Anti-EU gevoel Brits kabinet stijgt

LONDEN, 24 APRIL. De anti-Europese sentimenten binnen de regerende Britse Conservatieve partij dreigen de overhand te krijgen naarmate de rundvleescrisis langer aanhoudt.

Een wetsvoorstel van het Conservatieve Eurosceptische parlementslid Iain Duncan Smith om de macht van het Europese Hof te beperken werd gisteren maar met een meerderheid van zes stemmen verworpen. Zesenzestig Tories negeerden het advies van de regering en stemden voor. Onder hen waren ex-ministers als John Redwood, Kenneth Baker en Norman Lamont.

De oppositiepartijen in het Lagerhuis beschuldigden het kabinet gisteren van incompetentie nadat ze maandag eerst schermde met vergeldingsmaatregelen als het exportverbod voor Brits rundvlees niet snel opgeheven zou worden, om diezelfde dag nog terug te komen op dat dreigement.

De leider van de Liberaal-democraten Paddy Ashdown noemde de behandeling van de rundvleescrisis door de regering “een fiasco dat al vijf weken duurt”.

De verwarring over het al dan niet overgaan tot repressailles ontstond door onenigheid binnen de regering. Een deel van het kabinet denkt dat een confrontatie met Europa de zwaargeplaagde Conservatieve partij bij de komende verkiezingen veel stemmen zou kunnen opleveren. Andere ministers vrezen dat zo'n botsing politieke zelfmoord zou zijn.

De onvrede binnen de Conservatieven over Europa nam gisteren nog toe nadat staatssecretaris van landbouw Douglas Hogg opnieuw met lege handen uit Brussel terug kwam. Weliswaar sprak Hogg de hoop uit dat de Europese Commissie het mondiaal exportverbod voor Brits rundvlees deze maand nog zal verlichten. Maar de Europese commissaris voor landbouw Franz Fischler temperde onmiddellijk dat optimisme. Hij zei dat de effectiviteit van de Britse maatregelen om de gekke koeien-ziekte te bestrijden eerst moet worden bewezen voordat het exportverbod ongedaan kan worden gemaakt.

Londen en Brussel beschuldigen elkaar over en weer dat ze een oplossing voor de rundvleescrisis in de weg staan.

Ambtenaren in Brussel verwijten de Britse regering laksheid en het uitblijven van een adequaat beleid. Londen verwijst naar de uitspraak van Fischler dat Brits rundvlees gerust kan worden gegeten en zegt dat exportverbod louter op politieke motieven is gebaseerd. Volgens de Britse regering dient het verbod alleen maar op de markten op het Europese vasteland te beschermen.