VS kunnen giffabriek Libië niet verwoesten

WASHINGTON, 24 APRIL. De Verenigde Staten hebben gisteren erkend dat ze nog niet beschikken over conventionele wapens waarmee ze een vermeende ondergrondse chemische-wapenfabriek in Libië kunnen vernietigen. Een dergelijk krachtig wapen dat in de grond doordringt en daar tot ontploffing komt, wordt echter wel ontwikkeld. Washington heeft herhaalde malen gewaarschuwd niet te zullen toestaan dat de installatie - volgens Libië onderdeel van een groot irrigatie-programma - in bedrijf wordt genomen.

Volgens Harold P. Smith, die op het Amerikaanse ministerie van defensie verantwoordelijk is voor nucleaire, chemische en biologische wapens, “kunnen we [de installatie] niet uitschakelen met strikt conventionele wapens”. Hij zei dat het nog ten minste twee jaar duurt voor het leger beschikt over een niet-nucleair wapen dat doelen kan vernietigen die zo diep onder de grond liggen als de Libische installatie. Er wordt ook gewerkt aan verbetering van de B-61 kernkop, die eveneens kan worden gebruikt tegen diep-begraven objecten, maar hij onderstreepte dat het leger zich concentreert op conventionele wapens. Een woordvoerder van het Pentagon voorspelde later dat diplomatieke en financiële druk Libië zal dwingen het project op te geven.

De Libische installatie, door Washington betiteld als de grootste chemische-wapenfabriek ter wereld, wordt gebouwd in een berg bij Tarhunah, 65 kilometer zuidoostelijk van Tripoli. Volgens Washington zal de bouw zeker nog een jaar vergen. Een deel van Libiës bestaande chemische wapens zou er echter al zijn opgeslagen. (Reuter, AP)