Navelstaarderij en tegendraadsheid op Springdance

Springdance Utrecht. Pour la fin du temps. Concept en uitvoering: Jan Ritsema. Gezien 20/4, Ottone.

José Navas, vier solo's. Choreografie William Douglas, José Navas. Gezien 19/2 Theater Kikker. Nog te zien 27/4, Utrechtse School, met 1 extra solo.

Solstice-duo. Choreografie en dans: Héla Fattoumi, Eric Lamoureux. Gezien 19/4 Akademietheater.

Het Utrechtse festival voor moderne dans Springdance heeft ook tijdens de achttiende editie het experiment hoog in het vaandel staan. Voor theatermaker Jan Ritsema lijkt het daarom de plaats bij uitstek om als danser te debuteren. Willen is kunnen, moet hij gedacht hebben toen hij besloot om dat op Messiaens strijkkwartet Quatuor pour la fin du temps te doen. Dat Messiaen zijn leven lang iedere niet zuiver muzikale uitvoering van zijn religieuze composities verbood, en dat de weduwe van de componist daar sinds zijn dood even strikt in is, was al bekend. Toch repeteerde Ritsema acht maanden op juist deze muziek, om pas kort voor de première te moeten aanvaarden dat het écht niet mocht. De onvervaardheid waarmee Ritsema doorrepeteerde op Messiaen en zijn besluit dan maar op te treden met live uitgevoerde muziek van onder meer Alan Berg, Bach en Anton Webern, kenmerkt het enthousiasme waarmee hij danst.

Anil Ramdas beschreef afgelopen vrijdag in het Cultureel Supplement van deze krant nog het dilemma van de dansende man: het toont wie hij echt is, maar maakt van hem geen 'echte man' van het kaliber dat filmhelden ons jarenlang voorspiegelden. De man die danst is te buigzaam om zo'n onverzettelijk karakter te kunnen voorwenden. Toch is de dansende Ritsema net zo koppig. Lenig is hij niet en hij heeft zo weinig dansersconditie dat hij vaak moet uithijgen. Als een ingedommelde uil zit hij dan minutenlang voor zich uit te staren. Maar Ritsema wil vertederend graag. Choreografisch stelt het allemaal weinig voor. Ritsema's balanceren op twee benen en een arm terwijl hij naar de muziek luistert, oogt lachwekkend gekunsteld. Maar zo'n oordeel is, nu met Messiaens muziek de bodem onder de voorstelling is weggeslagen, eigenlijk ongepast. Ritsema doet vooral denken aan een heer die, na een dag vol masculiene beheersing, thuis loos gaat bij zijn favoriete cd's. Te gewoontjes voor een publiek, maar de dansende man geniet.

De Venezuolaan José Navas oogt juist androgyn, met zijn kostschooljongen-gezicht met vuurrood geverfde lippen. Hij is elegant als een fee en heeft de power van een bokskampioen. Met dit verschil dat Navas geen feeërieke gewichtloosheid opzoekt en de kleine snelle sprongetjes van de bokser niet maakt. In zijn vier solo's While waiting, Flak, Celestiales en Postdata lijkt hij vaak met de grond vergroeid. Navas danst met zijn bovenlijf en armen en onvoorstelbaar met zijn hoofd: in Celestiales rolt dat hoofd op een aria van Strauss minutenlang razendsnel rond op zijn romp als de ultieme headbang-variant voor klassieke muziek. Zijn armen golven intussen onmogelijk tegendraads de lucht in. Ofschoon de vier solo's - en vooral de drie van Navas - choreografisch zeer de moeite waard zijn, is het vooral Navas' heel secure en zinnelijke danskunst die ze al op de derde dag van Springdance tot een hoogtepunt van het festival maakt.

Het Franse chorografenduo Héla Fattoumi en Eric Lamoureux werd tijdens de vorige editie van Springdance bewierookt. Het een uur durende duet Solistice-duo dat ze nu dansen, misstaat op dit festival door langdradigheid en clichématig navelstaren. Zo voorspelbaar als verliefde mensen die vertellen hoe ze elkaar kregen, zo verloopt ook deze voorstelling. Pas als ze elkaar na drie kwartier vol nauwelijks opzienbarende bewegingen eindelijk hèbben, volgt er even een voorzichtig duet waarin de een de ander liefdevol optilt en op schoot neemt. Maar dan is de irritatiegrens al ruim overschreden.

    • Margriet Oostveen