Ex-premier Oleksy van Polen niet vervolgd wegens spionage

WARSCHAU, 23 APRIL. De voormalige Poolse premier Józef Oleksy wordt niet vervolgd op de beschuldiging van spionage voor de Sovjet-Unie en Rusland. Na een onderzoek dat enkele maanden heeft geduurd heeft de militaire procureur besloten de zaak te sluiten. Er is geen aanwijzing, aldus procureur Slawomir Gorzkiewicz, dat Oleksy zich aan een misdrijf schuldig heeft gemaakt.

In december, enkele dagen voordat hij zou aftreden, beschuldigde de toenmalige president Lech Walesa de ex-communist Oleksy van spionage. Hij deed dat op basis van een rapport van zijn minister van Binnenlandse Zaken, die tot de conclusie was gekomen dat Oleksy sinds de vroege jaren tachtig contact had gehad met agenten van de KGB en dat hij die contacten tot ver in de jaren negentig had aangehouden. Oleksy ontkende. Hij trad af als premier, maar maakte duidelijk de politiek niet te willen verlaten door zich tot voorzitter van de grootste partij, het ex-communistische Verbond van Democratisch Links te laten kiezen.

Niet bekend

Volgens kolonel Gorzkiewicz “bestaat er geen basis voor een aanklacht tegen Oleksy” en is er “geen direct bewijs” dat deze schuldig is aan spionage. Hij zei Oleksy te hebben verhoord, evenals de agenten van de Poolse geheime dienst UOP die ten tijde van Walesa's bewind als president het materiaal tegen Oleksy hebben vergaard op basis waarvan Walesa hem in december beschuldigde.

De opvolger van Oleksy als premier, Wlodzimierz Cimoszewicz, zei in een reactie dat zijn voorganger (en partijgenoot) onrechtvaardig is beschuldigd. Hij drong aan op een officieel onderzoek naar de vraag hoe dat heeft kunnen gebeuren, omdat “het imago van Polen” schade is toegebracht. Een van de leiders van het Verbond van Democratisch Links eiste gisteren een officieel onderzoek naar de voormalige minister van Binnenlandse Zaken Andrzej Milczanowski, die de bal in december aan het rollen bracht.

Lech Walesa zei gisteren bij de volgende verkiezingen op de affaire-Oleksy te zullen terugkomen. (Reuter, AP, AFP)