Stil slikken

Ben van der Velden roept in het artikel 'Stil slikken op eigen voorschrift' (Z 30 maart jl.) een onjuist beeld op van de arts als snoepende stiekemerd die met wat extra controle en enige regeltjes misschien nog te corrigeren is. Het artikel gaat stilzwijgend uit van twee meer gehoorde misvattingen: 1. Artsen zijn beter en/of sterker dan andere stervelingen. 2. Toegang tot de gezondheidszorg (hier: het hebben van een huisarts) is een garantie voor een probleemloos leven.

Een arts leeft over het algemeen niet met misvatting 2 en weet wat van de eerstelijns gezondheidszorg te verwachten: medicatie voor gangbare zaken bijvoorbeeld. Een arts die ervoor kiest om geen eigen huisarts te nemen heeft geen baat bij extra regeltjes. Die zullen de arts in ieder geval niet behoeden voor verslaving en psychisch problemen. Als de getergde arts wel zo'n probleem ontwikkelt kampt deze meer dan normaal met gêne: de omgeving leeft immers met misvatting 1.

Wat in het artikel grondig beschreven wordt, is niet een probleem van artsen, maar eerder een verschil in verslavingspraktijk tussen artsen en niet-artsen. Dankzij zijn/haar positie verwerft een verslaafde arts gemakkelijker drugs (en zal dus langer 'onopgemerkt' verslaafd zijn) dan een verslaafde niet-arts. Gelukkig heeft de verslaafde arts net als iedereen de neiging zichzelf te beschermen.

Wat doorklinkt in het artikel is pure jaloezie. Is de vrijheid van artsen te groot? Of mogen artsen niet dezelfde zwakheden hebben als andere stervelingen? Als het verslavingsprobleem onder artsen zo groot is als geschetst, is het beter eens in te gaan op de problemen die de arts naar de fles doen grijpen. Ik ken er al twee: de hoge eisen die de maatschappij aan artsen stelt en de regelgeving.

Uit de gemelde cijfers blijkt volgens mij juist dat artsen ondanks hun eventuele problemen heel behoorlijk functioneren. In het onderzoek van Lens naar slecht functionerende specialisten in Noordhollandse ziekenhuizen functioneerde 95% van de tweeduizend specialisten dus goed. Van de 93 specialisten die slecht functioneerden, hadden er slechts tien (0,5 % van het totaal) een probleem met alcohol, drugs of depressie. Het vermenigvuldigen van het percentage alcoholisten (7,3 % van de Nederlanders) met het totaal aantal artsen leert mij hooguit dat die 2.555 alcoholische artsen heel wat minder problemen veroorzaken dan eenzelfde percentage alcoholisten onder automobilisten of kapiteins.