Verlichting schuld armste landen naderbij

WASHINGTON, 23 APRIL. De beslissing over een plan om de schuldenlast van de allerarmste landen te verlichten is gisteren tijdens de voorjaarsvergadering van het Internationale Monetaire Fonds uitgesteld tot dit najaar. Dit heeft de Belgische minister van financiën, Philippe Maystadt, die voorzitter is van het hoogste beleidsorgaan van het IMF, het Interim-comité, gisteren gezegd.

Maystadt onderstreepte dat er, in tegenstelling tot een half jaar geleden, onder de IMF-leden wel overeenstemming is over de noodzaak tot schuldverlichting. Dat bleek gisteren na de achtereenvolgende voorjaarsbijeenkomsten van de groep van 10 rijkste industrielanden (G10) en het Interim-comité van het IMF.

De twee voornaamste geschilpunten zijn hoever kwijtschelding van schulden van de allerarmste landen moet gaan, en welke bijdrage het IMF, de Wereldbank en de regionale ontwikkelingsbanken aan schuldverlichting moeten leveren. Onder al lopende afspraken is schuldverlichting voor twintig, vooral Afrikaanse landen met een “onhoudbare” schuldenlast mogelijk tot 67 procent van de huidige nettowaarde van de schulden. Een plan van het IMF en de Wereldbank gaat tot 90 procent. De meeste rijke landen, verenigd in de zogenaamde Groep van Tien, zijn voorstander van zo'n percentage (ook Nederland), maar met name de Verenigde Staten en Groot-Brittannië vinden dat niet alleen de bilaterale crediteuren (afzonderlijke landen, verenigd in de Club van Parijs) maar ook de financiële instellingen schulden moeten afschrijven. Het IMF en de Wereldbank verzetten zich daar 'uit principe' tegen, omdat zo'n maatregel hun status van preferente crediteur zou aantasten. Onderdeel van het plan is dat IMF en Wereldbank voor een derde bijdragen aan de schuldvermindering, die door Amerikaanse bronnen wordt geschat op 8 miljard dollar, maar dan niet via kwijtschelding, maar door middel van een trustfonds.

Door kredieten om te zetten in leningen met een lagere rente of langere looptijd kan, zonder kwijtschelding, toch de huidige nettowaarde van schulden worden teruggebracht omdat respectievelijk de verdisconteringsvoet lager is en de terugberekening naar de huidige waarde van de schuld vanuit een verdere toekomst moet plaatsvinden.

Een oplossing voor het IMF kan zijn, zo stelde IMF-directeur Michel Camdessus afgelopen donderdag voor, dat het Fonds een twintigste deel van de goudvoorraad verkoopt, en de beleggingsopbrengst aanwendt als overbruggingsfinanciering voor het speciale ESAF-fonds, dat leningen met een rente van 0,5 procent verstrekt. De VS en Groot-Brittannië zijn voor goudverkopen, maar Duitsland, en volgens Duitsland ook Frankrijk, Japan en Zwitserland zijn tegen.

De Duitse minister van financiën Theo Waigel zei al eerder te vrezen dat de verkoop van goud een precedentwerking kan hebben. De Britse minister van financiën Kenneth Clarke opperde gisteren, bij wijze van compromis, het idee om voor een deel van de goudvoorraad van het IMF bij statuut vast te laten leggen dat het niet mag worden verkocht. Waigel zei zondag bereid te zijn te overwegen een klein deel van het IMF-goud als onderpand te laten dienen voor leningen van het Fonds. Het IMF, dat tot nu toe zelf nooit direct heeft geleend, is daar niet enthousiast over.

Nederland, zo vertelde minsiter Zalm van financiën gisteren aan journalisten, is overigens bereid ook direct kapitaal aan ESAF te verstrekken, op voorwaarde dat genoeg andere landen dat ook doen. Juist het feit dat de VS en Groot-Brittannië zo'n bijdrage niet willen doen, maar wel op IMF-goudverkopen aandringen, heeft tot irritaties geleid.

Zalm, die gisteren bij afwezigheid van de Japanse minister van financiën de G10-vergadering voorzat, heeft getracht te voorkomen dat de voortgang van de discussie wordt geblokkeerd door onverenigbare standpunten. Of dat is gelukt , moet vandaag blijken tijdens de vergadering van het Development Committee, het gezamenlijke forum van het IMF en de Wereldbank. Daar hebben overigens de meeste landen die gisteren bijeenkwamen, zitting in.

Onderdeel van het schuldverminderingsplan is een periode van zes jaar, waarin de landen die voor schuldvermindering in aanmerking komen, nauwgezet door het IMF zullen worden gevolgd en aan strenge eisen moeten voldoen. De Groep van 24, het forum dat 77 ontwikkelingslanden vertegenwoordigt, hekelde afgelopen zondag overigens de “inmenging” van de rijke landen op het gebied van de financiële- en handelspolitiek. De periode van zes jaar wordt door de landen als nogal lang ondervonden. Wat betreft handelspolitiek werd opnieuw de vrees geuit dat de rijke landen minimum-arbeidsnormen misbruiken om de eigen markt te beschermen.

Enige vooruitgang is gisteren wel geboekt bij de uitbreiding van het General Agreement to Borrow (GAB), het noodfonds van 25 miljard dollar waar het IMF bij acute liquiditeitscrisis van de leden (zoals vorig jaar Mexico) een beroep op kan doen. De Groep van 10 is oorspronkelijk ontstaan uit de landen die aan het GAB bijdragen, maar is sindsdien een forum geworden met een veel breder werkgebied. Voor de voorgenomen verdubbeling van de kredietlijn, die de slagkracht van het IMF moet vergroten, zijn met name nieuwe industrielanden als Singapore en Zuid-Korea in beeld. De vraag is welke zeggenschap zij daarvoor terugkrijgen. Een werkgroep wordt verwacht voorstellen te doen over een parallel fonds, een New Arrangement to Borrow. Pas op de jaarvergadering van het IMF in oktober wordt een besluit hierover verwacht.