Het nieuws van 23 april 1996

Dubbel ontslagrecht

In het artikel 'Ontslagrecht versimpelen' (12 april) stelt professor Van der Heijden ten onrechte dat het dubbele ontslagrecht niet is uit te leggen.

Het instandhouden van de ontslagvergunningenprocedure voor de Regionaal Directeur Arbeidsvoorziening heeft een aantal voordelen die door Van der Heijden worden onderbelicht.

De ontslagvergunningenprocedure biedt de overheid de mogelijkheid zwakkere groepen op de arbeidsmarkt extra rechtsbescherming te bieden. Zo ontvangt de regionaal directeur richtlijnen van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om de achterstand die sommige groepen werknemers als gehandicapten en etnische minderheden op de arbeidsmarkt hebben enigszins te compenseren.

Ook de werkgevers in het midden- en kleinbedrijf, verantwoordelijk voor een niet onaanzienlijk deel van het bruto nationaal produkt, ontlenen aan de ontslagvergunningenprocedure extra rechtsbescherming. De kleine(re) ondernemer kan alvorens een arbeidsovereenkomst te ontbinden het ontslag door een makkelijk toegankelijke regionaal directeur voor de arbeidsvoorziening preventief laten toetsen. Hij loopt anders dan bij de toetsing van het ontslag door de rechter niet het risico tot enorme schadevergoedingen te worden veroordeeld wegens kennelijk onredelijk ontslag. Het ontslag heeft immers nog niet plaatsgevonden.

Verder biedt de preventieve toets de mogelijkheid de overbelasting van de rechterlijke macht te verminderen. Een kwalitatief goede procedure vermindert de noodzaak voor partijen om naar de rechter te gaan.

Voedselproduktie

Het artikel 'Wereld heeft veel meer voedsel nodig', NRC HANDELSBLAD van 15 april, is het intrappen van een open deur. Het is de afgelopen zestig jaar of daaromtrent niet anders geweest en als de groei van de wereldbevolking niet gestabiliseerd wordt, zal het altijd zo blijven.

Het is niet meer van deze tijd een zo'n complex en grootschalig probleem als de wereldvoedselvoorziening vanuit één perspectief, in casu de landbouw te belichten. Inzicht in de samenhang met andere zaken zoals overbevolking, milieu, natuur, demografie en sociale aspecten is essentieel teneinde oplossingen te vinden die duurzaam zijn. In het betoog van Fresco en Rabbinge komt nu een niet van realisme getuigend vals optimisme naar voren; dat is eenzijdig en verwerpelijk.

Enige opmerkingen terzake: - De 'groene revolutie' heeft zijn tijd gehad; produktieverhogingen per hectare zijn marginaal of hebben ecologisch een sterk negatief effect; - Veel landbouwgrond is of raakt uitgeput; jaarlijks gaat acht miljoen hectaren (24 procent van Nederland) aan erosie totaal verloren; - Veel minder geschikte landbouwgebieden zijn reeds in produktie genomen, veelal ten koste van natuurgebieden zoals bossen; - Dat bij landbouw in veel gebieden de afstand tussen mogelijkheid en praktijk groot is, met name in de ontwikkelingslanden, is theoretisch juist. Maar suggereren dat daar een aanzienlijke produktieverhoging daadwerkelijk mogelijk is, getuigt van een absolute onkunde van de door cultuur en traditie bepaalde realiteit; - Een verdubbeling, laat staan een verdrievoudiging van de landbouwproduktie is een onmogelijkheid; het suggereren dat zoiets mogelijk is, komt demagogisch over.

Natuurlijk is op de efficiëntie en slagkracht van de FAO van de VN veel aan te merken. Deze dienen verbeterd te worden hetgeen tot betere resultaten op het landbouwgebied zal kunnen leiden. Maar menen dat het wereldvoedselprobleem opgelost kan worden door 'bestuurlijke' maatregelen, is uiterst naïef.

De wereldproduktie van voedsel is een bevolkingsprobleem, een milieuprobleem en een natuurprobleem. Het uit de wereld helpen van problemen rond de wereldvoedselvoorziening kan slechts bereikt worden na het tot stilstand brengen van de groei van de wereldbevolking, in ontwikkelingslanden maar ook hier.

Metropoolkaart (3)

Geologen beweren dat ons land al geruime tijd om een noord-zuid-as kantelt, het westen verdwijnt in zee en het oosten gaat omhoog, geheel zonder bemoeiing van Lucas Verweij. Wat uw redacteur waarschijnlijk bedoelt is dat (de kaart van) de Randstad gekanteld wordt om een denkbeeldige as loodrecht op het aardoppervlak in de buurt van Alphen aan de Rijn.

Wij zijn al zo gewend geraakt om de noordpijl van een kaart 'naar boven' te verwachten, dat een kleine rotatie als een geniale gedachtensprong wordt ervaren. Onze voorouders waren wat dit betreft flexibeler; de noordpijl stond soms vrolijk naar rechts.

In de stedebouwkunde kom je dus tot vergroting van je 'mentale actieradius' door het wiel wederom uit te vinden. Het kaartje 'Randstad Stadstreinen' verschijnt bijna zestig jaar na zijn Londense voorbeeld. Dit is ongeveer de 'lag time' die een Duitse filosoof in de vorige eeuw aankondigde met het oog op de gebeurtenissen in Nederland ten opzichte van de rest van de wereld. En gelukkig maar, want in welke landelijke hoofdstad lukt het je, zoals in Amsterdam, om in een kwartier met de auto van het westelijke naar het oostelijke stadsdeel te rijden? Misschien alleen nog in Reijkjavik of Oslo; we leven in een 'fool's paradise'.

Maar, let op! Het kaartje is op het oplichterige af misleidend! Het suggereert immers door zijn gelijkenis met soortgelijke kaartjes uit Parijs en Londen dat het hier gaat om een vervoermiddel met dezelfde souplesse, efficiëntie, capaciteit, frequentie en publieksvriendelijkheid als de metro's in genoemde steden. De toerist zal het bedrog te laat ontdekken.

Bij de NS zitten misschien geen stedebouwkundigen, maar wel knappe cartografen; zij hadden zo'n kaartje al jaren geleden kunnen publiceren. Gelukkig is er genoeg zelfkritiek, en gevoel voor wat een gotspe is en wat niet binnen de NS, dat ze dat nooit hebben gedaan. Dat pleit voor ze. Toch nog een lichtpuntje.