Nusse en Brink geven elkaar de schuld

AMSTERDAM, 23 APRIL. Op de Amsterdamse rechtbank speelden verdachten R. Nusse en E. Brink elkaar vanmorgen de bal toe in de strafzaak die is voortgekomen uit het faillissement van Nusse-Brink.

De oud-directeuren worden onder meer verdacht van verduistering van obligaties ter waarde van bijna 500.000 dollar. De obligaties zijn gebruikt om het faillisement dat Nusse-Brink in het voorjaar van 1993 boven het hoofd hing nogeven uit te stellen. De obligaties waren niet in bezit van Nusse-Brink maarzijn desondanks als zekerheid overgedragen aan de bank Mees & Hoop.

Nusse en Brink schoven vanmorgen de verantwoordelijkehid voor de verduistering van de obligaties op elkaar af. Nusse was op zakenreis in de VS toen de obligaties werden overgedragen aan Mees & Hoop. Volgens Brink heeft hij echter vanuit de VS telefonisch opdracht gegeven voor de verdachte transactie.

Nusse ontkent dit. Hij beweert dat Brink zijn uitdrukkelijke opdracht juist in de wind heeft geslagen en dus zelf verantwoordelijk is voor de overdracht.

Welke getuigen meer helderheid moeten scheppen over de vraag wie van de directeuren verantwoordelijk is voor de transacties die Nusse-Brink in de afgrond hebben gestort was omstreeks het middaguur nog niet duidelijk.