als sokkels, zeven tot twaalf inch (ca. 2.5 cm) hoge pumps met plateauzolen, en rokken met vullingen die op het achterste balanceren. Niet alleen liet Westwood zich door de achttiende eeuw inspireren voor de couture, ook haar thema's baseerde ze op voorbije tijden. Zo had ze begin jaren tachtig succes met haar piraten-look, en later met crinolines (hoepelrokken) en de 'Watteau'-plooi (een plooi op de rug die een cape-achtig effect geeft, ontleend aan de zeventiende-eeuwse schilder Watteau). Op de schilderijen van oude meesters vond ze ook de rechtvaardiging voor de extravagantie die haar altijd al aansprak. Niet voor niets is haar lijfspreuk: When in doubt, overdress.

Biograaf Fred Vermorel heeft de leukste en meest inzichtgevende opmerkingen van Westwood verwerkt in een 'denkbeeldig interview', het eerste gedeelte van zijn boek Fashion & Perversity. Vermorel heeft alles wat hij zich herinnerde van de gesprekken die hij in de loop der jaren met haar gevoerd had, opgetekend als Westwoods monoloog. Ze vertelt hier over haar zorgeloze jeugd in het plaatsje Tintwistle bij Manchester, haar opleiding tot onderwijzeres, en over de verhuizing naar Londen waar ze trouwde met de Derek Westwood, met wie ze haar eerste kind kreeg.

Later raakte Westwood in de ban van de jonge kunstenaar annex intellectueel Malcolm McLaren, omdat hij zich midden in het hippie-tijdperk kleedde in strakke leren broeken en fluorescerende truitjes. McLaren en Westwood kregen een relatie en al snel een kind. Ze ontwierpen samen naar eigen smaak kleding, die ze verkochten in de winkel 'Sex' op King's Road. 'Sex' groeide uit tot de verzamelplaats van de Londense straatjeugd enerzijds en de liefhebbers van bondage- en rubber kleding anderzijds. Hier ontmoette McLaren de aanstaande leden van The Sex Pistols, toen hij ze op heterdaad betrapte bij het stelen.

Dat de muzikanten van The Sex Pistols na het uiteenvallen van de band nog jarenlang rechtszaken hebben gevoerd tegen hun voormalige manager, wordt aannemelijk als Westwood zegt: “Malcolm besteedde de inkomsten van de Pistols aan allerlei nieuwe projecten. De jongens kregen maar een klein salaris. Anders hadden ze toch alles maar over de balk gesmeten. Het was goed dat Malcolm het uitgaf om de ideeënstroom op gang te houden.” Voor Vivienne was McLaren een genie. Hij wees haar op het belang van details en kwam met net de juiste gewaagde ideeën voor hun gezamelijke ontwerpen. Tegen haar verwachting in bleek ze het, toen de relatie afliep, ook alleen af te kunnen. In de jaren tachtig werd Westwood de koningin van de couture - juist op basis van ideeën die ingingen tegen de 'revolutie van het volk'-overtuigingen van McLaren. Steeds sterker worden haar opvattingen dat de mensheid gebaat is bij een verlichte elite; de democratisering van kennis vindt ze onzin en tv en tijdschriften zijn haar een gruwel. Westwood is een 'elitist' geworden.

Het is jammer dat auteur Vermorel het niet bij de - al dan niet denkbeeldige - memoires van Westwood heeft gelaten. Hij vond het nodig een hoofdstuk toe te voegen met de titel 'Growing up as a genius in the sixties', waarmee hij niet Westwood of McLaren bedoelt, maar waarin hij tot in detail verslag doet van zijn eigen opgroeien.

    • Hester Carvalho