Kasten vol goud

MARJA KEYSER, J.F. HEIJBROEK, INGEBORG VERHEUL e.a.: Frederik Muller (1817-1881). Leven en werken

319 blz., geïll., Walburg Pers 1996, ƒ 49,50

De tentoonstelling 'Frederik Muller 1817-1881: pionier in het boekenvak' is van 22 april tot 14 juni te zien in de Tentoonstellingszaal Universiteitsbibliotheek, van maandag t/m vrijdag van 11 tot 16 uur. Adres: Singel 425 Amsterdam. De Bibliotheek van de Vereeniging is van dinsdag t/m vrijdag geopend van 9.30 tot 13 uur.

Wie voor het eerst de bibliotheek van de Koninklijke Vereeniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels bezoekt, zal niet meteen onder de indruk zijn. De bibliotheek bevindt zich in een van de vele uithoeken van de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam. Zo op het eerste gezicht is het niet veel meer dan een studiezaal. Er staan wat leestafels, aan de muur hangen een paar schilderijen en er staan opvallend veel kaartenbakken. Drie maanden geleden is er nog een flink stuk van de studiezaal afgesnoept en sindsdien stuit je bij binnenkomst meteen op een manshoge, eikenhouten kaartenbak.

Zelfs de boeken in de kasten bieden op het eerste gezicht weinig reden tot opwinding. Er staat een complete reeks van het Nieuwsblad voor den Boekhandel, onder lelijke, oranjebruine schoolkaftjes blijkt een complete set van het tijdschrift Vaderlandsche Letteroefeningen schuil te gaan en er staan vele meters bibliografische naslagwerken. Het mooiste meubelstuk in de zaal is een hoge, fraai beschilderde 18de-eeuwse kast bij het raam. Deze kast bevat een prachtige collectie boeken uit het fonds van A.C. Kruseman, maar dat moet je weten, want hij zit op slot. Argeloze bezoekers zullen wellicht even de schouders ophalen. Is this all there is?

Net als bij veel andere bibliotheken moet je met de Bibliotheek van de Vereeniging, zoals zij in de wandeling wordt genoemd, leren werken. Pas als je beter in de boekhistorie thuisraakt, ontdek je dat je met de boeken in de studiezaal de meest complete verzameling bibliografische naslagwerken over de geschiedenis van het Nederlandse boek in al zijn facetten binnen handbereik hebt. Geen andere bibliotheek in Nederland heeft bijvoorbeeld alle jaarboeken, naamlijsten, registers en repertoria van Brinkman bij elkaar staan, en al helemaal geen doorschoten, met aantekeningen verrijkte exemplaren.

Je raakt pas goed doordrongen van de ongelooflijke rijkdom van deze bibliotheek als je wegwijs wordt in de vele kaartenbakken. In het 'Apparaat Hellinga' bijvoorbeeld kun je in een handomdraai nagaan dat de enorme boekencollectie van de Leidse hoogleraar Matthias de Vries, om er eens iemand uit te pikken, in april 1893 werd geveild bij Martinus Nijhoff in Den Haag. Tien minuten later ligt er een geannoteerd exemplaar van de veilingcatalogus op tafel, waarin je precies kunt nazien wie er bij deze boekverkoping aanwezig waren en wat de boeken opbrachten. Het 'Apparaat Enschedé' bevat een kaartcatalogus van Nederlandse gedrukte werken van vóór 1800, alfabetisch geordend op de namen van drukkers en uitgevers. En dan heb je nog kaartenbakken die toegang bieden tot mappen met prospectussen en personalia van vrijwel alle uitgevers, boekhandelaars en drukkers die ooit in Nederland actief zijn geweest. Jaarlijks komen er van hedendaagse veilinghuizen, antiquariaten en uitgeverijen uit binnen- en buitenland wagonladingen drukwerk bij.

Bij nader inzien blijkt de Bibliotheek van de Vereeniging een boekhistorisch zenuwcentrum te zijn dat via talloze lijntjes toegang biedt tot een collectie die, verspreid over de Universiteitsbibliotheek in Amsterdam en dependances in de Bijlmer, ruim 7 km in beslag neemt, met onder meer 2.300 affiches, 9.000 foto's en portretten, 31.000 letterproeven, 200.000 boekencatalogi, ruim 700.000 stuks personalia en prospectussen en de complete financiële archieven van uitgevers als Becht, Kruseman, de Wereldbibliotheek en Luchtmans, de illustere voorloper van Brill. Plus archieven van vakorganisaties als de Koninklijke Nederlandse Uitgeversbond en de Nederlandse Vereniging van Antiquaren. Alles bij elkaar gaat het om een collectie die haar weerga niet kent. “Bij mijn weten bestaat er nergens ter wereld zo'n grote, boekhistorische collectie”, aldus Marja Keyser, de achtste bibliothecaris van deze bibliotheek.

Pornografie

Dit jaar viert de Bibliotheek van de Vereeniging dat zij in 1845 werd opgericht door Frederik Muller (1817-1881). Ter gelegenheid hiervan wordt vanaf maandag a.s. in Amsterdam een tentoonstelling over Frederik Muller gehouden, tevens is zojuist een boek verschenen over diens leven en werk. In de loop van dit jaar zullen nog twee uitgaven verschijnen om het 150-jarig bestaan van de bibliotheek te vieren: de 'Catalogus van Nederlandse Letterproeven uit de Verzameling van de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam' en een beschrijvende inventarisatie van de brieven van vóór 1900 in de Bibliotheek van de Vereeniging. Een paar jaar geleden was het nog heel gewoon dat je, snuffelend in de map personalia van een of andere uitgever, stuitte op allerlei brieven en andere handschriften, maar met een subsidie van OC&W worden die er nu allemaal uitgehaald, apart opgeborgen en beschreven.

Het boek over Frederik Muller is prachtig geworden. In 23 hoofdstukken beschrijven deskundigen aspecten uit leven en werk van deze energieke boekhandelaar, veilinghouder, uitgever, antiquaar en bibliograaf. Zo schrijft J.F. Heijbroek over de prentenverzamelingen van Muller, A.R.A. Croiset van Uchelen beschouwt zijn antiquariaatscatalogi en Chantal Keijsper en N.H. Kool beschrijven Muller als veilinghouder. Bijna honderd pagina's zijn uitgetrokken voor een bibliografisch overzicht van de antiquariaatscatalogi van Muller, zijn veilingcatalogi, fondslijst en publicaties van en over hem.

In haar bijdrage 'Frederik Muller over erotica' toont Marja Keyser Muller van een onverwachte kant. In 1876 steigert Muller wanneer een boekhandelaar openlijk in het Nieuwsblad vraagt om een exemplaar van P. Boddaerts Erotische gedichten. Een en ander leidt tot een discussie met het bestuur van de Vereeniging, waarin Muller zijn standpunt over pornografie uiteenzet. Hij blijkt niets tegen de literair verantwoorde erotica van Boccaccio, Casanova en zelfs De Sade te hebben, maar van boekjes als Grietje de stopster, Het reukwerk van Venus en Boddaerts prikkelpoëzie moet hij niets hebben. “Deze boeken zijn alle geschreven en gedicht, om de grootste obsceniteiten in den slechtsch mogelijken vorm te zeggen. Zoo U deze boeken niet kent, moogt U er dankbaar voor zijn. Ze vergiftigen de imaginatie, en daarom moet mijns inziens de boekhandel zich niet leenen dergelijk vergif te verspreiden, maar dit aan bordeelen overlaten en anderen die het in het geheim doen.” De grondlegger van de wetenschappelijke bibliografie in Nederland vond zelfs dat porno niet in biblografieën moesten worden opgenomen.

De bijdrage van Kees Thomassen, conservator bij de afdeling Bijzondere Collecties van de Koninklijke Bibliotheek, bewijst andermaal dat er op het gebied van de boekhistorie nog steeds schatten voor het oprapen liggen. Hij schrijft over het album amicorum van Muller, een losbladig vriendenboek met persoonlijke opdrachten en versjes, dat tijdens de voorbereidingen voor het jubileum onverwachts opdook bij een van de nazaten van Muller. Een andere nazaat bleek een nog onbekend portret van Muller te hebben, dat nu op de kleine, maar interessante tentoonstelling in de Universiteitsbibliotheek te zien is.

Je hoeft maar een dagje op de Bibliotheek van de Vereeniging rond te snuffelen om te beseffen dat daar talloze, vergelijkbare schatten zijn op te diepen. Boekgeschiedenis is als wetenschap in opkomst, maar desondanks wordt de Bibliotheek van de Vereeniging jaarlijks slechts door tweeduizend mensen bezocht. Ongetwijfeld speelt hierbij een rol dat de bibliotheek zo weinig geld krijgt dat zij slechts vier ochtenden in de week open is. En mogelijk laten sommigen zich bij een eerste bezoekje door de weinig imposante behuizing ontmoedigen. Wie dat doet, maakt een kapitale fout, want duik eens in zo'n kast of kaartenbak en het goud schittert je tegemoet.