Oost-Nederland wil sleutelrol op de as Randstad-Moskou

HENGELO, 23 APRIL. Wanneer Oost-Nederland een rol van betekenis wil spelen als intermediair tussen de Nederlandse mainports en de grote stedelijke centra in het Oosteuropese achterland - zoals Berlijn en Warschau - dan zullen de krachten gebundeld moeten worden. Alleen op die manier heeft Oost-Nederland als kleine Europese regio een kans, zo zei de Overijsselse gedeputeerde R. Lanning gisteren in de trein van Hengelo naar Osnabrück.

Overijssel en Gelderland zetten Europees gezien in op de zogeheten West-Oost Corridor: een gebied met de hoofdtransportassen van Nederland, via Duitsland en Polen naar Rusland. Snelwegen, waterwegen en spoorverbindingen lopen in deze corridor van Amsterdam via Arnhem/Nijmegen en Hengelo/Enschede naar Osnabrück en Berlijn, en vandaar via Poznan en Warschau naar Moskou. Op 23 mei houdt de regio in Enschede een internationale conferentie over deze corridor, en daarop vooruitlopend was er gisteren een zogeheten trajectmeeting: een treinreis van Amsterdam via Hengelo naar Osnabrück, tijdens welke werd uitgelegd wat de belangen zijn van de verschillende partijen, en waar de problemen en knelpunten liggen. De reis was vooral symbolisch van aard, omdat het traject onderdeel is van de corridor. In Osnabrück mochten de lokale en regionale bestuurders uitleggen waarom de corridor voor hen zo belangrijk is.

De gedachte van een West-Oost Corridor is een kleine anderhalf jaar geleden ontstaan. In opdracht van de provincies Overijssel en Gelderland werd er een rapport opgesteld, waarin de kansen voor de regio op een rijtje werden gezet. De corridor zou grote economische potenties hebben, vooral omdat de goederenstroom vanuit de Randstad richting het oosten van Duitsland en verder de komende jaren fors zal toenemen.

De Overijsselse gedeputeerde Lanning herhaalde gisteren in de trein die conclusies. Volgens hem is de corridor een uitstekend bindmiddel voor de regio. “Het kan onze concurrentiepositie verbeteren. Op deze manier kunnen we profiteren van en bijdragen aan de ontwikkeling van grootstedelijke gebieden als Rotterdam.”

Ook de Nederlandse Spoorwegen zien kansen voor een goede verbinding tussen de Randstad en het oosten van Europa. Er is sprake van een geografische verschuiving in Europa, zo zei routemanager D. Imhof van de NS. “Er is door de Wende van 1989 en door het neerhalen van de Muur een verandering op gang gekomen, zowel in richting als in omvang van het personen- en goederenvervoer. Dit proces zal nog geruime tijd doorgaan tot Europa een nieuwe stabiliteit gevonden heeft in de driehoek Londen, Parijs en Berlijn.” De NS vervoerde het afgelopen jaar ongeveer 300.000 mensen over de grens richting Berlijn. Dat worden er op termijn meer dan een miljoen, schat de NS.

Knelpunten zijn er nog te over. Zo moet er volgens de NS absoluut een hogesnelheidslijn worden aangelegd van Amsterdam naar Berlijn, omdat de reistijd met de huidige treinen te lang is en deze zo niet kunnen concurreren met het vliegtuig. De aanleg van een HSL kan evenwel tot onenigheid leiden tussen de verschillende steden in Oost-Nederland, omdat de snelle trein maar op één of twee plaatsen in de regio zal stoppen - en het zal heel wat discussie vergen om vast te stellen wáár de trein een stop zal maken. Bovendien: langs welk traject moet de HSL lopen? Via Amersfoort of via Arnhem?

Maar er zijn meer knelpunten. Tussen Arnhem en Oldenzaal moet er dringend een rechtstreekse spoorverbinding komen voor zowel goederen als personenvervoer, aldus gedeputeerde Lanning. Daarnaast is het noodzakelijk dat er een directe waterverbinding komt tussen de Twentekanalen en het Duitse Mittellandkanaal, zodat er een directe waterweg ontstaat tussen Rotterdam en Berlijn. Ook de regio Arnhem/Nijmegen heeft in dit kader zijn wensen: onder andere het doortrekken van de Rijksweg A15 naar de A12, zodat goederenvervoer over de weg vanaf Rotterdam een betere doorgang heeft naar Duitsland. En een overslagterminal bij het Gelderse Valburg.

“Er is een goede samenwerking nodig tussen mainports en Oost-Nederland. Alleen dan biedt de West-Oost Corridor kansen op groei van de werkgelegenheid”, zo zei Overijsselse gedeputeerde Kamperman, die ook bij de treinreis aanwezig was. Hij voorzag een nieuwe taakverdeling, waarbij Rotterdam zich richt op grootschalige overslag van containers en bulk, terwijl Oost-Nederland zorgt voor distributie naar Midden- en Oost-Europa, en zorgt voor de toegevoegde waarde aan de goederen. Tijdens het internationale forum van 23 mei in Enschede zullen ook het Rijk, bij monde van minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat), en de Rotterdamse haven, vertegenwoordigd door hoofddirecteur Scholten, aanwezig zijn.