Overheid is niet open op Internet

Nogal wat autochtonen schamen zich diep in hun hart voor het feit dat Nederland in de Gouden Eeuw de status van wereldrijk bereikte dankzij het gedogen van kaapvaart, slaventransport en aanvoer van culinaire drugs. Sindsdien trachten de regenten en na hen de gegoede burgerij alle vrijheden te vangen in strikte wetten. Legalisme: het geloof dat men alles met wetten kan regelen.

Legalistisch rieken ook de reacties van het ministerie van Binnenlandse Zaken op een krakersactie van het Buro Jansen & Janssen dat het rapport-Van Traa op Internet heeft gezet. Binnenlandse Zaken voelt zich in het hemd gezet - terwijl het nog slechts om bredere openbaarmaking gaat van reeds openbare teksten.

Curieus zijn de reacties van de verantwoordelijke staatssecretaris Kohnstamm, lid van D66, de partij die terecht openheid hoog in haar vaandel heeft geborduurd. In deze krant pleitte hij voor meer overheidsinformatie op de tv-kabel en desnoods voor de happy few op Internet (18 maart) . Hij denkt vooral aan het op ruime schaal beschikbaar stellen van beleidsstukken en extra informatie over belastingen en uitkeringen.

De eerste twijfel ontstaat echter bij zijn bezwering dat er geen vermenging mag plaatsgrijpen van overheidsinformatie en commerciële gegevens. Deze beperking is wat schemerig in het licht van de privatisering: hoe dient een overheidsinstantie die nog niet is geprivatiseerd zich te gedragen? Als overheid of als een gewoon bedrijf?

Veel fundamenteler is de kwestie dat de beleden openheid blijft steken in eenzijdige communicatie. Ook de door diverse gemeenten beproefde elektronische loketten met aanvragen voor vergunningen en paspoorten passen in dit niet-interactieve communicatiemodel.

In feite wordt via deze beperkte, eenzijdige maar dankzij de techniek massale openheid de greep van de overheid op de burger alleen maar versterkt. In die opzet passen ook pleidooien voor het massaal gebruik van de web-faciliteiten op Internet. Deze homepages zijn net zo min interactief als de destijds bejubelde videotex. Het is allemaal voorlichting en pr wat de klok slaat.

Openheid betekent transparantie, en dat behelst meer dan de eenzijdige voorlichtingsfunctie. Overheidsgegevens dienen de burgers materiaal te bieden om hun gelijk te halen. De journalistiek moet gegevensbestanden van de staat kunnen gebruiken en vergelijken. In veel deelstaten van de VS kunnen investigative reporters zo gevangenisbeleid, vuilnisophaal en bezuinigingsbeleid confronteren met de werkelijkheid.

In Nederland is de openbaarheid van overheidsbestanden nul komma nul sinds het laatste openbare bestand (de kentekenregistratie) voor burgers is gesloten. Het parlement vond de privacy van hoerenzoekende automobilisten belangrijker dan de nachtrust van de buurtbewoners. Sindsdien is kennisname van overheidsdata een gunst, ook al spreekt de Wet Openbaarheid Bestuur van een recht.

In Nederland is de elektronische openbaarheid nu geconcentreerd in een scharminkelig geval, het semi-geprivatiseerde Wetenschappelijk Statistisch Agentschap. Voor veel geld stelt dat op steekproeven gebaseerde databanken beschikbaar met materiaal van reeds verricht onderzoek. Niks openbaarheid, alleen bewerkte en geanonimiseerde bestanden die geheel passen in Kohnstamms idee.

Het legalistisch denken ten gerieve van een eenzijdige communicatie maakt de democratie nog afhankelijker van informatieve krakers en niet-commerciële lekken uit het ambtelijk apparaat. De oplossing ligt voor de hand: in plaats van een overdosis elektronische voorlichting moet de overheid zelf met de billen bloot! Misschien kan een ander ministerie dan Binnenlandse Zaken hier het voortouw nemen.

    • Henk Vreekamp
    • Lid van de Mediawerkgroep van D66