Gemeentebelasting sneller gestegen dan inflatie

DEN HAAG, 20 APRIL. De gemeentelijke belastingen zijn het afgelopen jaar aanzienlijk meer gestegen dan het inflatiepercentage. Dit was vorig jaar 1,8 procent, de belastingen stegen landelijk met 5,7 procent tot een gemiddeld bedrag van 673,19 gulden. Een inwoner van Den Haag betaalt driehonderd gulden meer: 973,27 gulden.

Den Haag heeft daarmee gemiddeld de hoogste gemeentelijke belastingen van de 32 gemeenten met meer dan 100.000 inwoners. Dit blijkt uit het Belastingoverzicht Grote Gemeenten 1996 dat deze week is aangeboden aan staatssecretaris Van de Vondervoort (Binnenlandse Zaken).

Den Haag was vorig jaar ook al de stad met de hoogste gemeentelijke belasting en wordt dit jaar gevolgd door Rotterdam, Utrecht, Leiden en Amsterdam. De hoofdstad int twee keer zoveel parkeergeld als vorig jaar, in totaal ruim 104 miljoen gulden, bijna 19 procent van de totale belastinginkomsten. Voor Rotterdam en Den Haag lag dat percentage op hooguit 5 procent, ofwel elk zo'n 20 miljoen gulden.

Het gemiddelde bedrag aan gemeentelijke belasting per inwoner levert enigszins een vertekend beeld op. Zaken als hondenbelasting, parkeergeld en leges voor vergunningen, paspoorten en rijbewijzen zijn er namelijk bij inbegrepen. Maar iemand die hond noch auto heeft, betaalt daar uiteraard geen belasting voor. Marktgelden, scheepvaartrechten en precariobelasting (wegens het gebruik maken van gemeentegrond, bijvoorbeeld door terrassen, uithangborden en leidingen) zitten ook in de gemeentelijke belasting en die worden evenmin door alle burgers gedragen.

Woonlasten, de verzamelnaam voor de onroerende-zaakbelasting, rioolrechten en afvalstoffenheffing, moeten daarentegen wel door iedereen worden betaald. Gemeten per woning zijn de woonlasten in Lelystad het hoogst met 1.262,27 per jaar, 260 gulden meer dan 1995. De gemeente staat onder curatele van het rijk wegens financieel wanbeheer en moet met tariefsstijgingen weer in het juiste spoor worden gebracht. Lelystad wordt gevolgd door Den Haag, Hilversum, Leiden en Zaanstad, dat vorig jaar de hoogste woonlasten had. Tilburg, Amsterdam, Zoetermeer, Almere en Dordrecht zijn met woonlasten tussen de 850 en 900 gulden de goedkoopste steden om in te wonen.

De gemeenten doen volgens Van de Vondervoort hun uiterste best de belastingen zo laag mogelijk te houden. Dat komt volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten omdat burgers gemeentebestuurders rechtstreeks kunnen aanspreken op de hoogte van tarieven.

In totaal innen alle gemeenten 9,2 miljard gulden aan lokale belastingen. In verhouding met de rijksbelastingen is dat een marginaal bedrag: 5 procent. De gemeentelijke heffingen zijn dan ook bij lange na niet de voornaamste inkomstenbron van een stad of dorp en dekken de begroting gemiddeld voor 14 procent. Het rijk is de grootste inkomstenbron via het zogenoemde Gemeentefonds ter waarde van in totaal 20 miljard gulden. De komende drie jaar zal de verdeling van dit bedrag ingrijpend wijzigen. 'Arme' steden die een centrumfunctie vervullen krijgen een hogere uitkering ten koste van de omliggende en meer draagkrachtige gemeenten die op het Gemeentefonds moeten inleveren.