Volkshuisvesting al tijden mooie opstap

Het is in eerste instantie allemaal terug te voeren op de na-oorlogse 'woningnood'. Wat nu de werkgelegenheidsplannen in de verkiezingsprogramma's zijn, waren destijds de woningbouwprogramma's. Eind 1960 is er rond de woningbouw zelfs een heuse kabinetscisis ontstaan. “Er kan geen dakpan meer bij”, beet minister Jelle Zijlstra van Financiën zijn partijpolitieke vrienden van de Anti Revolutionarie Partij in de Tweede Kamer toe die erop stonden dat er 2.500 woningen extra gebouwd zouden worden. De fractie kwam in spoedberaad bijeen in het vlak bij het Binnenhof gelegen House of Lords. Behalve woorden stroomde er ook rijkelijk jenever. De anti-revolutionaren in de Tweede Kamer hielden - assertief geworden door de alcohol - voet bij stuk met als gevolg dat minister-president De Quay de volgende ochtend het ontslag van zijn kabinet indiende.

Tot een kabinetscrisis heeft de volkshuisvesting daarna niet meer geleid, maar wel tot crisisachtige toestanden. Lange tijd waren de debatten over de jaarlijke huurverhoging vermaard. Een debat dat steevast vlak voordat de Kamer met kerstreces ging werd gevoerd. En altijd gingen de zeeën hoog. Nog altijd is de vraag of het onderwerp de politici heeft gemaakt of andersom. Vast staat in elk geval dat heel wat markante politici ooit zijn begonnen als woordvoerder volkshuisvesting: Wim Aantjes, Hans van den Doel, Hans Wiegel, Marcel van Dam, Jan Schaefer, Hans Kombrink, Gerrit Brokx, Enneus Heerma, het is maar een greep uit de lijst met namen van mensen die het vak leerden in de woningsector. Of Pieter Hofstra deze eregalerij ook zal halen? De tijd zal het leren, maar de basis ligt er sinds vorige week.