Onderzoek naar joods eigendom Zwitserse bank

WASHINGTON, 24 APRIL. De Zwitserse banksector heeft ingestemd met de instelling van een onafhankelijke commissie, die onderzoek zal instellen naar de verborgen bezittingen van joodse slachtoffers van de holocaust bij de banken in Zwitserland.

Dit bleek gisteren bij een hoorzitting van de bankencommissie van de Amerikaanse senaat. Tot nog toe hebben de Zwitserse banken, die synoniem zijn voor het bankgeheim, geweigerd opening van zaken te geven. Joodse organisaties, waaronder het World Jewish Congress (WJC), dringen al jaren lang aan op een onafhankelijk onderzoek door accountants naar de joodse bezittingen die nooit zijn opgeëist doordat de eigenaren zijn omgekomen in de Tweede Wereldoorlog.

Om hoeveel geld het gaat is een twistpunt tussen de Zwitserse banken en het WJC. Een onderzoek van de Zwitserse banken zelf, dat in februari werd gepubliceerd, spreekt van 38,7 miljoen Zwitserse franc (54 miljoen gulden). Een vertegenwoordiger van de Swiss Banker Association (SBA), Hans Baer, dat dit de hoeveelheid geld is, waarvan met zekerheid is vastgesteld dat dit aan joodse slachtoffers heeft toebehoord. WJC-voorzitter Edgar Bronfman noemde dit bedrag gisteren “een hoeveelheid die geen geloofwaardigheid heeft” en zei dat “enkele miljarden dichter bij de waarheid komt”.

De regering van de Verenigde Staten heeft naar aanleiding van het onderzoek scherpe kritiek geuit op de houding van de Zwitserse bankautoriteiten, omdat die niet bereid zouden zijn om de onderste steen boven te krijgen. De voorzitter van de senaatscommissie, de republikein Alfonse D'Amato, zei gisteren de indruk te krijgen dat de Zwitsers het bankgeheim gebruiken om gelden achter te houden: “De Zwitserse banken moeten inzien dat er een einde moet komen aan vijftig jaar van vestingbouwen.” De Amerikaanse onderminister van handel, Stuart Eizenstat, liet weten dat de VS doorgaan met het uitoefenen van druk op Zwitserland om alle gelden na te tellen. Het congres heeft gewaarschuwd zich te mengen in de kwestie van de joodse eigendommen. Ben Gilman, voorzitter van de commissie buitenlandse betrekkingen zei: “De volledige medewerking van de Zwitserse regering en bankinstellingen moet worden verkregen.”

Tegenover de senaatscommissie verklaarde Baer, een ervaren bankier, gisteren dat de onafhankelijke commissie voor helft zal bestaan uit mensen die worden gekozen door de WJC en voor de andere helft uit vertegenwoordigers van de Zwitserse banksector. “Laat me u verzekeren dat aan het einde van de rit geen cent die mogelijk heeft toebehoord aan slachtoffers van de holocaust in het bezit zal blijven van de Zwitserse banken”, zei Baer gisteren. Baer zei zich gisteren grote zorgen te maken over het beeld in de media van Zwitserse banken die niet bereid zijn om mee te werken de joodse eigendommen terug te vinden.

Volgens Baer krijgt de commissie de bevoegdheid om accountantsfirma's en andere experts in te huren om alle bezittingen die mogelijk hebben toebehoord aan joodse slachtoffers te onderzoeken. De commissie zal een verslag schrijven en alle gelden waarvan de eigenaar niet kan worden vastgesteld zullen wordne geschonken aan liefdadigheidsinstellingen, die door de commissie worden geselecteerd. “We hebben ons gecommiteerd om alle vragen op te lossen over bezittingen die mogelijk aan de slachtoffers toebehoorde op een gevoelige, evenwichtige, open en zorgvuldige wijze”, zei Baer.

Bronfman legde gisteren uit dat veel Europese joden hun bezittingen voor de Tweede Wereldoorlog bij Zwitserse banken hebben ondergebracht om te voorkomen dat deze in handen zouden vallen van de Nazi's. “Zij vertrouwden op de Zwitserse neutraliteit en de integriteit van het Zwitserse banksysteem. het lijkt erop dat zij zijn verraden.”

Greta Beer, een Roemeense immigrant die tegenwoordig in New York woont, vluchtte in de Tweede Wereldoorlog voor de leger van de Duitsers en de Russen. Voor de oorlog had haar vader, de eigenaar van de grootste textielfabriek in Roemenië, de familiebezittingen ondergebracht bij een Zwitserse bank. “We beschouwden Zwitserland als een bastion”, vertelde zij gisteren de senaatscommissie.

Haar vader die in 1940 overleed, had gezegd dat zijn familie zich geen zorgen hoefden te maken, want het geld was veilig opgeborgen. Toen Greta Beer en haar moeder na de oorlog hun geld kwamen opvragen, verklaarde de bank dat er geen gegevens waren over deposito's. Sinds de jaren zestig is Beer er niet in geslaagd om de medewerking te krijgen van de Zwitserse bankautoriteiten. “Ik hoop dat de Zwitserse banken eindelijk het licht zien en hun fouten rechtzetten”, zei zij. Hans Baer verklaarde zich onmiddellijk bereid om haar persoonlijk te helpen als zij naar Zwitserland zou komen om het geld te traceren. (Reuter, AP)