Eigenwijze Dulfer toetert lustig door

Concert: Dulfer. Gehoord: 22/4 Melkweg Max, Amsterdam. Herhaling: 26/4 Peppel, Zeist, 29/4 Moustache, Winterswijk, 30/4 Korenmarkt, Arnhem, 3/5 Minerva, Leiden, 5/5 Vlaardingen, Delft en Enkhuizen.

Jarenlang was Hans Dulfer (55) de luis in de pels van de Nederlandse jazzwereld. Sinds hij twee jaar geleden een hit scoorde met het dansnummer Streetbeat, proeft hij het popsucces dat eerder alleen voor dochter Candy leek weggelegd. Dulfer blijft een eigenwijs artiest, die er geen genoegen mee neemt om de digitale trucs van zijn debuut-cd Big Boy zonder meer op het podium te reproduceren. Hoewel in elkaar geknutseld door hetzelfde producersduo is Dig!, Dulfers gisteren gepresenteerde nieuwe cd, een minder door steriele studiotechniek gedomineerde plaat, die zich leent voor grondige herinterpretaties in de live-bezetting. Eigenlijk speelt de groep Dulfer een tamelijke ouderwets soort jazzrock, met nadruk op een dansbare groove en instrumentale hoogstandjes van de fenomenale bassist Izaak van Niel, toetsenman Kino Haitsma en tweede saxofonist Boris Vanderlek.

'Piepen en gieren,' noemt Dulfer de eigen muziek lakoniek. 'We gaan de hele wereld over met die vier deuntjes die we hebben.' Inderdaad scoorde hij vorig jaar een onverwachte hit in Japan, waar dochter Candy momenteel op tournee is. Hoewel ze meespeelde op Dig! moest de presentatie het zonder haar stellen. Daar stonden gastoptredens tegenover van een tapdanser, een Japans gitaarwonder en rapper John Helder, die het als podiumpersoonlijkheid moest afleggen tegen Dulfer zelf. Als een druk gebarende kermisexploitant maande deze het publiek tot reacties.

Anders dan de doorsnee popgroep, beschouwt Dulfer zijn cd als het beginpunt voor muziek waarbij genres gerust mogen vervagen. In enkele nummers werd de sample-basis van de cd gereproduceerd, maar het ging al snel op in een kolkende massa van gitaarlawaai, saxofoongebrom en standvastige funkritmes. Tijdens de toegift controleerde de draadloos doortoeterende Dulfer hoogst persoonlijk of de achterste rijen wel bij de les waren gebleven.

    • Jan Vollaard