Zege voor Olijf

BIJ DE ITALIAANSE parlementsverkiezingen heeft de centrum-linkse coalitie Olijf gisteren de overwinning behaald ten koste van het rechtse blok onder leiding van mediamagnaat Silvio Berlusconi. Dat maakt het mogelijk dat Italië's grootste linkse partij - vroeger communistisch, nu PDS - eindelijk uit de oppositierol komt waartoe zij sinds de proclamatie van de republiek na de Tweede Wereldoorlog gedoemd was. Dat is winst voor de Italiaanse democratie. Een partij met meer dan een vijfde van de Italiaanse kiezers achter zich kan niet eeuwig volgens de logica van de Koude Oorlog regeringsverantwoordelijkheid ontzegd worden.

Het is intussen zeer de vraag of de broodnodige stabiliteit met deze verkiezingen ook maar een stap dichterbij is gekomen. Volgens de voorlopige uitslagen is niet zeker of de Olijf in Kamer en Senaat een meerderheid heeft behaald. Dat kan de groepering onder leiding van de econoom Romano Prodi, een voormalige christen-democraat, bij parlementaire steun voor een regering afhankelijk maken van een communistische splintergroepering of van de wispelturige Liga Nord, de separatistische partij voor Noord-Italië. De Liga steunde twee jaar geleden de rechtse coalitie van Berlusconi. De partij, die met de steun van ongeveer tien procent van de kiezers opnieuw opvallend goed scoorde, kan een doorslaggevende rol krijgen bij het vormen van een parlementaire meerderheid.

EEN GROTE ZWAKTE van de Olijf is haar verdeeldheid. Die kon tijdens de verkiezingscampagne op de achtergrond blijven omdat links en rechts de kiezers meer hebben getracteerd op scheldpartijen over en weer dan op debatten over de manier waarop de grote problemen van het land moeten worden aangepakt. Als deze verkiezingen leiden tot een regering onder leiding van Prodi, zal het bijeenhouden van zijn coalitie van de nieuwe premier een uitzonderlijke manoeuvreerkunst vragen. Het bij elkaar houden van ex-communisten, voormalige christen-democraten en Lamberto Dini, ex-premier en voormalig minister van Financiën van Berlusconi, bij de aanpak van een decennia oud probleem als de torenhoge Italiaanse staatsschuld, is een niet te onderschatten taak.

Berlusconi, de zakenman die twee jaar geleden aankondigde de Italiaanse politiek radicaal te zullen veranderen, kan als verliezer van deze verkiezingen zijn wonden likken. Kiezers hebben afgehaakt omdat ze niet meer geloven in het door hem beloofde wonder van een regering die het land laat functioneren als een zakenimperium. De glans van vernieuwing die hij bracht is snel verdwenen sinds hij, net als veel vroegere christen-democratische en socialistische politici, moet terechtstaan wegens corruptie.

AANGENOMEN MAG worden dat de verkiezingsuitslag tot spanningen zal leiden binnen Berlusconi's rechtse blok. Coalitiepartner Gianfranco Fini heeft met zijn partij van voormalige neofascisten een kleine winst geboekt. Er is alle reden voor hem om Berlusconi's dominerende positie niet meer vanzelfsprekend te aanvaarden en luider dan voorheen te verkondigen dat hij een geheel ander economisch beleid voorstaat dan de mediamagnaat.

Zowel de winnaars als de verliezers staan voor de vraag hoe ze hun coalities kunnen bijeenhouden. In zoverre hebben deze verkiezingen niets nieuws gebracht. Het is een probleem dat traditioneel van Italiaanse politici de meeste aandacht vraagt.