Antroposofen laten 'racistische' Steiner niet vallen

Uitspraken van Rudolf Steiner, grondlegger van de antroposofie, over negers en indianen, zorgden onder antroposofen èn niet-antroposofen onlangs voor beroering. Veel antroposofen kunnen maar moeilijk afstand nemen van de bepaalde ideeën van Steiner. “Het is een beetje een oubollige club met eurocentrische ideeën over Christus en het individualisme.”

“Haal even een stuk touw!”, roept Piet van IJzendoorn zijn oudste zoon toe, terwijl hij op zijn Zweedse klompen naar de stal rent. “Snel! Anders zijn we straks uren bezig de koeien terug te drijven.” Op het erf van de biologisch-dynamische boerderij Zonnehoeve bij Zeewolde, Zuidelijk Flevoland, heeft het stalhek het begeven en dreigen de koeien uit te breken. De zeventig koeien staan op een zogeheten potstal, een grote stalsoort die aan de zuidzijde open is. “Ze hebben de ruimte en kunnen rustig herkauwen. Ze staan hier ook in de winter. Het stro en de mest geeft hun voldoende warmte”, zegt Van IJzendoorn.

In 1982 begon Van IJzendoorn (46) samen met zijn vrouw 'te pionieren', zoals hij zelf zegt. “Er stond hier niets. Het was helemaal kaal.” De boerderij is een gemengd bedrijf van 50 ha groot. Ook beheert Van IJzendoorn 100 ha natuurgebied bij de Oostvaardersplassen, waar hij de koeien en zijn paarden laat grazen. Een windturbine voorziet de boerderij van elektriciteit. Op het erf staat sinds 1991 ook een maalderij, waar de tarwe op ambachtelijke wijze wordt gemalen, en een bakkerij, waar zestig soorten zuurdesembrood wordt gebakken.

Wat Zonnehoeve onderscheidt van andere landbouwbedrijven is dat er wordt geproduceeerd in een vrijwel gesloten kringloopsysteem: er is geen mestoverschot en de mineralenbalans is 'op orde'. De koeien krijgen 'kuil', gras gemengd met klaver. Krachtvoer hebben ze nauwelijks nodig. “De zon schenkt krachten, waardoor we op aarde kunnen leven. Klaver haalt stikstof uit de lucht. De koeien eten dat en ik krijg zo stikstofrijke potstalmest. Dat is gezond voor plant en bodemleven. De aarde wordt daardoor alleen maar rijker”, vat Van IJzendoorn zijn landbouwfilosofie samen.

Van IJzendoorn werkt volgens de biologisch-dynamische methode, gebaseerd op de principes van Rudolf Steiner, grondlegger van de antroposofie. “Ik heb veel van Steiner geleerd, maar ik ben niet dogmatisch”, zegt Van IJzendoorn. “In de gangbare landbouw wordt roofbouw gepleegd. De rekening wordt doorgeschoven naar de toekomst.” Volgens Van IJzendoorn kan landbouw niet aan de vrije markt worden overlaten. “Kijk maar naar die gekke-koeienziekte. Dat komt door de technocratische, kort-door-de-bocht economie”, aldus Van IJzendoorn, die sinds enkele weken ook melk levert voor de Engelsen.

Volgens het antroposofisch georiënteerde tijdschrift Jonas heeft Steiner in 1923 al op de gevaren gewezen wanneer koeien vlees zouden eten: “Het gevolg zou zijn dat als die os vlees ging eten, zich ontzaglijke hoeveelheden urinezouten in hem gingen afzetten, die zouden naar zijn hersens trekken en de os zou gek worden. Als we de proef zouden kunnen nemen om een kudde ossen opeens met duiven te voeren, dan zouden we een hele troep dolle ossen krijgen”, aldus Steiner die in het blad wordt geciteerd.

De biologisch-dynamische landbouw is een van de zogeheten 'werkgebieden' waarop de antroposofie werkzaam is. De antroposofie (Grieks: anthroopos, mens en sophia, wijsheid) is begin deze eeuw uit esoterische kringen ontstaan en is in hoofdzaak gebaseerd op de ideeën van Rudolf Steiner (1861-1925). Steiner, die secretaris was van de Duitse Theosofische Vereniging, kwam in 1913 in aanvaring met de theosofen: hij weigerde de Indische geestelijke leraar Krishnamurti als de nieuwe incarnatie van Christus te zien. Nog in hetzelfde jaar werd de 'Antroposophische Gesellschaft' opgericht. Steiner gaf lezingen die druk werden bezocht en publiceerde ook zelf. Samen met zijn aanhangers vestigde hij zich in het Zwitserse Dornach, een soort Mekka voor antroposofen.

De antroposofie nam sindsdien een grote vlucht: er was nagenoeg niets, waarover Steiner zijn licht niet liet schijnen: landbouw, economie, onderwijs, wetenschap, gezondheidszorg, architectuur en kunst. Gepoogd werd al die gebieden in een samenhangend systeem onder te brengen.

In de wereld zijn naar schatting 50.000 antroposofen, van wie de meesten in Duitsland en Zwitserland leven. Nederland, waar 5.000 mensen lid zijn van de Antroposofische Vereniging, komt op de derde plaats. Verder zijn er antroposofen in de andere Europese landen, ook in Oost-Europa, en in Noord- en Zuid-Amerika, Egypte, Kenia en Zuid-Afrika.

Volgens Steiner is de mens een individueel, geestelijk wezen, dat - in tegenstelling tot planten en dieren - beschikt over een 'ik', dat streeft naar geestelijke vervolmaking. Door de zondeval is de mens in zichzelf verdeeld geraakt en proberen twee boze, destructieve machten de geestelijke ontwikkeling van de mens af te remmen: Lucifer en Ahriman. De luciferische machten verleiden de mens tot illusoire denkbeelden, de ahrimanische machten kluisteren de mens vast aan de materiële aspecten van het bestaan. Maar er is ook hoop. Volgens Steiner zijn er sinds de komst van Christus ook 'christus-krachten' werkzaam: zij bieden de mensheid nieuwe 'ontwikkelingsmogelijkheden', waardoor er weer een nieuwe harmonie op aarde kan ontstaan. In dit verband spelen begrippen als karma en reïncarnatie een cruciale rol in de antroposofie. Onder karma wordt verstaan het resultaat van alle handelingen die de mens tijdens zijn aardse bestaan heeft verricht.

Door 'scholing' in de 'geesteswetenschap' - die pretentie heeft de antroposofie - kan de mens zich bewust worden van zijn vorige levens. Hij kan 'schouwen' in de wereld van geestelijke wezens als engelen, demonen, kabouters en trollen, die voor de gewone mens niet waarneembaar zijn, maar die wel invloed uitoefenen op zijn individuele levenlot. Op die manier kan de mens ook te weten komen welke ontwikkeling hij later nog heeft te gaan.

Volgens publicist en antroposoof Jelle van der Meulen moet de antroposofie niet dogmatisch worden opgevat. “Er zijn twee soorten antroposofen: zij die Steiner zien als iemand die de waarheid openbaart die absoluut overeind moet blijven en diens denkbeelden over karma als alibi gebruiken voor zaken die niet door de beugel kunnen. En verder 'ervarings-antroposofen' die uitgaan van hun eigen ervaringen en die een vrijmoedige houding hebben tegenover Steiner.” Sjablonen als 'rekkelijken' en 'preciezen' gaan voor de antroposofie niet op, zegt Van der Meulen: “Het grote misverstand zit in het beeld dat mensen van Steiner hebben. Alle Steiner-biografieën zijn hagiografieën. Daar zit de kern.”

In Nederland manifesteert de antroposofie zich vooral in drie 'werkgebieden': landbouw (biologisch-dynamisch), onderwijs (Vrije Scholen) en gezondheidszorg (artsen, geneesmiddelen, heilpedagogische instituten). Maar antroposofen beschikken ook over een eigen afkickcentrum, 'organische' architecten, een bank, bibliotheken, buddy's, een conferentieoord, hoveniers, een zelfstandige kerkgenootschap De Christengemeenschap, levensmiddelenwinkels, meubelmakers, muziek en dans (euritmie), organisatie-adviesbureaus, psychologen, speelgoedwinkels, tandartsen, tijdschriften en uitgeverijen.

Is de antroposofie in Nederland een zuil? Paul Mackay (49), voorzitter van de Antroposofische Vereniging in Nederland (AViN), denkt van niet. Dat de antroposofen op zoveel maatschappelijke gebieden actief zijn komt vooral door hun “enthousiasme, dat ze willen delen en uitdragen”. Mackay zit wat bedremmeld in de zonnige serre van een villa aan de Boslaan in Zeist, waar het secretariaat van de AViN is gevestigd. Het zijn drukke tijden voor Mackay, die tevens directeur is van de antroposofische Triodos Bank, eveneens gevestigd in Zeist, waar vele antroposofische instituten resideren. Mackay heeft zich de woede van een groep antroposofen op de hals gehaald, omdat het bestuur in februari advertenties plaatste in enkele dagbladen, waarin afstand werd genomen van een mogelijke rassenleer bij Steiner.

Aanleiding was het radioprogramma Het voordeel van de twijfel van de Humanistische Omroep, dat op 19 februari werd uitgezonden en waarin Christof Wiechert, voormalig vice-voorzitter en toen nog beoogd voorzitter van de AViN, begrip probeerde op te brengen voor omstreden uitspraken die Steiner heeft gedaan over negers en indianen. Steiner zou onder meer zwangere vrouwen afgeraden hebben negerromans te lezen omdat ze anders mulatten zouden baren, en ook hebben beweerd dat de uitroeiing van Indianen een onontkoombaar lot was. Na de uitzending viel de Nederlandse pers over de vice-voorzitter heen. Vooral Wiecherts uitspraak over de “vitaliteitsoverschotten” bij gekleurde spelers van Ajax, “die jij en ik zo niet bij de hand hebben”, werd veelvuldig geciteerd. Wiechert trad af.

“Die situatie heeft ons veel pijn gedaan”, zegt Mackay. “Als bestuur wilden wij de verantwoordelijkheid op ons nemen door een standpunt tegenover racisme en discriminatie in te nemen. Het verwijt dat antroposofie racistisch zou zijn, dook om de zoveel tijd op. Als je dat ontkent, gooi je zand in je eigen ogen en sluit je discussie uit. Dan zeg ik: gooi de zaak open en onderzoek alles. We leven in deze wereld.”

Steiner had een enorm charisma, zegt de antroposoof Hugo Verbrugh, arts en universitair hoofddocent filosofie aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam, die binnen de antroposofische gemeenschap geldt als een enfant terrible. “Ook nu heeft Steiner grote invloed op mensen die zoeken naar pseudo-spirituele zekerheden: ze nemen alles klakkeloos over wat hij heeft gezegd. Er zijn antroposofen die bijna iedere scheet van Steiner inblikken en voor heilig verklaren. Een aantal van hen heeft therapie nodig.” De kern van het probleem ligt in het 'hyperindividualistische' karakter van de antroposofie, zegt Verbrugh. “Veel antroposofen zijn zo met zichzelf bezig, dat ze moeite hebben zich in anderen te verdiepen. De kracht van de antroposofie is tevens haar zwakte.”

In het Duitse Flensburg heeft een groep kritische antroposofen racistische uitspraken van Steiner gebundeld en gepubliceerd in het kwartaaltijdschrift Flensburger Hefte. In Nederland probeert Toos Jeurissen, moeder van twee kinderen die op een Vrije School in Zutphen zitten, leraren en ouders bewust te maken van de racistische vooroordelen in de Vrije School-pedagogie. Jeurissen (een pseudoniem) schreef het boekje 'Uit de Vrije School geklapt', maar onder antroposofen in Nederland krijgt zij weinig steun.

Zijn er in Nederland geen kritische antroposofen? “Duitsland is gewoon wat waakzamer geweest, wij in Nederland hadden de discussie in de jaren tachtig al moeten voeren”, zegt Wijnand Mees, oud-docent aan de Zeister Vrije School. “Men heeft van Steiner een goeroe gemaakt. Antroposofen moeten leren om voor zichzelf te denken en te spreken. Maar denk niet dat antroposofen Steiner laten vallen!” Volgens Mees moet er “heel kritisch” naar Steiner worden gekeken en is het Vrije School-onderwijs dringend aan vernieuwing toe.

Dat is ook de mening van Jelle van der Meulen: “Op de Vrije Scholen moet een hoop struikgewas verdwijnen. Leraren die kinderen leren dat negers dikke lippen hebben, horen op geen enkele school thuis.” Van der Meulen vindt de uitspraken van Steiner over negers en indianen “zonder meer racistisch”. “Rudolf Steiner heeft nooit een neger gezien. Dat weet ik bijna zeker.”

Is de antroposofie toch gevaarlijk? De Amsterdamse hoogleraar filosofie en spiritualiteit Otto Duintjer vindt van niet: “Het is een beetje een oubollige club met eurocentrische ideeën over Christus en het individualisme.” Er zitten “wel waardevolle elementen” in, aldus Duintjer, die uitgaat van “integere bedoelingen” van antroposofen.

Duintjer heeft wel “drie spirituele hoofdbezwaren tegen de antroposofie”. Allereerst de 'persoonlijkheidsverering' van, het 'autoriteitsgeloof' in en het 'onfeilbaarheidsaureool' rond Steiner, “terwijl dat toch maar een eindig mens is geweest die zijn eigen beperkingen had”. Vervolgens de “volledig ingevulde” wereldbeschouwing op allerlei levensgebieden, bijvoorbeeld dat het goed in voor de ontwikkeling van het kind om de bof en de mazelen te krijgen. “Zelfs het katholicisme heeft zich in tweeduizend jaar niet in zoveel details vastgelegd.” En ten slotte “de enorme nadruk op de in feite zo irrelevante occulte en astrale tussenwereld waarin allerlei onzichtbare geestelijke en half-geestelijke wezens invloed hebben op de mensheid”.

Dat antroposofen maar moeilijk afstand kunnen nemen van bepaalde ideeën, wijt Duintjer aan hun “fundamentalistische relatie” met Steiner. “Ik hoop niet dat antroposofen zo sektarisch blijven. Als ze dat zelf inzien, zouden zij een stuk vrijer kunnen worden.”