Runge/Friedrich

In haar lezenswaardige bespreking van de Runge/Friedrich-tentoonstelling die in het Van Gogh Museum te zien is, maakt Lucette ter Borg een vergelijking tussen het werk van Caspar David Friedrich en Jacob van Ruisdael (NRC HANDELSBLAD, 9 april). Van de laatstgenoemde heet het: “Zijn onderwerp was de natuur. Zijn schilderijen bevatten geen moraal, geen verborgen boodschap [..] In zijn eenvoudige lofzang op de natuur en de elementen was Van Ruisdael revolutionair”. Friedrichs Kruis in de bergen was daarentegen “geen ode aan de natuur [..] men stoorde zich aan het feit dat Friedrich een allegorische betekenis had gegeven aan de paar dennenbomen op de top van de berg met het kruis”.

Het is de schrijfster blijkbaar ontgaan dat er serieuze kunsthistorici zijn volgens wie Ruisdaels werk (evenals dat van zijn tijdgenoten) allerminst een 'eenvoudige lofzang op de natuur' is en wel degelijk een verborgen boodschap bevat, en wel een religieuze: als beeld van een vergankelijke wereld waarin de mens slechts tijdelijk hoeft te verblijven. Een dergelijke opvatting past beter bij het van godsdienstige verwachting doortrokken denken van de zeventiende eeuw dan het projecteren van een modern 'natuur'-begrip op die periode. In deze visie was Caspar David Friedrich, die anderhalve eeuw later werkte, een uitloper van een veel oudere traditie.