Bandleider Thé Lau van The Scene over marteloptredens in feesttenten; Een muzikant moet nee kunnen zeggen

Thé Lau, zanger/gitarist van de Nederlandse popgroep The Scene heeft zich van oude stramienen losgemaakt: op de nieuwe cd Arena wordt geëxperimenteerd met 'hard' en 'lieflijk'.

Arena van The Scene is verschenen bij Island (532101). The Scene is te zien: 27/4 Festival, Nieuwendijk; 28/4 L.V.C., Leiden; 3/5 Luxor, Arnhem; 10/5 Poptocht-special, Bergen Op Zoom; 11/5 Paradiso, Amsterdam; 19/5 Oosterpoort, Groningen. Tournee t/m juli.

De vader van Thé Lau, zanger/ gitarist van The Scene, zei ooit over het bestaan van popmuzikant: “Jongen wat jij doet, is dansen op het slappe koord. En dan zonder vangnet.” Die uitspraak sloeg op het werk van de popzanger die in de spotlichten avond aan avond zijn ziel etaleert. De toeschouwers staan in het donker en genieten van het exorcisme, de pijn en de passies vervat in muziek - maar heimelijk hopen ze dat de kunstenaar naast het koord stapt, en zonder redding omlaag dondert.

Met dit beeld in gedachten schreef Thé Lau een nummer over Kurt Cobain. 'Junkie Met Talent' was oorspronkelijk bedoeld voor een uitzending van Lola Da Musica gewijd aan Cobain, toen hij vorig jaar één jaar dood was, maar het werd opnieuw opgenomen voor de onlangs verschenen nieuwe cd van The Scene, Arena. In 1979 richtte Thé Lau (1952) de band op. Eerst schreef hij zowel in het Engels als in het Nederlands liedjes. In 1989 kwam de eerste volledig Nederlandstalige cd uit, Blauw, waarmee de groep doorbrak naar een groot publiek.

Het nummer 'Junkie met talent' op Arena begint weifelend en minimaal, maar ontwikkelt zich in het refrein tot een dramatische klaagzang. 'Zij die de eenzaamheid van iedereen verwoorden/ worden of gestoord/ met de dood beloond of weggehoond', begint Thé Lau zijn verhaal, en vervolgt in het refrein : 'Junkie met talent/ aan een donzen dek gekluisterd/ in een dorp dat nooit echt luistert/ Junkie met talent/ in een gemeenschap die nooit tijd heeft/ in een wereld die nooit spijt heeft'.

“Ik zie Cobain als een slachtoffer van een reeks gebeurtenissen”, zegt Thé Lau. “Te snel te groot geworden, te weinig steun van mensen om zich heen. In de popmuziek moet je 'nee' kunnen zeggen, anders blijf je nergens meer. Daarom heb ik een geheim telefoonnummer.

In België is 'Junkie met talent' heel populair. “Het heeft ook iets van een chanson, omdat het is opgebouwd uit chanson-achtige akkoorden. Maar hier in Nederland ligt het moeilijker, mensen noemen 'Junkie Met Talent' al gauw 'gedeprimeerd'.” Voor het eerst sinds de doorbraak van The Scene zijn de reacties op een aantal van de nieuwe nummers verdeeld, zegt Lau. De nieuwe cd Arena staat dan ook voor een nieuwe fase in de carrière van The Scene. De songs hebben een andere charme dan die van eerdere cd's als Open (1992) en de voorlaatste, Avenue de la Scene (1993).

Typerend voor The Scene waren de uptempo rocknummers die in hakkerige stijl gespeeld werden. De langzame liedjes waren meeslepend en romantisch. The Scene lijkt zich intussen van haar stramienen te hebben losgemaakt: op Arena wordt geëxperimenteerd met de muziek en met de variaties op 'hard' en 'lieflijk'. Hoogtepunt van die experimenteerdrang is het slotstuk van Arena, het acht minuten durende 'Otto's Imperium'. In het prachtige nummer bezingt Lau als een murmelende Tom Waits de kater Otto. Begeleid door een stabiel doorploppende basgitaar en steeds weer opduikende en wegstervende pianoloopjes, stamelt hij zijn observaties, met dikke tong en afwisselend dichtbij en ver van de microfoon.

Veel nummers op Arena drijven op een scherp contrast tussen couplet en refrein: alsof er eerst voorzichtig iets wordt geponeerd, wat tegen de tijd dat het refrein aanbreekt met overgave kan worden uitgeleefd. Zo ontwikkelt het lied 'Wild en Luidruchtig' zich in woord en muziek tot een intense ontboezeming van zoon-tot-vader, en biedt het refrein van 'Bruid' een oplossing voor de losse eindjes in het begin.

“'Bruid' gaat over angst”, zegt Lau. “Over de angst dat andere mensen je door hebben. Dat je je niet meer kunt verstoppen achter allerlei maskers. Daar lijden veel mensen aan, ik ook. Dat is wel een beetje in tegenspraak met mijn beroep. Ik word namelijk geacht me expressief te gedragen.

“Je moet zo ver mogelijk gaan in het je bloot durven geven op het podium. Maar voorbij een bepaalde grens wordt het karikaturaal, dan roept het afkeer op. Ik heb onlangs drie optredens gedaan zonder de band, met alleen een akoestische, vrijwel onversterkte gitaar en een pianist. En dan is iedere stembuiging waarneembaar. Dan is het alleen maar goed als je voelt dat de hele zaal eigenlijk moet kuchen maar het niet durft. Daarna was het wel een verademing om weer met The Scene voluit te kunnen spelen en je te verbergen achter een hoop lawaai.”

Dat The Scene op de nieuwe cd intiemer klinkt dan op de voorgaande, hangt samen met het feit dat de groep kleinschaliger wil opereren. Optredens in feesttenten voor een groot publiek zijn niet meer zo wenselijk. “Het is een gruwel. Daar staat dan een handjevol fans en twaalfhonderd mensen op wie de bierwagens direct staan aangesloten. Nummers als 'Junkie Met Talent' zijn een martelgang om daar te spelen, het gejoel in de zaal is harder dan wat je zelf aan het doen bent.

“Maar ik hoop niet dat de mensen nu allemaal weer gaan zeggen dat ik zo 'integer' ben. In verband met mij wordt altijd dat woord gebruikt. Ik vind dat heel kwetsend want daarmee word ik direct tot de middelmaat gedegradeerd, zo van: hij doet altijd zo zijn best en het is ook wel aardig wat hij doet, maar het leukste aan hem is dat hij zo integer is! En dat ben ik heus niet altijd.”

    • Hester Carvalho