Jazzpianist Jasper van 't Hof voelt zich dicht bij Gorssel eerder een Europeaan dan een Nederlander; De flexibele 'Tastenvirtuose' wil 'back to basics'

Cd's van Jasper van 't Hof verschenen o.a. bij Challenge, JARO, VeraBra en Limetree. Deze maand verschijnt de cd Freezing Screen, met Greetje Bijma en Pierre Favre, bij ENJA Records.

Jasper van 't Hof kwam niet lang geleden aan op een muziekfestival in Le Mans. De Nederlandse culturele attaché in Frankrijk die een afvaardiging uit de 'royaal gesubsidieerde Nederlandse geïmproviseerde scene' opwachtte, vroeg: “Wat doet u hier? U komt op mijn lijst niet voor.” Van 't Hof: “Het kwam niet in zijn hoofd op dat ik was uitgenodigd als Europees muzikant.”

Jazzpianist en componist Jasper van 't Hof (Enschede, 1947) heeft twintig platen en cd's onder eigen naam gemaakt in de afgelopen vijfentwintig jaar en hij speelde mee op nog eens veertig albums mee. Met internationale musici, uit de klassieke, jazz- of wereldmuziek-hoek, toert hij de hele wereld af. Zijn ritmische pianistiek en zijn romantische melodiek worden gewaardeerd. Toch heeft hij, zoals hij zelf zegt, “als cultuurgoed geen profiel in Nederland”.

Het is “hard sappelen” voor een muzikant die voor zijn levensonderhoud nog altijd afhankelijk is van docentschappen op verschillende (Nederlandse) conservatoria, maar dat zie je niet af aan Van 't Hof. Op 't land rond Deventer bewoont hij met zijn vrouw en twee kinderen een verbouwde boerderij met aanpalende geluidsstudio. Om de haverklap piept Van 't Hofs mobiele telefoon. Hij is zijn eigen agent. De pianist antwoordt in alle talen - behalve in het Nederlands.

In 1992 maakte Van 't Hof een Nederlandse comeback met een kwartet met Dick de Graaf, Eric van der Westen en Henk Zomer. Na een cd en een korte tournee is de groep echter opgeschort. “Het Hollandse circuit hangt van amateurisme aan elkaar”, meent Van 't Hof. “Jazzpodia worden vaak gerund door welwillende hobbyisten. Op een van mijn concerten zag ik een bord aan de buitenkant hangen: 'Jasper van 't Hof Kwartet, vrij entree'. Ik werd woedend! In Duitsland en Frankrijk is het doodnormaal om dertig mark of honderdtwintig franc entreegeld te vragen. Hier moet je er op zijn minst een cd bij doen, anders komt er niemand.”

Meer succes heeft Van 't Hof momenteel met zijn kwartet met Paul van Kemenade en John Engels. In het kader van een, zoals hij het zelf noemt, 'Wiedergutmachung'-tournee treedt zijn kwartet op in een tiental plaatsen over de Duitse grens.

Met Duitsland onderhoudt Van 't Hof warme betrekkingen. Niet alleen is zijn Afrikaanse fusionband Pili Pili er sinds de oprichting in 1985 een zeer populaire live-act (van de debuut-cd werden ruim 100.000 stuks verkocht), ook zijn andere solo-optredens en duo-optredens, met de Amerikaanse saxofonist Bob Malach, genieten aanzien. Duitse critici zien in Van 't Hof een 'Tastenvirtuose' die op aanstekelijke wijze zowel 'Kopf-' als 'Bauchmusik' weet te maken. Daarmee doelen ze op Van 't Hofs aanstekelijke combinatie van dansbare (poly)ritmiek en modernistische experimenten.

Het recentste Duitse project betrof een samenwerking met stemkunstenares Greetje Bijma en de Zwitserse slagwerker Pierre Favre. Van 't Hof schreef in opdracht van de Südwestfunk de compositie Freezing Screen, voor synclavier, stem en slagwerk. Het zeventig minuten durende, theatrale stuk werd op het festival voor hedendaagse muziek in Donaueschingen door de pers geprezen als 'die Neue Musik'. “In de kritieken stond dat het publiek wegliep bij Stockhausen en Cage. Bij ons bleven ze tot het eind zitten”, schreeuwt Van 't Hof door de opname heen die hij op een hoog volume laat horen in zijn studio.

De vorig jaar in Duitsland, en inmiddels ook in de VS, uitgebrachte cd Face to Face met drummer Aldo Romano en tenorist Ernie Watts is van een heel ander kaliber. Hier toont van 't Hof zich een door de wol geverfde beboppianist. In het cd-boekje verklaart hij zich een aanhanger van de 'back to basics'-filosofie. Zoekt hij aansluiting bij de jonge generatie bebop-musici die, ook in Nederland, succes hebben?

“De voorliefde voor bebop heeft zich in mijn hart genesteld toen ik vijftien was. Dagenlang luisterde ik naar platen van het John Coltrane kwartet (met Mc Coy Tyner op piano, VF). Helaas heb ik hen nooit zien optreden. Toen ik ging musiceren was het hoogtepunt voorbij. Maar mijn gevoel voor die muziek is nooit overgegaan. Nu heb ik ook het idee dat ik antwoord kan geven op de interacties die routiniers als Romano en Watts aangaan.”

Van 't Hof is een kind van de jaren zeventig, de 'tweede Gouden Eeuw', waarin de bomen tot in de hemel groeiden. De mode schreef jazzrock 'en ander elektrisch spektakel' voor, die in Nederland succesvolle bands met zich meebracht als Focus, Exception en Association. In die laatste band, waarin drummer/leider Pierre Courbois een mengsel van jazzrock en free jazz voorstond, probeerde Van 't Hof vrijwel elk toetseninstrument uit dat op de markt kwam: van de Hohner pianette tot de PPG Wave Computer - een soort Duitse Moogsynthesizer - en de befaamde Fender Rhodes elektrische piano. Een paar keer leverde dit pionierswerk Van 't Hof een vermelding op als beste toetsenist in de Critics Poll van het Amerikaanse blad Down Beat.

“Een plaat als Bitches Brew van Miles Davis maakte enorme indruk op ons”, zegt Van 't Hof. “Het ging niet meer om de snelle noten, maar om de atmosfeer. Van wah-wah, pioinnnggg en oe-ie-aaah: langgerekte, al dan niet vervormde akkoorden. Een toetsenist als Joe Zawinul volgde ik op de voet.

“In 1973 kreeg ik een telefoontje van Jean-Luc Ponty. Ik woonde in Doetichem op een boerderijtje. Of ik bij hem kon komen invallen.” Ponty verhuisde naar de band van Frank Zappa en Van 't Hof richtte zijn eerste eigen groep Pork Pie op met de overige bandleden - de Belgisch/Britse gitarist Philip Catherine en de Amerikaanse altsaxofonist Charlie Mariano. Pork Pie's live-concerten waren berucht. Later leidde de samenwerking met Catherine tot de hit Sleep my love (1979). Deze zomer, zo meldt Van 't Hof, staat een revival-cd op stapel van Pork Pie, op instigatie van het Keulse cd-label Intuition.

In Amsterdam heeft Van 't Hof niet gewoond, wat merkwaardig is, omdat daar het onbetwiste muziekcentrum lag in de jaren zeventig. “Ik heb nooit kunnen aarden in de Bimhuis-kliek. Men wist wel dat er in het oosten des lands een pianist rondliep, maar daar hield het mee op. Mijn eigen blik was meer over de grens gericht, op wat er gebeurde in Parijs, Berlijn en München.”

Hoewel hij bekent stil te verlangen naar Amsterdam, gebruikt hij al tien jaar Gelderland als uitvalsbasis. “Gorssel is hier de grote stad”, lacht Van 't Hof, “want daar is een postkantoor. Als ik thuiskom van een tournee uit Kopenhagen, Polen of Johannesburg, zoals afgelopen jaar, kijk ik uit het raam en dan zie ik een koe staan. Heerlijk.”