Foto-collectie Jacob Olie geconserveerd

AMSTERDAM, 24 APRIL. Dank zij een subsidie van de Mondriaan Stichting kan het Gemeentearchief Amsterdam de kwetsbare fotocollectie van Jacob Olie Jzn (1834-1905) grondig gaan conserveren. Olie was bouwkundige en directeur van de Ambachtsschool in Amsterdam. Rond 1860 begon hij uit liefhebberij te fotograferen met een primitieve, waarschijnlijk door hemzelf gemaakte camera en eigenhandig gesneden en geprepareerde glasplaten.

Olie maakte tot aan zijn dood in 1905 duizenden opnamen in Amsterdam en de wijde omgeving van de stad. Hij fotografeerde vooral de bouwactiviteiten aan het eind van de eeuw en kleine ambachtslieden aan het werk.

Volgens het Gemeentearchief en de Mondriaan Stichting zijn Olie's opnamen door de precisie en bijna systematische wijze waarop het veranderend stads- en straatbeeld is vastgelegd een 'in rijkdom ongeëvenaard document' van de hoofdstad op het breukvlak van twee eeuwen.

Volgens Anneke van Veen, conservator fotografie van het Gemeentearchief, is Olie's werk “een begrip voor Jan en alleman die van oud Amsterdam houdt.” In 1960 gaf het Gemeentearchief een eerste boek uit over z'n werk, uitgeverij van Gennep volgde in 1973, en in 1975 werd een groot restrospectief rond Olie georganiseerd. Ook worden de negatieven regelmatig gebruikt voor illustraties.

Het Gemeentearchief kocht 35 jaar geleden meer dan 3700 glasplaten en Olie's oudste camera aan. In die jaren zijn de glasplaten en negatieven 'verzorgd', aldus Van Veen.

Zes jaar geleden werd de collectie aangevuld door de aankoop van 4000 originele afdrukken, enkele honderden tekeningen en prenten, schetsboeken, manuscripten en correspondentie.

In het nu opgestelde conserveringsplan zullen de negatieven worden gedupliceerd om verdere slijtage van de originelen te voorkomen.

“het Nationaal Foto Restauratie Atelier in Rotterdam zal de conservering in twee stappen uitvoeren”, aldus Van Veen. Allereerst wordt van het oorspronkelijke negatief een interpositief in contact gemaakt. Deze interpositief bevat alle waarden van het oude negatief in omgekeerde vorm. “Deze zogeheten 'moederexemplaren' hebben een levensduur van 500 jaar.” Van deze interpositieven worden vervolgens duplicaat-negatieven gemaakt. Het voordeel van deze duplicaten is dat de oorspronkeijke kwetsbare glasnegatieven niet meer hoeven te worden aangeraakt.

Met de conservering is in totaal 300.000 gulden gemoeid. De Mondriaan Stichting neemt bijna 250.000 gulden voor haar rekening.

De conservering zal ongeveer twee jaar in beslag nemen.