Kaapster Leyla Khaled heeft geen spijt

GAZA, 24 APRIL. Donkerblauwe plooirok, een bedaard kabelvest, schoenen met gouden kettinkjes: Leyla Khaled is niet meer de ravissante onderwijzeres-met-de-kalasjnikov die zij ooit was, de vrouw wier foto in 1969 en 1970 op de voorpagina's prijkte, toen zij uit naam van het marxistische Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP) twee keer achter elkaar een vliegtuig kaapte. Maar verbaal is Khaled (52), getrouwd met een Palestijnse fysiotherapeut en moeder van twee zoons, nog even fel als toen. Anders dan Mohammed (Abul) Abbas, de kaper van de Achille Lauro, heeft zij geen spijt van haar daden. Heeft zij niet de Palestijnse kwestie op de internationale agenda gezet, precies zoals de bedoeling was?

Leyla Khaled is tegen het vredesproces. Zij verzet zich vanuit haar woonplaats Amman heftig tegen Arafats “uitverkoop van Palestijns land” aan Israel, dat volgens haar helemaal geen vrede wil. Voor het eerst in 26 jaar kreeg zij deze week, met honderden andere Palestijnen, van Israel toestemming naar Gaza te reizen voor een marathon-sessie van de Palestijnse Nationale Raad (PNC). Volgens de vredesakkoorden moet de PNC de bepalingen uit het PLO-Handvest schrappen die oproepen tot de vernietiging van Israel. De Raad zal dat vanavond of morgen met een meerderheid doen. Maar Khaled, nog steeds marxist, wil daar niet aan meewerken. In het hoofdkwartier van haar partij in Gaza, spelend met een pakje extra-lange Dunhills, zegt zij: “Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om het Handvest te wijzigen. Ik stem tegen.”

Hoe is het om terug te zijn in het thuisland?

“Geweldig. Tegelijkertijd voel ik me ellendig, omdat mijn familie in Libanon moet schuilen voor de Israelische bombardementen. In 1948 is mijn moeder met acht kinderen uit Haifa naar Tyrus gevlucht. Ik mag nu terug. Zij mogen nog steeds niet.”

Wilt u hier ook komen wonen?

“Als mijn man en kinderen ook toestemming krijgen, jazeker.”

Uw zoons zijn elf en veertien. Wat weten zij van uw verleden?

“Toen de oudste drie was, kwam hij uit de crèche en vroeg: 'Mamma, ben jij een dief?' Ze hadden naar hem gewezen en gezegd dat zijn moeder vliegtuigen had gekaapt. Maar hij vergat het meteen weer en vroeg: 'Waar is het vliegtuig, ik wil ermee spelen.' Hij was te jong. Later heb ik het ze uitgelegd. Ze zijn trots op me.”

Zou u uw zoons ervan weerhouden aanslagen te plegen?

“Nee. Als moeder vind je zoiets verschrikkelijk, je houdt van je kinderen. Maar ik wil dat er een vrij Palestina komt. Ze zullen het me trouwens niet vertellen als ze het doen. Ik heb het mijn moeder ook niet verteld.”

Pag.4: 'De bezetting duurt voort, dus vechten de Palestijnen!'

Na de eerste kaping, een TWA van Rome naar Damascus, heeft u zelfs plastische chirurgie ondergaan om de tweede te kunnen uitvoeren een El Al van Amsterdam naar New York.

“Ja, ik ben aan neus en kin en geopereerd. De veiligheidsmaatregelen waren aangescherpt en ik wilde niet dat ze me zouden herkennen. Nu komt mijn oude gezicht langzaam terug.”

De tweede keer bent u overmeesterd.

“Veiligheidsagenten hebben mijn kameraad vermoord, toen hij onderweg was naar de cockpit. Anderen zijn bovenop mij gaan zitten tot we op Heathrow landden. Ik heb daar 28 dagen gevangen gezeten. Toen kaapte een Palestijnse zakenman een vlucht om mij vrij te krijgen. Het lukte. De Britten lieten me graag gaan. Ze waren bang dat de Mossad me in de cel zou vermoorden.”

U vertelt het nogal koel. Is het niet eng om een vliegtuig te kapen, twijfelde u niet?

“Ik wandelde kalm het toestel in. Ik was klaar om te sterven. Rabin zou aan boord zitten, in 1970, hij was toen ambassadeur in Washington. Hij veranderde op het laatst zijn vlucht. Ik hoopte wel vurig dat er geen slachtoffers zouden vallen. Gelukkig heeft niemand een schram opgelopen.”

Heeft u er geen spijt van?

“Nee. In die dagen leefden de Palestijnen in tenten. Iedereen kende ons als bedelaars, zieligerds. De wereld wist alleen dat we meer tenten, meer eten en meer afgedragen kleren nodig hadden. Ik wilde iets doen waardoor iedereen zou vragen: Wie zijn die Palestijnen, waarom kapen ze vliegtuigen, wat is hun politieke doel? Dat is gelukt, waar of niet?”

Nu zijn de Palestijnen weer afhankelijk van donoren.

“Ja, ditmaal onder het voorwendsel dat we met hun geld een eigen staat bouwen.”

De Gazanen hebben u lauw ontvangen. Waarom, zeggen ze, praat de PNC over abstracte dingen en niet over dagelijkse problemen zoals de economische malaise?

“Ze hebben gelijk. Israel houdt Gaza al vier maanden dicht. De massa wil brood en werk. Maar als je een staat wil stichten, moet je toch politieke discussies voeren.”

Denkt u dat de Palestijnse staat er komt?

“Israel zal ons nooit een eigen staat geven.”

Dus u wilt doorvechten?

“Ja. Onderweg van de Westelijke Jordaanever door Israel naar Gaza, vroeg ik: wat is dit, autonoom gebied, bezet gebied, Israelisch gebied? Ik begreep er niets van. De chauffeur zei: 'Nu rijden we door zone A, daar begint B en straks krijgen C.' Net een surrealistisch schilderij. De Israeliërs hebben zich niet teruggetrokken, ze hebben zich alleen handiger opgesteld. Ze omsingelen ons overal. Alle nederzettingen zijn er nog. Er zijn vijf miljoen Palestijnse vluchtelingen die nog steeds niet naar huis mogen.”

Dus u keurt de zelfmoordacties van Hamas goed?

“De bezetting duurt voort! Dus vechten de Palestijnen voor hun rechten. Is dat vreemd? Sterven is geen hobby hoor. Iedereen wil leven. Maar door te sterven voor een rechtvaardige zaak, kunnen onze kinderen op een dag misschien in vrijheid leven.”

U wilt niet met Israeliërs praten. Waarom niet?

“Je vraagt niet aan het schaap of hij met de slager onderhandelt.”

Heeft u niet met soldaten gesproken, aan het checkpoint?

“Jawel. Eentje zei: 'Waarom bent u tegen deze vrede?' Ik zei: 'Het is pas vrede als jij hier niet meer staat'.”

Waarom bent u Arafat niet gaan opzoeken?

“Hij betekent veel voor me. In negatieve zin, ha ha.”

Erkent u hem als president?

“Hij zit hier, ik accepteer de feiten. Maar ik mag hem niet.”

Arafat wil het PLO-Handvest veranderen. En u?

“Geen haar op mijn hoofd. Israel vraagt om deze sessie, wij niet. Peres wil de verkiezingen winnen in mei. Mijn partij stuurde ex-gevangenen als afgevaardigden naar de Raad. Toen Arafat het hoorde, riep hij boos: 'Willen jullie dat ik problemen krijg met de Israeliërs?' Hij geeft meer om Israeliërs dan om Palestijnen. Hij gaat zijn zin krijgen, zoals altijd. Maar ik stem tegen.”