Veertiger is kennelijk ook al te oud voor de wetenschap

Mineke Bosch promoveert cum laude op 14 januari 1994, op 39-jarige leeftijd. Na haar promotie zoekt zij naar wegen om haar loopbaan in de wetenschap te kunnen vervolgen. Daarom dient zij nog datzelfde jaar een aanvraag in voor een fellowship van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW).

Ze wordt afgewezen; de formulering van de afwijzing is echter zo onbevredigend dat ze een bezwaarprocedure instelt. De bezwarencommissie stelt haar wat betreft de motivatie van de afwijzing in het gelijk. Ze wil daarom het daaropvolgende jaar - wat heel gebruikelijk is - haar voorstel opnieuw indienen. Helaas, dat kan niet want ze is dan 'te oud'.

Datzelfde jaar, in 1995, wordt door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) een zogenaamde post-doc-plaats ingesteld waar Mineke Bosch graag voor in aanmerking wil komen. Standplaats is de vakgroep waaraan zij inmiddels meer dan een jaar verbonden is (in een tijdelijke functie). Helaas, zij kan niet eens solliciteren: NWO stelt in de advertentietekst: “niet ouder dan 40 jaar”. Kandidaten met een vaste aanstelling kunnen eveneens in aanmerking komen. Een oudere collega, die elders een vaste aanstelling heeft, krijgt de baan.

Juist uit deze combinatie van eisen blijkt dat de leeftijdsgrens op economische gronden wordt gehanteerd, wat als discriminatie kan worden aangemerkt. Dit economische motief is namelijk voor het Europese Hof van Justitie verworpen als grond voor het hanteren van leeftijdscriteria. NWO stelt niet alleen een onrechtmatige, maar ook een oneigenlijke eis: het bedrijven van hoogwaardige wetenschap is niet aan leeftijd gebonden. Zeker voor de geesteswetenschappen geldt dat een hogere leeftijd voordelig kan zijn, door opgebouwde ervaring en eruditie.

Leeftijdsdiscriminatie is de laatste tijd volop in de aandacht. Het Nederlands Genootschap Vrouwenstudies, de beroepsorganisatie voor beoefenaars van vrouwenstudies, heeft diverse leden die hierdoor ernstig gedupeerd worden in hun loopbaan. Ook de melddag van het Landelijk Bureau Leeftijdsdiscriminatie heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat veelvuldig naar leeftijd wordt gediscrimineerd; zelfs door instellingen en organisaties die door de overheid worden gefinancierd.

De zaak van Mineke Bosch staat dan ook niet op zichzelf: op dit moment zijn er talloze andere gepromoveerden die niet in aanmerking komen voor zogenaamde post-docplaatsen van NWO wegens het hanteren van de 40-jarige (en recentelijk zelfs 35-jarige) leeftijd.

Vrouwen worden extra benadeeld door het hanteren van leeftijdsgrenzen. De generatie die nu 40 jaar of ouder is, is opgegroeid in een periode waarin een toekomstperspectief als huisvrouw domineerde.

Zij hebben vaker met een omweg gestudeerd en later carrière gemaakt. Bovendien maken cijfers duidelijk dat het voor vrouwen moeilijk is om in de wetenschap vooruit te komen: vrouwen maken nog geen vier procent uit van alle Nederlandse hoogleraren.

Desalniettemin zijn vrouwen met een inhaalmanoeuvre bezig. De instroom van meisjes in de universiteiten is al bijna gelijk aan en vergelijkbaar met die van jongens, en er zijn meer vrouwen gaan promoveren. De mogelijkheid om door te stromen naar hogere posities in het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek wordt nu onder meer belemmerd door het hanteren van leeftijdscriteria voor de zogenaamde post-docplaatsen. Waar het leeftijdscriterium omzeild kan worden door de eis van een vaste aanstelling, is zeker sprake van indirecte vrouwendiscriminatie. Het percentage vrouwen in wetenschappelijke functies in de universitaire wereld met een tijdelijke aanstelling is dramatisch veel groter dan het percentage mannen in deze functies.

Het is verheugend dat de overheid een actief beleid voert om het aandeel vrouwen in hogere posities in het onderwijs te vergroten. Diezelfde overheid echter financiert tegelijkertijd belangrijke wetenschappelijke organisaties zoals de KNAW en NWO die een mogelijke doorstroom van vrouwen naar hogere functies in het wetenschappelijke onderwijs belemmeren door het hanteren van criteria die vrouwen zwaarder treffen dan mannen.

Het moet toch mogelijk zijn om hier op eenvoudige wijze doeltreffende maatregelen te nemen.

    • Margit van der Steen