Ook Netsurfers hebben redactie nodig

Gaan kranten tenonder in het digitale tijdperk? Volgens Fred Kappetijn hoeven ze daar niet bang voor te zijn.

Selecteren is immers één van de sterke kanten van een krant, en ook de meeste computergebruikers vinden het prettig als een redactie dat voor hen doet.

Zal er op de elektronische snelweg nog plaats zijn voor een krantenkiosk, of zal de berm zijn bezaaid met vaste en draadloze elektronische aftappunten en audiovisuele luister- en kijkapparaten?

Volgens mij heeft de krant een fantastische toekomst, zij het in een gewijzigde gedaante.

Laten we beginnen met te constateren dat de krant tot nu toe alle voorgaande elektronische (r)evoluties met glans heeft doorstaan. Dit historisch besef leert tevens dat de krant zich inhoudelijk en qua vormgeving heeft aangepast aan de elektronische nieuwkomers als telefoon, radio, televisie, kabelkrant, teletext, audiotex, fax en elektronische post. Dat zal zeker ook gebeuren in de reeds lang aangekondigde en inmiddels zich sluipenderwijs aandienende informatiesamenleving, waar belangrijke rollen lijken weggelegd voor telecommunicatienetwerken als het Internet en optische informatiedragers, zoals CD-ROM en CD-i. De krant heeft nu en in de naaste toekomst enkele onverslaanbare voordelen ten opzichte van zijn elektronische belagers. Die voordelen zijn: eenvoudig te vervoeren, op ieder tijdstip en op iedere plaats te raadplegen, overzichtelijk, grafische mogelijkheden en goedkope distributie per informatie-eenheid (bit).

Maar de krant heeft als distributiemedium ook zijn beperkingen: actualiteit (24-uurs cyclus), volledigheid (omvang), interactiviteit (nauwelijks responsiemogelijkheden) en selectiviteit (doelgroep- en niet persoongericht).

In de interactieve multimediale wereld wordt het moeilijk om te blijven spreken over 'de lezer'. Aanvullende en afgeleide vormen van elektronisch uitgeven maken van een lezer ook een kijker en luisteraar. Daarom zullen we de informatieconsument maar de gebruiker noemen. De nieuwe elektronische media kunnen vooral een interessante aanvulling leveren als het gaat om de vier genoemde aspecten: volledigheid, actualiteit, interactiviteit en selectiviteit. Internet en CD's kunnen apart of in samenhang in het verlengde van het bestaande gedrukte produkt duidelijk herkenbare toegevoegde waarde leveren.

Door het elektronisch opslaan, verzamelen, ontsluiten en selecteren van reeds gebruikte teksten, afbeeldingen en in de toekomst audiovisueel materiaal, ontstaat er een archief dat op de achtergrond op ieder moment beschikbaar is voor de gebruiker die zich in een bepaald onderwerp wil verdiepen. Een dergelijk elektronisch archief kan worden geëxploiteerd door het tegen betaling beschikbaar te stellen via een 'on line' dienst of een CD-medium. Een van de krant afgeleide elektronische variant op Internet kan ook actueler zijn dan zijn gedrukte collega door de dienst te koppelen aan andere 'real time' informatiediensten met onderwerpen als de beurs, het weer en de sport.

De zo veel geroemde en vaak overschatte interactiviteit kan via Internet eenvoudig leiden tot actieve communicatievormen. Pro-actief, dat wil zeggen dat de gebruiker bijvoorbeeld kan anticiperen op aangekondigde speciale edities. Inter-actief betekent dat gebruikers onderling danwel met medewerkers van de krant tegelijkertijd in discussie gaan over een bepaald onderwerp. Re-actief houdt in dat de gebruiker na het consumeren van een bepaalde hoeveelheid redactionele of commerciële informatie, kan vragen om meer informatie, een produktmonster, enzovoorts.

De grotere mogelijkheden voor interactiviteit zullen mijns inziens niet leiden tot een ongebreidelde informatie-uitwisseling tussen 'de krant' en de gebruiker. Mensen hebben niet de natuurlijke neiging om zich intensief voor te bemoeien met de inhoud van de informatie die hen wordt aangeboden. Het grootste deel van de informatieconsumptie komt tot stand via het zogenaamde allocutieve informatieverkeerspatroon. Dat wil zeggen dat de ontvanger van de informatie geen invloed heeft op de inhoud, de volgorde, het tempo en het tijdstip van de overgedragen informatie. Een krantenlezer vindt het over het algemeen wel prettig dat andere, professionele informatiezoekers, -verwerkers en -verpakkers een voor hem relevante en aangename selectie hebben gemaakt. Journalistiek is een vak. Internet maakt niet van iedere netsurfer een journalist, net zo min als 'desk top publishing' van ieder PC-bezitter een grafisch ontwerper heeft gemaakt en de videocamera iedere huisvader of -moeder tot cineast heeft omgevormd.

Mensen zijn niet snel geneigd tot informatie zoeken. Het bewust zoeken vereist namelijk dat de gebruiker redelijk precies weet wat hij wil.

Dat is zelden het geval. Ook de krant lezen is een vorm van 'zap'- gedrag. De muis van de PC en de kanalenkiezer van de televisie zijn moderne varianten van de oude vertrouwde duim-wijsvingercombinatie. Het zal dan ook niet zo zijn dat mensen plotseling zeer actief en interactief informatie gaan consumeren, omdat dat toevallig kan dankzij Internet.

Mijn inschatting is dat veel informatie-aanbod via Internet een allocutief karakter moet hebben wil het aansluiten bij bestaand en derhalve gewenst informatieconsumptiegedrag. Dat zal zich onder andere kunnen vertalen in een verdergaande pre-selectie van de aangeboden informatie door de uitgever van de elektronische krant. Een gebruiker kan aangeven in welke onderwerpen hij vooral is geïnteresseerd, waarna die informatie speciaal voor hem geselecteerd en beschikbaar wordt gesteld. Het snel uitbreidende aanbod van informatie via elektronische netwerken als Internet, vergroot eveneens de noodzaak van selectie. Ook daarin kan 'de krant'

een belangrijke rol spelen. Het vermogen tot selecteren van krantenredacties is immers één van de bestaansredenen van de krant.

Het zal echter niet betekenen dat deze speciale individu-gebonden elektronische krantenedities het grootste deel van het informatie- aanbod zullen vormen. Het leerzame, verrassende en verstrooiende effect van de confrontatie met ongevraagde informatie is essentieel bij het bevredigen van de informatiebehoefte van mensen. De krantenlezende mens is niet alleen de homo sapiens - de denkende mens - die informatie consumeert om de werkelijkheid te leren kennen op basis waarvan hij rationele beslissingen kan nemen. De krantenlezer is ook homo ludens - de spelende mens - die informatie consumeert om de werkelijkheid te kunnen vergeten en zich kan overgeven aan soms primitieve emoties.

De conclusie is dat de krant door zijn verschijningsvorm en zijn inhoud voorlopig fier overeind zal blijven in het elektronische geweld.

In de komende decennia zal er een symbiose ontstaan tussen beide distributiekanalen voor informatie, waarbij de voordelen van beide worden gecombineerd. Het accent van de redactionele inhoud zal minder gericht zijn op actualiteit en volledigheid en meer op samenvatting, uitleg en verwijzing. De krant zal meer een paraplu worden waaronder informatie-, transactie- en communicatie worden samengevoegd tot interessante vormen van nieuwe elektronische dienstverlening. De informatievoorziening blijft daarbij het bindende element.

    • Is Thans Werkzaam bij Vnu in Amsterdam
    • Ir. Fred K. Kappetijn