Houten doos sleutel tot 'vuile oorlog' Z-Afrika

DURBAN, 23 APRIL. Tot in de nachtelijke uren hadden rechercheurs van de speciale politie-eenheid op 1 juni vorig jaar in de kluizen van de militaire inlichtingendienst in Pretoria gezocht naar de twee mappen. President Mandela had het opsporingsbevel persoonlijk ondertekend, minister Joe Modise van Defensie kwam persoonlijk langs om zijn ondergeschikten op te dragen te helpen zoeken. Het was vergeefs. De mappen met uiterst geheime informatie over de samenwerking tussen het Zuidafrikaanse leger en de Inkatha Vrijheidspartij in de strijd tegen het Afrikaans Nationaal Congres, die hoge militairen en de minister van Defensie konden verbinden met het werk van doodseskaders in de regio KwaZulu, waren verdwenen.

Dit hoofstuk in de geschiedenis van Zuid-Afrika's 'vuile oorlog' in de apartheidsjaren leek gesneuveld in de papierversnipperaar. Totdat brigadier Cor van Niekerk, oud-directeur 'Speciale Taken' van MI, de volgende dag toegaf dat hij een deel van het dossier thuis had bewaard - op een verrassende plaats. In de hobbykamer van zijn huis in Pretoria klom hij op een trap en haalde een houten doos van de muur af. “Willem, hier zijn de documenten”, zei hij en overhandigde de verzegelde doos aan de directeur contraspionage van het leger, Willem van Deventer. Toen de politierechercheurs de ultrageheime papieren van 'Operatie Marion' uiteindelijk onder ogen kregen, beseften ze dat het een grote doorbraak was in hun onderzoek naar de wortels van het politiek geweld in Zuid-Afrika. Ze hadden de 'derde macht' tot op het hoogste niveau bereikt.

Van Niekerk (hobby: houtbewerking) keek eind vorige week vanaf de verdachtenbank toe hoe zijn huisvlijt door de officier van justitie als bewijsmateriaal bij de rechtbank in Durban werd ingediend. Op de zelfgemaakte doos waren een gloeilamp gemonteerd en een tijdschakelaar om de elektriciteit automatisch aan en uit te schakelen. Zo leek de doos aan de muur een functie te hebben. De documenten uit Van Niekerks knutselkamer leidden uiteindelijk tot de opzienbarende rechtszaak tegen oud-minister van Defensie Magnus Malan, vier oud-generaals van het Zuidafrikaanse leger, twee brigadiers, een oud-vice-admiraal, vier kolonels, een hoge politieman van de veiligheidsdienst, de plaatsvervangend secretaris-generaal van Inkatha en zes Inkatha-leden die als doodseskader zouden hebben geopereerd.

De twintig mannen is moord, poging tot moord en samenzwering tot moord op dertien zwarten ten laste gelegd. Tijdens een aanval op 21 januari 1987 op een huis in het zwarte township KwaMakutha werden twee mannen, vier vrouwen en zeven kinderen tussen vier en tien jaar oud met automatische geweren doodgeschoten. Het doelwit, de 22-jarige ANC-activist Victor Ntuli, was tijdens de aanval niet in het huis. De aanklager probeert te bewijzen dat de dood van deze dertien onschuldige mensen het rechtstreekse gevolg was van de geheime Operatie Marion, waartoe op het hoogste politieke en militaire niveau was besloten. Dank zij de houten doos denkt het openbaar ministerie voor de eerste keer de commandostructuur te kunnen aantonen achter een van de talloze bloedbaden in KwaZulu - van de moordenaars in het township tot de beslissers aan de top.

Op verschillende fronten is Zuid-Afrika bezig de waarheid over de misdaden uit de apartheidsjaren te onderzoeken. De onconventionele weg is die van de Waarheidscommissie, onder leiding van aartsbisschop Desmond Tutu, waar slachtoffers en daders kunnen getuigen over moorden, verdwijningen en martelingen. De commissie begon vorige week met het emotionele louteringsproces, dat moet leiden tot amnestie voor de daders en steun aan de slachtoffers. In Pretoria loopt al maanden de rechtszaak tegen oud-politieman Eugene de Kock die verdacht wordt van een groot aantal misdrijven, corruptie en betrokkenheid bij 'politiek geweld'.

Voor het gerechtshof in Durban staan sinds begin maart de 'securocraten' terecht: de generaals die onder president P.W. Botha vrijwel onbeperkte bevoegdheden kregen om het ANC en het communisme te bestrijden. Magnus Malan, generaal 'Kat' Liebenberg, generaal Jannie Geldenhuys, generaal Tienie Groenewald en generaal Neels van Tonder zijn heroïsche namen voor conservatieve Afrikaners. In de jaren tachtig was de macht van de generaals groter dan die van menig politicus. Nu ze gepensioneerd zijn moeten ze op de harde banken van zaal 1A maandenlang afwachten of ze alsnog moeten boeten voor de 'bescherming' van blank volk en vaderland. Met een onverzettelijke soldatenhouding van 'ik-heb-niets-te-bekennen' weigeren ze amnestie te vragen aan Desmond Tutu.

Het ontrafelen van Operatie Marion voor rechter Jan Hugo is een langzaam, slepend proces. Getuigen worden onderworpen aan dagenlange ondervragingen door de officier en de advocaten, 22 mannen in zwarte toga's en met schootcomputers voor zich, door Defensie ingehuurd en betaald. De militaire strategen van weleer moeten aanhoren hoe het plan om Inkatha te steunen tegen het ANC uitliep op een massamoord op vrouwen en kinderen in huis 1866 in KwaMakutha. In urenlange verhoren komt het gemodder van hun ondergeschikten naar voren. Soms, als de verveling toeslaat, probeert oud-minister Malan de stemming wat op te fleuren en speelt hij de perstribune een briefje toe met de tussenstand in de cricketwedstrijd India-Zuid-Afrika.

Operatie Marion vloeide volgens de dagvaarding voort uit een verzoek van Inkatha-leider Mangosuthu Buthelezi, destijds premier van het semi-onafhankelijke KwaZulu, aan het Zuidafrikaanse leger om bijstand. Buthelezi voelde zich persoonlijk bedreigd door het verboden ANC en zijn mantelorganisatie, het Verenigd Democratisch Front. Het leger besloot 206 Inkatha-leden een militaire opleiding te geven in de Caprivi in Namibië. Dertig mannen van deze groep werden opgeleid als een paramilitaire, offensieve eenheid. Zij kregen onderricht in het gebruik van AK-47-machinegeweren, pistolen, mortieren, handgranaten en raketwerpers, en het leggen van landmijnen. De rest kreeg les in propagandatechnieken en bescherming van VIP's als Buthelezi. Het hele project was erop gericht Inkatha als conservatieve zwarte partij te gebruiken als tegenwicht tegen het 'revolutionaire' ANC. De Inkatha-leden kregen een salaris uit een geheim militair fonds.

Terug in KwaZulu popelde de offensieve groep om de lessen in praktijk brengen. De ANC'er Victor Ntuli werd, na overleg met officieren die waren betrokken bij Operatie Marion, als doelwit uitgekozen. Na de aanslag bleek dat Ntuli niet in het huis was, en dat onschuldige vrouwen en kinderen tot de slachtoffers behoorden. Het leger betaalde de kosten van een geit, die de Inkatha-aanvallers slachtten als reinigingsritueel omdat er kinderen waren gestorven. De mislukte actie was de enige aanval die voortvloeide uit Operatie Marion.

In de eerste weken van het proces is de gang van zaken uitgebreid geschetst door kapitein J.P. Opperman, die verantwoordelijk was voor de dagelijkse uitvoering van de operatie. Opperman is de kroongetuige van het openbaar ministerie. De strategie van de verdediging is erop gericht het KwaMakutha-bloedbad af te doen als een slecht uitgevoerde actie van een paar losgeslagen individuen, die niet voortvloeide uit Operatie Marion en waarmee de legertop niets te maken had. De verdediging scoorde vorige week punten, toen sergeant Andre Cloete die samenwerkte met de kapitein, Opperman als “een gek” bestempelde, die “geestelijk in de war” zou zijn toen hij opdracht gaf iedereen in het huis in KwaMakhutha neer te shieten. De aanklagers vertrouwen vooral op de bewijskracht van de geheime documenten, waaruit blijkt dat de “offensieve eenheid” meermalen op het hoogste niveau tussen de ministers en de generaals is besproken. De militairen wisten heel goed hoe gevaarlijk de operatie was. In een memorandum van chef-staf generaal Liebenberg, bestemd voor minister Malan, wordt er op gewezen dat bij de operatie betrokken officieren het risico liepen voor een halsmisdrijf - misdrijf waarop de doodstraf staat - te worden aangeklaagd. De generaals bepleitten daarom destijds al vrijwaring van vervolging. De komende maanden zal de officier van justitie proberen met dit soort documenten het verband te leggen tussen Marion en KwaMakutha.

Het blijft voor velen een raadsel waarom Mangosuthu Buthelezi niet in de verdachtenbank zit. Uit de dagvaarding en de verklaringen van getuigen blijkt de belangrijke rol die de huidige minister van Binnenlandse Zaken speelde. Het verzoek van de Inkatha-leider, die zichzelf altijd roemde om zijn verzet tegen het apartheidsbewind, leidde tot Operatie Marion. Buthelezi was volgens de documenten meermalen bij besprekingen betrokken. Net als Malan liet hij de uitvoering van de operatie over aan zijn ondergeschikten. Er is één verschil: in tegenstelling tot Malan is Buthelezi een zittende minister, in een regering die 'nationale eenheid' in haar vaandel heeft staan en geen escalatie van het conflict in KwaZulu kan gebruiken. Zijn naam zal regelmatig vallen, maar Buthelezi blijft de grote afwezige in de rechtszaal in Durban.

    • Peter ter Horst