De visuele vraagstukken van Mel Bochner in Brussel tentoongesteld; De taal laten kraken in haar voegen

Tentoonstelling: Mel Bochner: Thought made visible 1966-1973. T/m 12 mei. Paleis voor Schone Kunsten, Ravensteinstraat 23, Brussel. Di t/m zo 10-17u. Cat Bfr. 1500.

“Het is niet moeilijk om te begrijpen wat men bedoelt wanneer men zegt dat een voorwerp op een cirkel lijkt, maar wat bedoelt men als men zegt dat een groep steentjes lijkt op het cijfer 10?” De Amerikaanse kunstenaar Mel Bochner (1940) heeft die vraag - in het Engels dan wel - met een stukje krijt op de vloer van het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten genoteerd. De woorden beschrijven een spiraal, ze ontrollen zich als een slakkenhuis van letters. Bochner realiseerde deze Quotation from Brian Ellis voor het eerst in 1972. Nu maakt het werk deel uit van een tentoonstelling, die aan een historische periode uit zijn oeuvre is gewijd: Mel Bochner: Thought made visible 1966- 1973.

Tot 1966 kon je zijn werk in verband brengen met de minimal art, de 'vormzuivere' objectkunst die op de toenmalige Amerikaanse scene prominent aanwezig was. Maar in datzelfde jaar realiseerde Bochner een ongewone tentoonstelling: Working Drawings And Other Visible Things On Paper Not Necessarily Meant To Be Viewed As Art. Dat project bestond simpelweg uit vier ringmappen op een sokkeltje. In die mappen vond je niet alleen fotokopieën van werkdocumenten door hemzelf of door collega-kunstenaars, maar ook informatie die niets met kunst te maken had. Was dit dan kunst? Van een uniek voorwerp was geen sprake meer, Bochner toonde enkel reproduceerbare documenten.

Working drawings... wordt vaak beschouwd als de eerste tentoonstelling van conceptuele kunst. Het is meteen het oudste werk op de tentoonstelling in het Paleis, die verder acht installaties en heel wat werken op papier omvat. De werken op papier geven diagrammen met getallen te zien, illustraties van abstracte begrippen.

Eigenlijk zou je bijna alle werken van Mel Bochner als 'visuele vraagstukken' kunnen omschrijven. Het genoemde Quotation piece is daarvan een heel expliciet voorbeeld. In dat werk stelt Bochner letterlijk een vraag: wat betekent het als je zegt dat een groep steentjes op het cijfer 10 lijkt? Daarmee vestigt hij de aandacht op de problemen die zich voordoen wanneer je stukjes materiële werkelijkheid - stenen of andere voorwerpen - koppelt aan abstracties, zoals getallen, begrippen, meetkundige principes. Zo krijgt in een van zijn werken de stelling van Pythagoras een rare bobbel, als de meetkundige punten door hazelnoten worden vervangen.

Al in 1966 vroeg Bochner zich af wat je met taal kon zeggen over een menselijk individu. Hij nam meteen de proef op de som: op ruitjespapier maakte hij drie portretten van bevriende kunstenaars door uitsluitend woorden te gebruiken. Drie jaar later begon hij met werken die hij heel accuraat 'Measurements' noemde. Met zwarte tape en cijfers in letraset, voorzag hij ruimten of stukken van ruimten van hun afmetingen. In het Paleis voor Schone Kunsten deed hij dat nog eens over, met een deur die deel uitmaakt van de bestaande architectuur. In de entreeruimte van het nabijgelegen Museum voor Schone Kunsten werd de afstand tussen een schilderij en een deuropening aan een meting onderworpen. Die werken roepen de vraag op wat nu het eigenlijke werk inhoudt? De ruimte die gemeten wordt of de meting zelf? Plots gaat je aandacht niet meer naar een 'ding' dat kunstwerk heet, maar naar je omgeving. Een fysieke plaats, maar ook de ruimte van een instituut dat volgens bepaalde conventies kunst toont.

Aan discussiestof geen gebrek bij Mel Bochner. Zijn oeuvre is een vergaarbak van de problemen waarover conceptuele kunstenaars zich de laatste dertig jaar hebben gebogen. Dat maakt de tentoonstelling interessant. Bij momenten is Bochner een lucide kunstenaar. In zijn 'Measurements' bijvoorbeeld, weet hij met de meest elementaire middelen vragen op te roepen als: wat is de grens van een kunstwerk? En: hoe verhoudt het zich tot z'n context? Elders legt hij met lichtvoetige eenvoud uit hoe moeilijk abstracte regels en concrete dingen te verzoenen zijn.

Toch is de tentoonstelling geen openbaring. Te veel van Bochners statements ogen vandaag stoffig, zijn conceptuele spelletjes smaken gedateerd. Maar de beste Bochner maakt een ding duidelijk: elke taal kraakt in haar voegen, als ze je laat proeven van de werkelijkheid.