'Angola zal vrede kennen, er is geen weg terug'

De Angolese regering heeft begin deze week het overleg met de verzetsbeweging Unita opgeschort uit protest tegen de in haar ogen te trage ontwapening. Desondanks gaat de vredesmissie van de VN in het verscheurde Afrikaanse land verder.

LUANDA, 25 APRIL. Groot gejuich stijgt op uit de menigte van 5.000 Unita-soldaten in het kantonneringkamp bij Nagege als Aloune Blondin Bèye het woord neemt. De speciale afgezant van de Verenigde Naties voor Angola probeert zo plechtig mogelijk te spreken. “Jullie namen het juiste besluit door je hier met je wapens aan te melden”, verklaart hij, “Angola zal binnenkort vrede kennen, er is geen weg meer terug.”

De Unita-commandant Tulala beklimt daarop het spreekgestoelte. Hij gaat in dezelfde toonaard verder. “De internationale gemeenschap klopt aan onze deur”, verkondigt hij, “we moeten ons aan de akkoorden houden.”

Unavem, de VN-operatie in Angola, kost één miljoen dollar per dag en bestaat uit 6.500 militairen en burgerpersoneel. Het vredesproces wordt getrokken door het niet aflatende enthousiasme van de Malinees Blondin Bèye. Hij doet dat tegen beter weten in, zeggen critici en cynici. Want het in november 1994 in Lusaka gesloten vredesakkoord tussen Unita en de regering wordt aan alle kanten geschonden.

Onder de Unita-soldaten in het VN-kamp bij Negage bevinden zich opvallend veel jongeren. Uit heel het land komen berichten hoe de rebellenbeweging jongeren van de straat oppikt en hen, in plaats van Unita-soldaten, naar de kantonneringskampen stuurt. Tegelijkertijd zouden enkele duizenden Unita-soldaten naar buurland Zaïre zijn vertrokken. De wapens die Unita inlevert bij de kampen zijn oud. Modern wapentuig houden de rebellen liever achter.

De regering houdt zich volgens waarnemers beter aan het vredesverdrag van Lusaka. Maar ook het regeringsleger neemt geen risico's. Vorige maand begon het met het terugroepen van troepen naar de kazernes. Een groot deel van de 6.000-man sterke para-militaire politiemacht, de Ninja's, keerde echter tegen de afspraken in niet terug naar de kazernes. De Ninja's verruilden hun uniform en doen zich nu voor als verkeerspolitie. Zowel Unita als de regering gaan volgens diplomaten door met het aanschaffen van nieuwe wapens.

In het uitgestrekte en moeilijk controleerbare Angola nemen commandanten eigenhandig beslissingen. “De commandanten van de regeringstroepen en van Unita doen wat ze zelf willen”, zegt een VN-waarnemer. “Losbandige militairen overvallen dorpen en beroven onschuldige burgers. Landmijnen die in het ene gebied worden opgeruimd, vindt je op een andere weg terug. Beide legers schenden op grove wijze de rechten van de mens en het vredesakkoord. Volgens het akkoord moeten burgers van regerings- naar Unita-gebied kunnen reizen en vice-versa, maar in de praktijk is daarvan nog onvoldoende sprake.”

Diep onderling wantrouwen doet het vredesproces tergend langzaam verlopen. “In Angola duurt alles drie keer zo lang”, verzucht een VN-hulpverlener. In november vorig jaar hadden alle 60.000 Unita-troepen gekantonneerd moeten zijn. Minder dan 23.000 kwamen opdagen. “De gebieden die we ontruimen worden tegen de afspraken in overgenomen door regeringstroepen, daarom komen we niet allemaal naar de katonneringskampen”, verdedigt Unita-generaal Regereiso zich bij het nog lege kantonneringskamp N'Turko. “We blijven wantrouwig. Laat de regeringstroepen eerst ook maar eens hun wapens inleveren.”

De grote onbekende factor in het vredesproces is Jonas Savimbi, oprichter en leider van Unita. Aan diplomaten en internationale vredesstichters doet Savimbi het voorkomen als zou het vredesproces onomkeerbaar zijn. Hij belooft hen het vice-presidentsschap te aanvaarden in een regering van nationale eenheid onder president José Eduardo dos Santos. Sceptische Angolezen zeggen Savimbi beter te kennen: hij heeft zich nooit bereid getoond de tweede viool te spelen, daarom hervatte hij bijvoorbeeld na zijn verkiezingsnederlaag in 1992 de oorlog.

Op een massabijeenkomst ter gelegenheid van de 30ste verjaardag van Unita stelde Savimbi vorige maand zijn aanhangers de retorische vraag of hij het vice-presidentsschap wel of niet moest gaan bezetten. De menigte brulde terug: “Nee, nee.” Waarop Savimbi vervolgde: “ Ik wil niet overlijden aan een hartaanval, omdat ik op een dag niet ontvangen wordt door de directeur van het kabinet van de president. Ik kan me meer dienstbaar maken buiten dan binnen de regering.”

Geschrokken door deze rede trokken de internationale vredesstichters onmiddellijk naar Savimbi's hoofdkantoor in het zuidelijke stadje Bailundo. “Savimbi was nerveus en geïrriteerd”, vertelt een diplomaat. “Psychologisch heeft hij de overstap nog niet kunnen maken van een militaire naar een politieke leider. Bovendien weet hij niet zeker of zijn generaals hem nog wel steunen.”

Isaias Samakuvu beaamt dat Unita met psychologische problemen worstelt. Samakuvu zit in Luanda namens Unita in de Gemeenschappelijk Commissie voor het vredesproces, waarin verder deelnemen een regeringsgeneraal en de ambassadeurs van Rusland, Amerika en Portugal. “Veel Unita-soldaten voelen zich vernederd als ze hun wapens moeten inleveren”, betoogt Samakuvu. “Onze troepen voelen zich behandeld als verliezers. Dit is een gevaarlijke ontwikkeling. Ja, wij Unita-leiders moeten druk uitoefenen op onze generaals om zich aan het akkoord te houden.” De regering op haar beurt voelt zich benadeeld door de in haar ogen te trage ontwapening van de Unita-strijders. Om deze reden schortte de regering dinsdag haar medewerking aan de Gemeenschappelijke Commissie op. “We kunnen niet elke dag achter de tafel zitten te lachen en steeds naar dezelfde muziek luisteren”, zo verwoordde een regeringswoordvoerder de stap.

Savimbi en president Dos Santos kwamen op 1 maart in Gabon overeen dat 18 Unita-generaals in het nieuwe leger worden opgenomen. Unita heeft volgens eigen opgave 60.000 strijders, het werkelijke aantal ligt mogelijk 30 tot 50 procent lager. Unita mag 26.300 soldaten leveren voor het nieuwe leger. De regering heeft 140.000 man onder de wapens. Het nieuwe nationale leger zal na de integratie van Unita 90.000 man moeten gaan tellen.

Tot aan 1992 waren Unita en regering min of meer aan elkaar gewaagd. Na de hervatting van de gevechten - waarbij door honger en oorlog een geschatte 300.000 slachtoffers vielen - kreeg de regering de overhand. “Het verdrag van Lusaka was geen akkoord tussen twee gelijkwaardige partijen”, analyseert een diplomaat. “Unita greep in Lusaka wat het nog krijgen kon, het was op de vlucht voor de regeringstroepen. De realiteit is dat Unita nu alleen nog aan de macht kan komen door verkiezingen, door het politieke proces. En ook de regering kan de oorlog niet veel langer voortzetten. Ze moet iets aan de sociale wantoestanden en de corruptie gaan doen, anders zal ze bij nieuwe verkiezingen verliezen.”

De omstandigheden dwingen regering en Unita dus om door te gaan met het vredesproces. “Financiële zaken zullen uiteindelijk de doorslag geven”, concludeert een welingelichte bron, “daar wordt in het geheim door beide partijen hard aan gewerkt.” Unita-vertegenwoordiger Samakuvu ontkent niet dat er een koehandel plaatsvindt tussen de regering en de rebellenbeweging. “Geld levert nu eenmaal altijd problemen op”, antwoordt hij op een vraag over de concurrentie tussen beide partijen in de diamantwinning. Regering en Unita moeten nog een compromis vinden over de verdeling van de miljoenen dollars die omgaan in de olie- en diamantindustrie. Als dat lukt, dan zullen zij zich vermoedelijk bij de vrede neerleggen.

    • Koert Lindijer