Omstreden kooigevechten het recept voor wereldvrede

EMMEN, 22 APRIL. Een paar minuten voordat het eerste kooigevecht in de Nederlandse geschiedenis wordt gehouden, geeft Alphons Verlinden, alias Black Jack Harris, het recept voor wereldvrede. “Zet de wereld vol met kooien”, zegt de Antwerpenaar. “De mensen zouden elkaar niet meer doodschieten, van achteren doodsteken en er zou geen oorlog meer zijn. Laat ze het maar in die kooi uitvechten.”

Zelf zou de voormalige worstelaar, vader van kooivechter Oswald Verlinden, het in zo'n kooi graag opnemen tegen de “politiekers” die het kooivechten de afgelopen tijd hebben afgeschilderd als een onmenselijke bezigheid, de kwalificatie 'sport' onwaardig. Tegen staatssecretaris Terpstra (sport) bijvoorbeeld, die bokser Regilio Tuur wél op handen draagt. Of tegen de VVD'er Rijpstra, die een initiatief-wetsvoorstel in elkaar timmert om kooigevechten te verbieden. In de Zuidoosthal in Emmen laten beide liberalen zich deze zondagavond niet zien.

Dan verdrinken de woorden van de laatste catch-as-catch-can-vechter van Antwerpen in het volume van de hardrockklassieker Highway to Hell. De rookmachine draait op volle toeren. Uit de mist die de ereplaatsen (à 300 gulden) rondom de kooi en de plaatsen (75 gulden) op de tribunes in rook hult, doemen acht vechters uit verschillende disciplines op, van jiu-jitsu, worstelen en kickboksen tot freefight. In de met gaas omspannen ring, twee meter hoog, zullen zij hun krachten gaan meten; twee Amerikanen, een Oekraïner, een Braziliaan, een Zweed, een Duitser, een Belg en een Nederlander. Echte profs, verzekeren de organisatoren. De ouverture van het Cage Fight Tournament gaat gepaard met gejuich van ongeveer 2.000 toeschouwers. De verwachtingen zijn hoog gespannen.

Nee, het zijn geen leeghoofden die elkaar in de kooi treffen. Dat werd zaterdagmiddag al duidelijk: in een troosteloos winkelcentrum in het Drentse stadje maakten de vechters tijdens een persconferentie al korte metten met de wijdverbreide vooroordelen rondom kooivechten. Daar zaten op het oog aimabele knapen, jongens die weten waar ze mee bezig zijn, geen stoere macho's die roepen dat ze iedereen rauw lusten. Van de zeven vechters die zich zaterdagmiddag voorstelden, zeiden er drie dat ze studeren of gestudeerd hebben. De Duitse kick- en thaibokser Hubert Numrich - twee meter lang, 125 kilo zwaar, kaal op drie lange vlechten na - heeft business-marketing in zijn pakket. Of hij in een gevecht nog plezier van die studie heeft? “Ja, om risico's te calculeren.” De Amerikaanse grondvechter Allen Harris, 23 jaar oud, 1.74 m. lang en 91 kilo zwaar, beschouwt het vechten als een mooie manier om zijn economiestudie te bekostigen. Proefwerken bezorgen hem meer hoofdpijn dan het vechten.

Pagina 17: Op een trap in het kruis na is in Emmen alles mogelijk; Kooivechten minder bloederig dan wielrennen

De 28-jarige Braziliaan kooivechter Eduardo - the rock - Rocha, in 1993 nationaal kamioen jiu-jitsu, smaakte nooit het genoegen van een studie. Hij is gezegend met vechtersbloed. Zijn grootvader was bokser, zijn vader vocht, zijn broers boksen. Met recht draagt hij die middag een T-shirt met in koeienletters BIG BOY erop. De kleine Braziliaan (1,77 meter, 86 kilo) beschrijft met zachte stem de charme van kooivechten: “Het benadert de realiteit het dichtst”. De 24-jarige Tim Tubax (1,96 meter, 91 kilo), bij de Antwerpse politie lid van een interventieteam, is van origine karateka. Hij vecht al veertien jaar. Zijn debuut als kooivechter ziet hij als een geschikte gelegenheid om zijn grenzen te verleggen. “We gaan voor te winnen.”

Zondagavond. Als de hoofdrolspelers van het toneel verdwenen zijn, legt een spreekstalmeester in smoking de spelregels uit. Op straffe van boetes van duizend gulden mogen geen vingers in ogen worden gestoken en mag er niet naar elkaars kruis worden geslagen of geschopt. Verder is alles toegestaan. Dan rennen onder enthousiasme van het vooral uit breedgeschouderde mannen bestaande publiek twee meisjes in badpak naar de kooi. De ene paradeert er met een bord waarop behalve de naam van een sponsor de vechtdiscipline is vermeld van de eerste, Zweedse, deelnemer. Het andere meisje torst een reusachtige Zweedse vlag met zich mee. Voordat de Amerikaanse opponent opkomt, vertonen ze hetzelfde kunstje, nu met de Stars and Stripes.

De Zweed verslaat de Amerikaan in een gevecht dat nog het meeste lijkt op een partijtje worstelen. Weinig opwindend voor het publiek. De tweestrijd speelt zich vooral liggend op de grond af, rake klappen vallen er nauwelijks. De Zweed belist de partij met wat een standaard-wurging wordt genoemd. Een beetje duizelig verlaat de Amerikaan McCully de kooi, naar later blijkt met een gebroken rib en een geperforeerde long. De Zweed mag door naar de volgende ronde.

Partij twee, Oekraïner versus Braziliaan, beperkt zich tot ergernis van het publiek tot 25 minuten worstelen. Het publiek probeert de wanvertoning weg te fluiten, breedgeschouderde kerels roepen dat ze hun geld terug willen. “Jongens, niet zo wild”, wordt cynisch richting kooi geroepen. Ook de opmerking dat het “net twee wijven” zijn wordt veel gehoord. Het moet gezegd: in menige relatie gaat het er wilder aan toe. De twee vechters komen de maximale speeltijd heelhuids door. De Braziliaan is de lichtste van de twee, dus wint de partij.

Voor meer actie zorgen de Nederlander Willie Peeters, twaalfvoudig Nederlands kampioen worstelen, en de Amerikaan Allen Harris. Sportinstructeur versus student. Een paar harde vuistslagen en wat kopstoten verder is de Amerikaan uitgeschakeld en gaat “Willlieeeee Peeeteeeeers”, aldus de speaker, een ronde verder. In de daaropvolgende partij wordt de Belgische politieman Tim Tubax door tegenstander Hubert Numrich tegen de regels in met een vinger in het oog geprikt en in het kruis geschopt. Als de twee scheidsrechters gewoon laten doorvechten, gooit Tubax' begeleider de handdoek in de kooi. De Duitser wint, maar komt even later Willie Peeters tegen, de Nederlander die later op de avond ook de hoofdprijs van 20.000 dollar mee naar huis zal nemen.

In de kleedkamer herstelt een verbouwereerde Tubax van zijn eerste kooigevecht. Voor het eerst “sinds de straat” vocht hij vanavond met blote handen. “In het begin wel een raar gevoel.” Organisator Henk Kuipers stapt de kleedruimte binnen. De Belgische delegatie confronteert hem met het onreglementaire gedrag van de 37-jarige Numrich, de George Foreman van het kickboksen. “Die discussie moet je niet met mij voeren, maar met de scheidsrechter”, zegt Kuipers kortaf. Naast de organisator staat een man in smoking met een centimetersdikke bundel bankbiljetten in de hand. “Het enige wat ik kan doen, is je gage afrekenen.” Kuipers vertrekt met Black Jack Harris, Tim Tubax blijft niet minder ontgoocheld achter. Hij reconstrueert de kniestoot die hem in het kruis raakte: “Pats, in mijne zak. Dat is een verboden techniek.” Een van de scheidsrechters komt de kleedkamer binnen om tekst en uitleg te geven. De Duitse kniestoot in het kruis was volgens hem niet opzettelijk. “Gezwam”, oordeelt Tubax, die met verwaarloosbare wondjes uit de strijd is gekomen. De arbiter geeft hem een troostend tikje op de schouder: “Het spijt me voor je, pik.”

In de finale komt Willie Peeters tegen de Braziliaan Rocha uit. Voor een spiegel pept de Nederlander zich op. Als hij wordt aangekondigd, prevelt Peeters, bijgestaan door drie begeleiders, in de hoek van de zaal een schietgebedje. Hij slaat een kruis en sprint naar de kooi. En wint. Met venijnige kopstoten en harde vuistslagen op het hoofd van de Braziliaan. Even later knuffelt Peeters in de kooi zijn vriendin, een fragiel teddybeertje temidden van spierballengekletter.

Kooivechten verbieden of niet, dat is de vraag. De tegenstanders gaven elkaar na afloop van elk gevecht netjes een hand, er vloeide minder bloed dan bij een willekeurige wielerwedstrijd en het publiek ging na afloop van een vermakelijk avondje uit keurig zijns weegs. Volgens de politie bleef het na het eerste kooigevecht in Nederland nog lang rustig in Emmen.

    • Ward op den Brouw