Eerbetoon aan het vuilnisbakkie

SAUËR & VAN KOLFSCHOTEN: Straathondenencyclopedie

111 blz., geïll., Thomas Rap 1995, ƒ 28,50

Nu Golden Retrievers van de lopende band rollen omdat ze zo mooi in het ideale gezinsbeeld en de Volvo stationcar passen, oververhitte poolhonden aan een lijntje deel uitmaken van het straatbeeld en je hooguit met een kolossale Pyrenese berghond in suburbia nog de aandacht trekt, is een vuilnisbakkie eigenlijk wel zo leuk. De kynologische bibliotheek is uitgebreid, maar vertoont een lacune: rasloze honden, of zij die in één persoon erg veel rassen vertegenwoordigen, komen er nauwelijks in aan bod. Wie kijkt er om naar het vuilnisbakkenras, dat slim, vrolijk en aanhankelijk zoveel harten verblijd heeft?

De straathondenencyclopedie doet een welkome poging dat gat te dichten. Het is een onvervalst eerbetoon aan de 'gewone' hond. Het boekje is geen encyclopedie. En gaat eigenlijk ook niet over straathonden. De oorsprong van de besproken dieren ligt weliswaar op straat, maar ze hebben allemaal een toegewijde verzorger. De formule is simpel. Gitte Sauër en Christa van Kolfschoten maakten zomaar ergens buiten foto's van honden uit deze vergeten groep en spraken met de uitlaters hun karakter, leeftijd en mogelijke afkomst door. Ongetwijfeld een tijdrovend karwei, want van de doorsnee hondebezitter kom je, eenmaal aan de praat over zijn huisdier, niet makkelijk af. Beknopt geven ze hun bevindingen weer: vermelding van de kruising en de niet-ras kenmerken: leeftijd, sekse, hoogte, uiterlijk, en een korte kenschets van de levensinstelling van de honden. Alfabetisch geordend op naam passeren ze de revue, van Arjen die ondanks fors formaat altijd in de vensterbank wil zitten, tot Zeno die bij de slager het plakje leverworst weigert - hij houdt alleen van kwaliteitsvlees.

Onbekend maal onbekend

De foto's zijn prettig alledaags, de tekstjes zijn dat ook, en in die sobere vatting komen deze honden tot hun recht: stuk voor stuk uniek. Het boekje bevat veel mooie bastaarden die een eigen ras verdienen. Maar de mooiste joekel is natuurlijk die waaraan alles net even buiten proportie is. Die eigengereid is, maar onveranderlijk 'lief'. De kruisingsschema's gaan terug tot hooguit drie vermeldingen. Zoals bij Echelzebub, het produkt van herdershond-terriër maal keeshond. Vaak luidt de kruising 'onbekend maal onbekend'. Maar andere eigenaren spreken liever trots van 'totale kruising' Esther of van 'Fries herdertje' Femke.

Hoe is het met de samenstelling van het vuilnisbakkenras-bestand gesteld? Cijfers ontbreken, maar dit boekje bevestigt in ieder geval het vermoeden dat vooral terriërs doortastend zijn op het vlak van reproduktie zonder toezicht. Ook is er instroom van honden die ongetwijfeld een bijdrage zullen gaan leveren - menige vakantieganger ontfermt zich in het buitenland over een noodlijdend dier.

Er zijn een paar trieste gevallen, waaraan je in één oogopslag ziet dat het nooit meer helemaal goed komt. Femmie, teckel maal onbekend, “... is nogal bang voor vreemden en eigenlijk voor alles'. Fred, bastaard herder, lijdt soms aan melancholie. Van anderen spat de levenslust weer af. Pitbulls treden ze met open armen tegemoet, ze springen op tafel omdat ze van overzicht houden of graven gaten die ze vervolgens bewaken. Honden zijn consequent in hun gewoonten en standvastig in hun oordelen. In drie, vier zinnen zie je eigenlijk een heel hondeleven voorbij komen dat sympathie oproept; zo achtervolgt een van de vermelde Bobbie's trimmers en mannen met aktentassen.

Een sterke kant van het boekje is de indirecte blik op de eigenaar, vooral die van onmogelijke honden. Het moderne leven is gestroomlijnd, tijdsbesteding wordt zorgvuldig gepland en georganiseerd - en dan is er opeens die hond. Gekregen op het strand, gevonden in een doos in het park of in de wc van een flat. Men ontfermt zich over elkaar, tot wederzijds genoegen, en de baasjes laten vervolgens de eigen vrije keuze bij de tijdsindeling en het sociale leven zo'n slordige veertien jaar door de hebbelijkheden van zomaar een hond onderuit halen. Nou ja, báásjes. Buck, ruwharige terriër maal onbekend, laat de vrouw uit; als hij er genoeg van heeft, gaat hij bij de tramhalte staan. Polly, schapendoes maal onbekend, is ongehoorzaam, vreet alles en loopt vuilnismannen achterna.

Waarom toch al die tijd en moeite? Geen hond is zo maar een hond. Slechts een enkele eigenaar zie je zich buiten beeld op het hoofd krabben. Zoals die van Mira: “Het is gewoon een hond, ze kan doodliggen.” Nee, dan de bazin van Pollo, husky maal karelische berenhond, ook wel 'kippie' genoemd: “de leukste hond van de wereld”. En dat zijn ze eigenlijk allemaal.

Geneeskrachtig

Een hond hebben is gezond. Het staat wetenschappelijk vast: het houden van huisdieren, en dan zeker honden, is geneeskrachtig. Hart en bloedvaten van baasjes varen er wel bij. En zoals kynologe Stephe Bruin in haar voorwoord schrijft: “Als een kroket op pootjes of een behaarde hijskraan tegen je aankruipt als je snikt, je begrijpend aankijkt als je de pest in hebt en samen met jou een gat in de lucht springt als vrolijkheid geboden is, vergeet je al gauw dat hij in rashondenland persona non grata is.”

Hoeveel honden ken je zelf, tegelijkertijd? Dit boekje is een (snel) uitgelezen mogelijkheid om met ruim honderd kennis te maken, voor wie van honden houdt of dat nog moet leren. Daarbij moet af en toe gepuzzeld worden: een uitgebreid errata-lijstje, waarin vermoedelijk ook weer foutjes geslopen zijn, meldt nogal wat verwisselingen van foto's. Maar eigenlijk is dat wel in stijl voor dit eenvoudige monument. Rashonden zou zoiets nooit gebeuren.

    • Frans van der Helm