Groene pionier krijgt harde concurrentie

Na zestien jaar pionieren als 'groene' bank krijgt Triodos Bank opeens concurrentie van de financiële grootmachten. De kleine bank in Zeist, zelf inmiddels een multinational met al het vervuilend vliegverkeer voor medewerkers vandien, zoekt nieuwe werkterreinen. Tussen commercie en ideologische diehards.

De spanning tussen de 'groene' en menswaardige doelstelling en de gêne om de vlieguren vretende internationale zaken, springt uit het jaarverslag van de Triodos Bank naar voren. In het eerste deel van het verslag vermeldt Triodos de reguliere financiële cijfers, zoals alle banken dat doen, het tweede deel bevat het eerste milieuverslag.

De schaamte om de vervuiling en verspilling die onvermijdelijk gepaard gaan met bankieren en vuile handen maken “is de prijs die wij moeten betalen”, vindt directeur drs. P. Blom, een van de twee bestuurders van de bank. Meer dan de helft van de dertig Triodos-werknemers in Nederland gaat weliswaar lopend of fietsend naar het kantoor in Zeist (Blom zelf overigens niet, hij komt per auto uit Amsterdam). Daartegenover staat dat de medewerkers veel meer moeten vliegen voor de toenemende internationale activiteiten, zoals naar het nieuwe kantoor in Engeland en voor de financieringen van ontwikkelingsprojecten.

Zestien jaar geleden was Triodos, gevestigd in een energiezuinig kantoorpand, een pionier in financieringen van milieubewuste en vernieuwende projecten, waarvoor de deelnemers elders in het bankwezen geen financieringen konden vinden. De gevestigde financiële instellingen zagen Triodos Bank niet staan, ook al kwamen de oprichters mede uit de kring van de top van de toenmalige NMB.

Dat beeld van een zonderling in de haute finance is langzaam maar zeker gewijzigd en de afgelopen maanden ging het wel heel snel. De vaandeldragers van het kapitalistische systeem lijken de groene pioniers van weleer te overvleugelen. Hoogtepunt was de aankondiging vorige week door bank en verzekeraar ING dat zij een binnen enkele weken een Postbank Groen gaat opzetten voor de financiering van milieuprojecten, zoals stadsverwarming, windmolens en (delen van) elektriciteitscentrales.

Postbank Groen moet over een paar jaar een miljard gulden financieringen hebben gedaan, zei ING-bestuurder G. van der Lugt bij de aankondiging. Postbank Groen krijgt om te beginnen ruim 10 miljoen gestort kapitaal, een bedrag waarvoor Triodos Bank jarenlang heeft moeten sappelen. Het financiële establishment van Nederland heeft de aantrekkingskracht van 'groen' ontdekt, dat is inmiddels duidelijk. Voor de Postbank met haar groene evenknie op de proppen kwam, lanceerde de Rabobank met Robeco al een groen beleggingsfonds dat in luttele dagen bij enthousiaste particulieren bijna 450 miljoen gulden ophaalde. Daarna volgde ABN Amro met een groen fonds dat nog eens 80 miljoen gulden wist aan te trekken bij particuiliere beleggers.

Is Blom niet bang dat deze financiële instellingen de pionier de wind uit de zeilen zullen nemen? “Tuurlijk zullen er mensen zijn, die nu niet bij ons komen sparen, maar naar een van de andere banken stappen. Ik vind het belangrijker dat de actie van grote banken mensen wakker maakt en bevestigt dat deze financieringen een volwassen zaak zijn geworden. Het ploegt meer markt om.”

Blom heeft op één punt wel ernstige twijfel: dat de grote financiële instellingen deze fondsen niet opzetten uit betrokkenheid met groene projecten, maar als fiscaal extra gunstige financieringsbron voor investeringen die anders ook wel gedaan zouden zijn, zij het dan tegen iets hogere kosten. En daarvoor is de fiscale vrijstelling voor investeringen in groene projecten, die staatssecrateris Vermeend van Financiën ruim een jaar geleden wettelijk heeft geregeld, eigenlijk niet bedoeld.

“De fiscale voordelen geven voor die banken de doorslag, niet het feit dat men graag groene projecten wilde financieren”, zo zegt Blom. “Tot voor kort dacht men: dat is zo'n kleine markt, niet interessant. Maar na die fiscale incentive veranderde die houding, en als er dan een schaap over de dam is volgen er meer. De ene bank wil niet onderdoen voor de andere.”

Tussen de financiële grootmachten is Triodos een dwerg: 53 medewerkers (per eind 1995), kantoren in Nederland, België en Engeland, een kredietportefeuille van 170 miljoen gulden, bijna 280 miljoen gulden aan spaargelden en andere toevertrouwde middelen en 652.755 gulden winst, ruimschoots voldoende om beleggers hun beloofde dividend van 3 procent uit te keren.

“Wij hebben 3000 aandeelhouders”, vertelt Blom. “Die gaat het er niet om of wij nu 3 procent dividend uitkeren, of 5 procent. Maar rendement moet er wel zijn, daarop worden wij getoetst.” Naast de privé-aandeelhouders zijn er ook de professionals, die het hen beschikbaar gestelde vermogen moeten beheren, zoals het Juliana Welzijn Fonds, enkele congregaties en verzekeraar Delta Lloyd, met wie de bank ook een zakelijke relatie heeft. De verzekeraar belegt de gelden die klanten storten op hun koopsompolis in een fonds (het Meerwaarde Beleggingsfonds) dat ethisch verantwoorde beleggingen doet.

Triodos Bank gaat in haar openheid in het jaarverslag zeer ver: het salaris (inclusief 109.000 gulden pensioenlasten) van de twee directeuren gezamenlijk staat tot op de gulden nauwkeurig vermeld - 396.724 gulden - evenals het aantal bedrijfswagens in Nederland - vijf met lpg/benzine, twee turbo diesel. Maar eén geheim onthult ook zij niet: de stille reserves, die banken gebruiken om verliezen op leningen aan klanten weg te werken, zonder dat spaarders het merken, zodat zij niet ongerust worden. “Wij conformeren ons wat dat betreft aan de bedrijfstak”, zegt Blom. Volgend jaar zullen de banken daarmee overigens ophouden en worden de bedragen publiek.

Voor de Triodos Bank is dat even slikken. Als een van de weinige banken is zij nog volledig onafhankelijk en daarmee overgeleverd aan het vertrouwen van het publiek. Zij heeft geen sterke moeder die als reddende engel kan optreden. De Triodos Bank zou nog wel baat kunnen hebben bij het continueren van geheimhouding, beaamt Blom. “Op de vergaderingen van de Nederlandse Vereniging van Banken hebben wij daar ook vragen over gesteld”, vertelt hij. “En dan zegt het bestuur: kunnen wij dat na afloop van de vergadering even bespreken. Zo is het gebruik nu eenmaal. Vergaderen om na afloop antwoorden te geven.”

In de slag om de groene spaarder moet Triodos niet alleen opboksen tegen de grote financiële partijen, maar ook tegen de Haagse bureaucratie. De groene regeling die andere banken nu tot voordeel strekt, werkt op een perverse manier tegen Triodos zelf, zo legt Blom uit. Het Biogrond Beleggingsfonds, een Triodos-initiatief van jaren geleden dat leningen verstrekt voor de biologische landbouw, is tot nu toe gestruikeld bij het halen van het groene keurmerk. De boosdoener is de passage in Vermeends groene regeling dat alleen projecten van na 14 juli 1994, de datum dat het wetsontwerp gereed was, onder de fiscale vrijstelling vallen.

Het opnemen van een tijdsbegrenzing moest misbruik van de regeling uitsluiten, maar zorgt nu ook dat er een opmerkelijk concurrentieverschil kan ontstaan. Biologische landbouwers van na 14 juli zijn goedkoper uit dan de pioniers, die niet onder de regeling kunnen komen omdat zij al eerder de hand aan de ploeg sloegen. Blom: “Er zijn kamervragen over gesteld. Het ministerie van Landbouw staat achter ons. Op het ministerie van Financiën ziet men ook dat het niet eerlijk is. Het zal veranderd worden, wordt ons verzekerd, maar het is nog steeds niet gebeurd.”

Nu de Triodos Bank zichzelf niet alleen bewezen heeft, maar de grote financiële instellingen ook haar voorbeeld volgen, moet de bank nieuwe wegen zoeken om de voorsprong vast te houden. Blom ziet in de 'groene geld golf' naar de concurrerende banken een uitgelezen kans om het concept van 'groen bankieren' een nieuwe dimensie te geven. “Wij hebben ervaring met de ontwikkeling van groene projecten. Daarin kunnen wij een voortrekkersrol spelen, en met de andere banken samenwerken.” Een voorbeeld daarvan is het Windpark Kreekraksluis, waarin het Windfonds, een ander initiatief van de Triodos Bank, deelneemt in het risiocodragende aandelenkapitaal, terwijl het groene fonds van de Rabobank en Robeco een lening heeft verstrekt. Verder rekent Blom op de banken en andere grote beleggers als Triodos Bank binnenkort nieuwe aandelen gaat uitgeven om haar groei te financieren.

Nu er opeens zoveel geld bij andere financiers beschikbaar komt, wil Blom van de nood een deugd maken en de ontwikkeling van groene projecten een grote stap vooruit helpen. Windenergie is, mede dankzij vroegere (maar inmiddels geschrapte) subsidies en de invoering van marktwerking en fiscale prikkels financieel wel haalbaar. Natuurontwikkeling - herwinnen van landbouwgrond als natuur - is dat nog niet. Hetzelfde geldt in zijn visie voor zonenergie: wel potentie, maar een laag aanvangsrendement dat commerciële ontwikkeling hindert. “De overheid moet niet de criteria verruimen voor groene projecten, zoals de banken suggereren”, vindt Blom. “Er moet juist goedkoop geld beschikbaar komen voor nieuwe, echte milieuprojecten, die anders niet van de grond komen. Daar is het ons om begonnen.”

Al is de Triodos Bank vanwege haar afkomst een buitenbeentje, het is ook een echte, degelijke bank, die onder het normale toezicht staat van de Nederlandsche Bank. De oppervlakkige buitenstaander zou vermoeden dat financiering van 'softe', maatschappelijk relevante projecten hogere financiële risico's met zich mee brengt dan de kredietverlening aan het 'gewone' bedrijfsleven van de commerciële banken. In de praktijk blijkt er geen noemenswaardig verschil te zijn, zo hebben de directeuren van de Triodos Bank van de centrale bank mogen vernemen.

In de netto winst van zeseneenhalve ton die de bank in 1995 maakte, zitten ook de aanloopkosten van de nieuwe kantoren in België en Engeland. “Dat zegt wel iets over het rendement genererend vermogen dat hier is opgebouwd”, vindt Blom. In Duitsland heeft de bank zoveel innige contacten met zusterbanken, dat er geen plannen zijn voor een eigen vestiging. De Duitsers zijn bovendien heel anders in hun aanpak, heeft Blom gemerkt. Nederlanders zijn meer ingesteld als kooplieden, die wel genoegen nemen met minder rendement of een lagere rente, maar zij willen in elk geval iets uit de strijd slepen. In Duitsland zijn ze bereid om te zeggen: voor het milieu? Dan ook geen rente.

De expansie in de omringende landen is niet gebaseerd op enige strategie, zo legt hij onomwonden uit. Vanuit Engeland en België bestond gewoon grote interesse voor een bank à la Triodos en die druk was op een gegeven moment niet meer te weerstaan. Zo wil de bank het ook: een sterke lokale basis, met mensen die zelf behoefte voelen aan een groene bank die menswaardige projecten financiert. Net als in de beginjaren in Nederland levert dat eerst een groeiende stroom van spaargelden op, en daarna komen de projecten waarin het geld kan worden geïnvesteerd.

Blom haalt het jaarverslag erbij om het wisselende verloop van spaargelden en kredieten door de afgelopen zestien jaar heen te illusteren. Na Triodos' oprichting groeiden de spaargelden als kool, daarna viel de stijging volledig stil (“wij stopten met adverteren”), begonnen de kredieten te lopen en dreigde even een probleem toen de leningen sneller stegen dan de spaargelden. Met name de laatste vijf jaar gaan de twee lijnen steil omhoog. “Elke directeur zou die grafiek graag aan de muur willen hebben. Het gaat zo hard omhoog, dat het wel een cartoon lijkt.”

Als enige bank in Nederland geeft de Triodos Bank de spaarders inzicht waar hun toevertrouwde middelen terecht komen: culturele projecten, natuur en milieu, sociale economie. Een nieuwe variant daarop is de zogeheten Red Ribbon rekening: een spaarrekeing waarvan de rente geheel of gedeeltelijk ten goede komt aan het Aids Fonds.

Triodos wil ongeveer 50 tot 75 procent van de toevertrouwde middelen ook werkelijk weer uitlenen. Waarom niet meer? Blom: “Meer dan 50 procent is al een hoog percentage, als je naar andere banken kijkt. Wij moeten nu eenmaal ook het nodige geld achter de hand hebben om aan opvragingen van spaargeld te kunnen voldoen. Als een spaarder zijn geld wil opnemen, kan ik moeilijk naar een klant stappen en zeggen: los je krediet maar vervroegd af, want er zijn spaarders die wat van hun geld willen opnemen.”

Blom erkent dat dit bancaire beleid bij de diehards in eigen gelederen nog wel eens kritische vragen oproept. “Die willen dat wij al ons geld investeren, en niets op deposito zetten bij andere banken.” Die doen er toch maar foute zaken mee. Al zet de Triodos Bank wel geld uit bij andere banken, van de wereld van jojo-ende dollars, dealing rooms en financiële markten houdt de bank zich verre. Blom schaamt zich er niet voor een ouderwetse bankier te zijn, die content is dat hij het geld van 'kleine' spaarders kan verzamelen en weer kan uitlenen aan 'kleine' ondernemers. “Dat geeft een maatschappelijke meerwaarde.”

    • Menno Tamminga