Pieter Hofstra wacht nog grote toekomst als parlementariër

Dat was dus Pieter Hofstra. Bulderend lid van de VVD-Tweede Kamerfractie, woordvoerder volkshuisvesting en voorzitter van de speciale parlementaire commissie die een onderzoek doet naar het wanbeheer bij de woningbouw vereniging WBL in Limburg. Die laatste functie is er niet meer bij na een interview met Hofstra vorige week in het weekblad Vrij Nederland. Een vraaggesprek waarin de liberaal, die pas sinds 8 september 1994 in de Tweede Kamer zit, zich iets té openhartig toonde. Door meningen te ventileren over het lopende onderzoek maakte hij zich onmogelijk. Iets waar hij vorige week ook zelf, zij het met terugwerkende kracht, van overtuigd raakte. Het gevolg was dat Hofstra én het voorzitterschap én zijn plaats in de commissie opgaf.

Het definitieve einde van een iets te wild Kamerlid? De 'Hofstra-fans' - en dat werden er de laatste maanden op en rond Het Binnenhof met de dag meer - putten hoop uit de laatste zin uit zijn verklaring van vorige week, waarin hij zijn aftreden bekend maakte: “Ik zal mijn normale parlementaire werkzaamheden op de mij gebruikelijke en enthousiaste wijze voortzetten”, meldde Hofstra. De gebruikelijke wijze betekent bij Hofstra recht voor zijn raap. Toen hij eerder dit jaar tijdens een commissievergadering in de Tweede Kamer kenbaar maakte dat mensen niet zo moesten zeuren over huurverhogingen, leidde dit tot dusdanige commotie op de publieke tribune dat de zaal moest worden ontruimd.

Hofstra's vaste 'sparring-partner' is het PvdA-Kamerlid Adri Duivesteijn, ook al geen zachte jongen. Zodra beiden met elkaar in debat gaan, wordt volkshuisvesting volkstheater. Wat dat betreft borduren zowel Hofsta als Duivesteijn door op een reeds lang bestaande traditie. Want bijna niets in de Tweede Kamer leidt al decennia lang tot zoveel spektakel als het volkshuisvestingsbeleid.