De beste moraal is een vrijwillige

Hoe het moet met onze waarden en normen nu de samenleving almaar minder christelijk wordt, daar breekt menigeen zich het hoofd over. In zijn column van 16 april stelde J.L. Heldring, niet voor de eerste keer, de vraag waarop een moraal gegrond zou moeten zijn als het niet langer op de christelijke beginselen was. Zal de ontwikkelingshulp bij voorbeeld de secularisering lang overleven, zo vroeg hij zich af. Want ontwikkelingshulp geven we alleen maar uit schuldgevoel en schuldgevoel is christelijk en christelijk verdwijnt. Hoe nu?

Welke christelijke moraal die regelrecht gegrondvest is op het gezag van God - want een andere ultieme rechtvaardiging is er niet - zou nu precies met het (christelijk) geloof in God verdwijnen? Voor een deel heeft de wetgever de taak van God overgenomen. Stelen, moorden, bedriegen, oplichten, mishandelen, het mag allemaal niet op straffe van opsluiting en geldboetes. Het is uiterst onwaarschijnlijk dat het wetboek op die punten veranderd zou worden als de kerken definitief leeg zouden blijven - die moraal bedoelt Heldring dus niet.

Anders ligt het met de bereidheid om zich aan de wet te houden, dat is blijkbaar iets wat niet meer voor iedereen zo vanzelfsprekend is. Was dat vroeger, dankzij het christendom, wel zo? Worden mensen veel betere mensen door het christendom? Heldring noemt zijn vraag zelf, met enige schroom, een filosofische vraag. Je zou het ook een theoretische vraag kunnen noemen. Een vraag die uitgaat van een vooronderstelling: dat er altijd een uiterste rechtvaardiging nodig is voor een moraal. En eigenlijk gaat de vraag uit van nog een vooronderstelling: dat het christelijk geloof ook werkelijk in zo'n ultieme rechtvaardiging voorziet.

Het lijkt me geen van tweeën waar. Om met het laatste te beginnen: Gods woord is niet vrij van ondubbelzinnigheid en er is meer moraal dan in de tien geboden is opgenomen. In de Tweede Wereldoorlog hebben sommige gereformeerden zich buitengewoon dapper betoond en met gevaar voor iedereen en alles waarvan ze hielden mensen gered - omdat ze vonden dat het hun christenplicht was. Dat dat moest van God, om zo te zeggen. Maar zeker zoveel gereformeerden waren bang en gehoorzaam - gehoorzaamheid moest van God. En Duitsland was in die tijd ook nog een door en door christelijk land, waar het gebod op naastenliefde net zo bekend en net zo gefundeerd was als hier.

Wie weet gaan sommigen van de militairen die in Srebrenica bijna niemand hebben durven redden, omdat ze liever heel gehoorzaam waren, geregeld naar de kerk. Weten ze precies waar ze hun moraal vandaan hebben. Zeggen ze tegen zichzelf: God weet dat ik niet meer had kunnen doen.

Maar wat Heldring zich afvraagt blijft natuurlijk wel een goede vraag. Want zelfs al houdt niet iedereen zich op dezelfde manier aan de normen en waarden van het christendom dan nog bestaan die normen en waarden tenminste en hebben ze een fundering. Dan is er wellicht nog altijd een hoger gemiddelde van beschaving, zou je kunnen veronderstellen. Maar dat is niet meer dan een veronderstelling. Door de loop der christelijke eeuwen heen is er ook niet één duidelijke onveranderlijke groep normen en waarden, niet één moraal geweest. Denk bij voorbeeld aan de vanzelfsprekendheid van marteling en doodstraf, aan de vaak gruwelijke scheiding van standen en rangen, van arm en rijk - dat lijkt ons nu helemaal niet meer zo christelijk. Maar dat was het wel.

En wie bij zichzelf nagaat waarop zijn moraal gefundeerd is, vindt die daar altijd God? Nee. Maar dat weerhoudt niemand om zijn normen en waarden hoog te houden, ze door te geven, naar overeenstemming te zoeken met anderen. Heldring hoont een publieke moraal waaraan een “vanzelfsprekende ideologische disciplinering ontbreekt”, zo'n moraal is “een moraal van niks”. Het wordt blijkbaar pas iets, om bijvoorbeeld mededogen een belangrijk criterium te vinden voor het normatieve handelen, als erbij gezegd wordt: omdat het moet van X. Vreemd, dit verlangen naar een grondslagenpolitie.

Normen en waarden worden niet hoog gehouden door almaar op de wrake Gods te wijzen. Ze worden hooggehouden omdat we ze willen hooghouden. Of we daar nu God of Marx of Boeddha bijhalen, of gewoon onze wens om zo goed mogelijk met elkaar te leven. Valt de wil weg, dan helpt er geen God meer aan. Een moraal is niet 'niks' alleen maar omdat er geen hoger leergezag achter zit. Integendeel. De beste moraal is een vrijwillige, want daartegen is het pijnlijk te zondigen.

    • Marjoleine de Vos