Een theatraal retrospectief van Jan Steen

Jan Steen: Painter and Storyteller.

National Gallery of Art, Washington. 28 april t/m 18 aug.

Rijksmuseum Amsterdam 21 sept t/m 12 jan 97.

WASHINGTON, 24 APRIL. Nog maar nauwelijks uitgepraat over de verstilde schoonheid van Vermeer, kan Washington zich nu verbazen over een andere Hollandse schilder uit de zeventiende eeuw. Deze keer zijn het niet de verfijnde lichtval of geheimzinnige vrouwenblikken die de toon zetten, maar wulpse taferelen vol boertig gezang, uitgestoken tongen, halfblote borsten, slechte gebitten en ontspoorde gezinnen.

Daarnaast zijn er ook ingetogener taferelen, serieuze portretten en religieuze voorstellingen onder de 48 schilderijen van Jan Steen die hier vanaf zondag te zien zijn.

Want de veelzijdigheid van Steen, zowel in de keuze van zijn onderwerpen als de ontwikkeling van zijn stijlen, is het verborgen thema van Jan Steen, Schilder en Verteller, in de National Gallery of Art in Washington. Dit najaar komt de expositie naar het Rijksmuseum in Amsterdam, dat mede-organisator is.

Jan Steen is in Amerika veel minder bekend dan in Nederland. Maar de schilderijen die hier bijeen zijn gebracht uit musea en privé-collecties van over de hele wereld zullen ook veel Nederlanders verrassen.

Wie Steen kent uit de Nederlandse musea - die samen tien schilderijen aan deze tentoonstelling hebben bijgedragen - krijgt de kans zijn beeld van de anekdotische schilder van huiselijke scènes en allegorische taferelen grondig bij te stellen.

In het luchtige moralisme bijvoorbeeld van Soo gewonne, soo verteert, het doek uit museum Boijmans van Beuningen waarop een man zich in een speelhuis laat verwennen met oesters, wijn en een verleidelijke vrouw, klinkt net als in zoveel van Steens werk naast een waarschuwing toch ook de pret door. Hetzelfde geldt voor de uitbundige huiskamerscène van Soo voer gesongen, so na gepepen (Zoals de ouden zongen...), waarin de vette lach van de man (Steen zelf) die zijn zoontje leert pijproken te aanstekelijk is om niet over te slaan op de kijker.

Maar op de pas gerestaureerde Herberg 't Mis Verstant, een wilde straatscène voor een bordeel, uit het bezit van de Britse koningin Elizabeth, verkeert de pret in grimmigheid. Er wordt een mes getrokken.

Er wordt gevochten met bijl, hooivork en dorsvlegel. En in het hart van het schilderij marcheert een vrouw met rode vlag, opgetrokken rokken en een bezemsteel uitdagend voor het kruis gehouden almachtig in het rond. Dit is geen herinnering aan een moraal, geen vermaning voor deze of gene uitspatting, dit is een complete kermis van anarchie.

En ook de snelle, chaotische stijl van deze massascène à la Bruegel lijkt in niets op de zorgvuldige regie van de huiskamertaferelen. Daar is, bij al het luidruchtige slempen en roken, brallen, lonken en knijpen, altijd een element van rust en waardigheid: de meesterlijk geschilderde kleden en rokken, de schorten en jakjes en kragen en mutsen, een zwijgend feest van textiel.

In de titel van de tentoonstelling wordt Steen terecht een verhalenverteller genoemd. Maar hij is vooral een theatermaker, die zijn publiek aan het lachen maakt en tegelijkertijd de les leest. Hij kan zich schaamteloos laten gaan in melodrama: De Woede van Ahasverus is één denderende opera-climax, inclusief gebalde vuisten, rollende ogen en een taart met pauwentooi die van een tafel stort. Maar evengoed kan hij zich beheersen met ingetogen spel, de weergave bijvoorbeeld van een gezin in gebed, of het ernstige zelfportret uit het Rijksmuseum, dat op de tentoonstelling een tegenhanger heeft in het goedlachse Zelfportret als luitspeler, de wijnkruik onder handbereik, van het Museum Thyssen-Bornemisza in Madrid.

Een extra kwaliteit van Jan Steen als theatermaker is de manier waarop hij in sommige schilderijen de toeschouwer tot medeplichtige maakt. De zittende vrouw van De Kaartspelers veroordeelt met de licht spottende blik van verstandhouding die ze ons toewerpt de overige personages tot bijrollen. Er gebeurt van alles in die kamer: de andere speler wordt bijgeschonken, de man die voor de schouw zijn pijpje stopt kijkt alsof hij in de gaten heeft dat er vals wordt gespeeld, in het achterkamertje vindt een amoureuze worsteling plaats. Maar Steen laat zijn hoofdrolspeelster, als enige uitgelicht op het podium, tot ons zeggen: let goed op mij.

En als toeschouwer wil je niets liever, al was het maar om de vernietigende blik te vergeten die de beeldschone Bathseba ons toewerpt in Bathseba ontvangt Davids brief. Staand voor de zwarte opengeslagen gordijnen van haar bedstee, zelfbewust in haar oranje rok en gouden blouse, de brief van koning David in haar hand, de eerste woorden zelfs leesbaar, draait ze zich verontwaardigd om naar ons, die niet beter zijn dan het gebogen vrouwtje in het zwart dat haar nieuwsgierigheid zo slecht kan beheersen dat ze haar hand al naar het papier uitstrekt.

Door een samenloop van onvoorziene omstandigheden komt deze expositie in hetzelfde jaar als de Vermeer-tentoonstelling, die ook in Washington een groot succes was. Met enige zorg vragen functionarissen van de National Gallery zich af of hoe Jan Steen in de smaak zal vallen bij het Amerikaanse publiek. Het kan een interessante confrontatie opleveren: een vrolijke moralist met schilderijen vol ongewenste intimiteiten, rokende kinderen en losbandige geestelijken in het land van de family values.

    • Juurd Eijsvoogel