Coaches willen in Atlanta on-Nederlands hockeyen

BUNNIK, 23 APRIL. Net als in het voetbal heeft het hockey in Nederland een gebrek aan meedogenloze verdedigers. “Wij vallen liever aan. Verdedigen is in onze sportcultuur iets lelijks”, zegt vrouwenbondscoach Tom van 't Hek. “Je hoort hier geen bal over de lijn te schoppen of te slaan.”

Toch eist Van 't Hek van zijn speelsters dat ze dat wel doen. Dat geldt ook voor collega Roelant Oltmans van de mannen. “Goed hockeyen betekent niet alleen aanvallen, maar ook een bal afpakken.” Beide bondscoaches propageren voor de komende Olympische Spelen “zuinig hockey”, ook al wegens de enorme hitte in Atlanta. Volgens de coaches is on-Nederlands hockey de enige kans op succes.

Dat vergt niet alleen een verandering in de tactiek, maar ook in mentaliteit. Van 't Hek is een fervente fan van Ajax en de Amsterdamse ploeg verdedigt door de aanvallers van de tegenpartij ver van het doel af te houden. Maar in het hockey brengt dat spel grotere risico's met zich mee dan in het voetbal. De bal rolt sneller, terugspelen op de keeper mag niet en dan is er nog, zoals Van 't Hek het uitdrukt, “die verrekte strafcorner”.

Van 't Hek is na het olympische kwalificatietoernooi definitief om. Nederland kreeg in Kaapstad van alle deelnemers de meeste doelpunten tegen en het had niet veel gescheeld of de ploeg was er in Atlanta helemaal niet bij geweest. Dat zorgde voor een nerveuze tijd, maar achteraf zegt Van 't Hek “dat het niet mooier had kunnen lopen”. Want iedereen beseft nu dat het menens is. Tot zijn vreugde constateerde de coach dat “de motivatiegraad” bij zijn speelsters de laatste tijd zeer hoog is. Bij de mannen gebeurde ongeveer hetzelfde. De ploeg van Oltmans won in januari Barcelona weliswaar het kwalificatietoernooi, maar daarna ging er ook veel mis.

Het olympisch traject van Van 't Hek en Oltmans vertoont veel overeenkomsten. Beide coaches moeten het in de verdediging doen met spelers die bij hun clubs op het middenveld hockeyen. Daartoe zijn ze gedwongen omdat de grootste talenten meestal op centrale posities worden gezet. Dat is onvermijdelijk en de hockeybond onderneemt geen pogingen daar verandering in te brengen. Aanvallen en scoren blijven de hoogste prioriteiten in het Nederlandse hockey. “Dat is toch ook het mooiste dat er is”, vraagt Gijs van Heumen, technisch directeur van de KNHB en voormalig bondscoach van de vrouwen. “Ik zie veel liever een wedstrijd die in 4-3 eindigt dan in 1-0.”

Van Heumen begrijpt dat Van 't Hek en Oltmans van de Nederlandse lijn moeten afwijken. In het hete Atlanta moet er zuinig met de krachten worden omgesprongen. Bovendien zijn, anders dan in Van Heumens zeer succesvolle periode als coach, de krachtsverschillen in het internationale hockey miniem. Van de 56 kwalificatieduels in Kaapstad werden er slechts vier met meer dan één doelpunt verschil gewonnen. Van Heumen herinnert zich de tijd met zijn vermaarde vader, wijlen Wim van Heumen, destijds bondscoach van de mannen. “Dan gingen we bij elkaar zitten en zeiden 'dat en dat gaan we doen'. Dat werd door iedereen geaccepteerd. Er waren geen voorbeelden. Tegenwoordig heeft iedereen een looptrainer, een videoman en noem maar op. De tijden zijn veranderd.”

Daarom ook zijn de voorspellingen van de Nederlandse bondscoaches voorzichtig. “We gaan echt niet even een medaille ophalen”, zegt Van 't Hek. Hij en Oltmans hopen op een prijs, maar beloven doen ze niets. Bondsvoorzitter Wim Cornelis stelt dat de doelstelling voor Atlanta twee medailles is. Maar de voormalig olympisch chef de mission voegt daar aan toe, dat het behalen van eremetaal een “absolute topprestatie” zou zijn.

Aan de voorbereiding zal het niet liggen. Beide nationale ploegen hebben tot Atlanta een intensief programma vol toernooien, oefenwedstrijden en trainingskampen. Oltmans reist volgende maand zelfs even op en neer naar Maleisië, zodat hij een deel van zijn 25-koppige A-selectie in een toernooi met landen als Australië en India aan het werk kan zien.

De Nederlandse vrouwenploeg opent op 20 juli in Atlanta het olympisch hockeytoernooi tegen het thuisland. “Amerika-uit, altijd lastig”, zegt Van 't Hek.

    • Hans Klippus