Betovering der kinderen in het sappig Vlaams

Voorstelling: Spinnen kunt ge niet opereren, door 3 vingers. Tekst en regie: Katelijne Damen; spel: Jan Steen, Govert Deploige, Vera Puts. Gezien: 23/4 Brakke Grond, Amsterdam. T/m 25/4 aldaar; tournee t/m 30/5. Inl 020-6227860.

Zoals de maan en de sterren, zo horen poëzie en kinderlijkheid bij elkaar. De dichter weet dat het kind in ons het beste is wat we bezitten en hij zal zich tot het uiterste inspannen dat kind tot leven te wekken.

Ook Katelijne Damen, van huis uit actrice bij onder andere Het Zuidelijk Toneel, is een echte poëet. Dus zoekt zij in het kind niet zozeer de wreedheid alswel de onschuld, de fantasie en het vermogen tot liefhebben - allemaal eigenschappen die de grote mensen volgens haar zijn kwijtgeraakt.

In haar voorstelling met de ontwapenend naïeve titel Spinnen kunt ge niet opereren doen twee volwassen acteurs alsof ze jongens zijn. Jongens met fluorescerende horloges om hun dunne polsen, met ongehoorzame, spastisch trekkende ledematen, met sportschoenen waarvan de veters eeuwig achter hen aan slepen. Ze roepen 'Yes yes yes' en zingen liedjes van Michael Jackson, maar hun pummelige mutsjes en grauwe grootvaderpakken ogen boers en anachronistisch. Kennelijk wil Damen het over meer dan één generatie hebben, kennelijk is voor haar het kind, of dat nou aan het eind van deze eeuw is geboren of aan het begin, in wezen gelijk gebleven.

Erg knap zijn ze niet, deze sullige knapen, en het broodmagere lijf van acteur Jan Steen heeft zelfs iets griezeligs. Voor het publiek althans, niet voor de andere knul: die bewondert de aderen op het voorhoofd van zijn vriend en koestert zich in diens lichaamswarmte. Zij begrijpen elkaar, zij filosoferen samen over God en de Lieve Heer, over dood en sterven, over 'wenen zonder traantjes' en menselijke goedheid: '“Ik wil goed zijn omdat dat goed is - Jezus, die was het goedst.”

Van zulke zinnen, door Damen zelf geschreven in een sappig zangerig Vlaams, gaat aanvankelijk, zoals beoogd, inderdaad een poëtische betovering uit, te meer daar Damens enscenering charmeert door haar originaliteit en eenvoud. De acteurs spelen op een smal strookje felgroen kunstgras voor een met kippen beschilderd achterdoek. Aan een touwtje laten ze elk een witte kip uit, gemaakt van stijve papier-maché. Van die paar vierkante meters ergens aan de rand van het dorp maken de beide jongens een megawereld waarin alleen voor hen plaats is: het meisje (Vera Puts) dat iets verderop staat te luisteren wordt compleet genegeerd, zij moet genoegen nemen met het gezelschap van haar schaap.

Het buitenstaanderschap van dat meisje is dan ook de enige dissonant in een voorstelling die voor de rest zo'n vredige indruk maakt, dat je er op den duur duf en wee van wordt.

    • Anneriek de Jong