Palestijnen komen hun Handvest wijzigen

GAZA, 22 APRIL. Ze komen uit Bagdad, uit Buenos Aires, uit Londen, uit Damascus. De leden van de Palestijnse Nationale Raad (PNC) zitten tot ver na middernacht bij Yasser Arafat in de kale wachtkamer. Arafat laat ze daar zitten, omringd door zwijgende, zwaarbewapende jongens van zijn lijfwacht Eenheid 17, urenlang, zoals hij altijd mensen laat antichambreren. Steeds mag een klein groepje naar binnen, gapend, rokend. Hij kust ze, er komt koffie. Het is bij tweeën in de ochtend. “Bij God, Abu Ammar, onze leider, wat zijn wij blij dat u nog in leven bent!” Tussen twee groepjes door zegt Arafat, die net een komplot heeft opgerold om hem te vermoorden, met een stralende glimlach: “Kijk dan. Deze mensen komen vanuit de hele wereld om mij te zien!”

Vandaag, in Gaza, begint de eerste sessie van de PNC sinds 1988. De leden van de Raad, vertegenwoordigers van Palestijnse gemeenschappen, politieke partijen en vakbonden over de hele wereld, gaan vergaderen over ongeveer alle onderwerpen waarover je kunt vergaderen - het budget, de vluchtelingen, Jeruzalem. Maar verreweg het belangrijkste onderwerp is het afschaffen, of wijzigen, van de bepaling in het PLO-handvest die oproept tot de vernietiging van Israel. Israel wil die uit het Handvest hebben, anders kan het vredesproces niet doorgaan. Veel leden van de PNC voelen daar niets voor. “Wij gaan daar een beetje orders van Israel uitvoeren”, monkelt een PNC-lid. “Zolang er geen Palestijnse staat is, moeten we wat achter de hand hebben om Israel onder druk te zetten.” Toch zal Arafat zijn zin wel krijgen. Want Arafat weet, zoals altijd, precies hoe hij zijn zogenaamde opponenten om zijn vinger moet winden.

Omdat er niet genoeg hotelkamers zijn om de ongeveer 600 PNC-leden te herbergen, is in heel Gaza geen leeg appartement meer te vinden. Hele families kruipen met elkaar in een kamer om de rest van het huis aan de Palestijnse autoriteiten te verhuren. Voor een kamer voor tien dagen kunnen ze immers ruim 1.000 dollar vragen. Arafat betaalt. Intussen lacht hij in zijn vuistje als hij ziet hoe slecht zijn gasten zich in Gaza weten te handhaven. Velen van hen hebben zich jarenlang, vanuit veilige oorden in de diaspora, verzet tegen de vredesbesprekingen met Israel. De Oslo-akkoorden waren verkeerd, Arafat zou Palestina uitverkopen aan de Israeliërs. Maar nu zij hier zijn, raken zij geweldig in de war.

De lokale bevolking besteedt geen enkele aandacht aan hen. Bij de grens tussen Gaza en Israel staat maar een handjevol Palestijnen met spandoeken met 'welkom' erop, om een verre oom of neef te ontvangen. De rest van het volk heeft wel andere zorgen aan het hoofd. Gaza is al bijna vier maanden hermetisch gesloten; 78 procent is werkloos. “Al die kopstukken komen van de maan,” zegt Ahmed, eem winkelier zonder klandizie in Nasser Street, terwijl er net een geweldige tank voorbijdendert - één van de vele symbolen die Arafat dezer dagen uit de kast haalt om te laten zien wie hier de baas is. Veel PNC-leden lopen in hun eentje, of met elkaar, over straat. Als er een minister langs rijdt roepen de mensen: “Kijk, de minister van justitie!” maar als zij, van de PNC, langslopen, gebeurt er niets. Als zij op de televisie zijn, in één van die oeverloze serie-interviews waar Arabische omroepen goed in zijn, dan schakelen de gewone Palestijnen verveeld naar een ander net - naar een soap op de Israelische of Egyptische tv. Heel Gaza heeft het nu over de aanslag op Arafat, die op het nippertje verijdeld is, niet over de PNC-vergadering. Was die aanslag een opzetje van Arafat zelf, vragen mensen zich af, of was het echt? Maar ook: wat moeten wij als Arafat er niet meer is, zonder duidelijke opvolger?

Hier in Gaza beginnen de PNC-leden te beseffen dat ze niets meer voorstellen. Omdat de vergetelheid een verschrikkelijk vooruitzicht is voor mensen die lang wèl status hebben genoten, biedt Arafat de PNC-leden nu baantjes aan. In ruil moeten zij later deze week aan het eind van de vergadering het Handvest wijzigen.

De deur van Arafats kantoor zwaait weer open. Een groep dikbuikige PNC-leden uit Latijns Amerika mag naar binnen, wallen onder de ogen. Hun gezichten klaren op als ze hem zien. Ze omhelzen hem. op de televisie worden vijf samenzweerders getoond die Arafat vrijdag hadden willen vermoorden. “O leider”, zegt één van de mannen met tranen in zijn ogen, “dat u in goede gezondheid oud mag worden!” Arafat glimlacht vergenoegd.