President houdt zich schuil na een muiterij in Bangui

BANGUI, 20 APRIL. Volgens militaire bronnen in de hoofdstad van de Centraal-Afrikaanse Republiek Bangui, is de president van het land, Ange-Felix Patasse, naar een Frans militair kamp gevlucht nadat onder soldaten muiterij was uitgebroken omdat hun salarissen drie maanden lang niet waren uitbetaald.

De hoofdstad is door de soldatenopstand geheel verlamd. De muitende soldaten kaapten autos en kwamen in botsing met presidentiële troepen.

Volgens de Franse radio zijn ten minste negen mensen gedood en veertig gewond geraakt.

Franse troepen zijn uitgerukt om de (Franse) bewoners van de stad te beschermen. Gisteren voerden Franse helikopters de hele dag surveillance-vluchten uit.

President Patasse, die niet meer in het openbaar is gesignaleerd sinds het uitbreken van de opstand, afgelopen donderdag, verzekerde gisteren in een telefonisch vraaggesprek voor de Franse radio dat de salarissen inmiddels zijn uitbetaald.

“Ik vraag alle eenheden weer naar hun barakken terug te keren omdat de salarissen vanochtend zijn betaald. Ik vraag hen niet toe te geven aan politieke manipulatie”, aldus Patasse. De radiozender maakte niet bekend waar de president vandaan belde.

Regeringsfunctionarissen in Parijs zeiden dat de voormalige Franse koloniale troepen het presidentiële paleis bewaken maar ontkenden dat de president zich schuilhoudt op een Franse militaire basis.

De Franse regering, die Patasse ondersteunt, riep in een verklaring op tot “terugkeer naar orde en respect voor de democratisch gekozen instituties van de Centraal-Afrikaanse Republiek onder het gezag van president Patasse.”

Een woordvoerder van de muitende soldaten zei dat hun protest louter materieel geïnspireerd was. “Het is niet onze bedoeling om het regime aan het wankelen te brengen. President Patasse is democratisch gekozen.”

De Centraal-Afrikaanse Republiek, die na een staatsgreep tussen 1966 en 1979 werd beheerst door de als een despoot regerende Jean-Bedel Bokassa, is een van de armste landen in de wereld. De kroning van Bokassa tot keizer, in 1977, slokte naar schatting een kwart op van de jaarlijkse inkomsten van het land. Bokassa werd later veroordeeld voor moord en kannibalisme.

President Petasse heeft sterke oppositie te verduren van aanhangers van de voormalige militaire leider, Andre Kolingba. (Reuter)