Boris Jeltsin op bezoek in Peking

PEKING, 24 APRIL. De Russische president Boris Jeltsin is vandaag in Peking gearriveerd voor een driedaags bezoek dat zowel door China als Rusland wordt beschouwd als een hoogtepunt en een nieuwe stap in de richting van “wederzijds begrip, vertrouwen en samenwerking.”

Jeltsin liet het officiële Chinese persbureau Xinhua vlak voor zijn vertrek uit Moskou weten dat sinds zijn laatste bezoek aan China in 1992, “veel vooruitgang is geboekt” tussen beide landen. “Tegenwoordig bestaan geen problemen meer van politieke aard”, aldus Jeltsin.

Een woordvoerder van het Chinese ministerie van buitenlandse zaken zei ervan overtuigd te zijn dat het bezoek van Jeltsin “nieuw leven zal brengen” in de betrekkingen tussen beide landen. Woordvoerder Shen Guofang zei gisteren dat de Chinese president Jiang Zemin en Jeltsin elkaar drie keer zullen ontmoeten en een “diepgaande uitwisseling van gedachten” zullen hebben over politieke en economische samenwerking.

Gedurende het bezoek zullen veertien overeenkomsten worden ondertekend, waaronder een document dat voorziet in de opzet van een 'hot-line' tussen Peking en Moskou, een verdrag aangaande misdaadbestrijding in het 4500 kilometer lange grensgebied tussen beide landen en een overeenkomst voor de aanleg van een intercontinentale gaspijpleiding. Belangrijker is echter het verdrag dat Jeltsin in Shanghai zal ondertekenen en de politieke stabiliteit in het grensgebied in het noordwesten van China moet garanderen. De staatshoofden van de vijf betrokken landen, China, Rusland, en de drie voormalige Sovjet-republieken Kazachstan, Kirgizië en Tadjikistan, zullen bij die ondertekening aanwezig zijn.

Voorts zal Jeltsin er bij de Chinese leiders op aandringen dat zij het test-ban verdrag, dat voorziet in een moratorium op kernproeven, nog voor het einde van dit jaar ondertekenen. Jeltsin is daartoe verzocht door de Groep van zeven rijke geïndustrialiseerde landen (G7), die vorige week in Moskou vergaderde.