Dansen in Konya

TIM KELSEY: Dervish. The Invention of Modern Turkey

336 blz., Hamish Hamilton 1996, ƒ 56,70

Het Turkije dat de Britse journalist Tim Kelsey in zijn boek Dervish. The Invention of Modern Turkey tot leven brengt, is meer divers dan het land waarmee de gemiddelde buitenlander in aanraking komt. Niet zozeer omdat Kelsey niet geïnteresseerd zou zijn in het alledaagse: het leven in de metropolen, de provinciesteden of op het platteland, de sociale verschillen en economische ellende, de corruptie en de verloedering van de politiek, de opkomst van de religieus-fundamentalistische Welvaartspartij of de verkeerschaos. Maar hij geeft er de voorkeur aan die informatie zo achteloos mogelijk aan de lezer te presenteren.

Kelsey brengt aan de hand van tal van ontmoetingen met kleurrijke en interessante personen de lezer juist in contact met de uitersten in de samenleving. Hij neemt hem als het ware mee op reis door Turkije. En zijn gesprekspartners fungeren als pleisterplaatsen. Het zijn stuk voor stuk fascinerende ontmoetingen, hij is genoeg journalist om zijn gesprekpartners goed te selecteren. Kelsey heeft oog voor details, hij hanteert een vlotte pen en omdat hij tevens beschrijft hoe die gesprekken tot stand komen, waar ze plaatshebben en wat hij en zijn reispartner Keith verder zoal nog beleven, krijgt de lezer ongemerkt heel wat algemene informatie over Turkije. Bovendien schuwt Kelsey niet controversiële onderwerpen, zoals het martelen van verdachten door de politie, aan de orde te stellen.

De grote Turkse hervormer Atatürk, tevens de oprichter van de republiek in 1923, is voor hem vooral een 'dictator', wiens leer, het kemalisme, de samenleving nog steeds in zijn greep houdt. Maar ook kan hij hilarisch verhalen vertellen over de ontembare lust van Turkse mannen om vrouwen in hun bed te krijgen en de kleinburgerlijke geest van de lokale autoriteiten. Kelsey kent de Turken ongetwijfeld nog beter dan hij in zijn boek tot uitdrukking heeft gebracht.

Een van de aardigste hoofdstukken is dat over 'De koning van de wanhoop', de nationaal bekende en aanbeden zanger Ibrahim Tatleses. Een volksjongen uit Urfa, in het Zuidoosten, die nu miljonair en ongekend populair is. Hij is het symbool van de arabeske muziek, die over de wanhoop gaat, zowel in de liefde als in het leven in het algemeen. Het is de muziek van dorpelingen die de afgelopen jaren in groten getale naar de steden zijn getrokken. Het portret van Sisi, Turkijes bekendste transseksueel, is vooral aandoenlijk. Maar het hoogtepunt van het boek vormt voor mij het bezoek van Kelsey aan Konya, de stad van de dansende derwisjen, in Centraal-Turkije. Het is tevens het meest complete hoofdstuk. Het is duidelijk dat de journalist gefascineerd is door de uitersten in deze stad: de liberale leer van de Mevlana en de opkomst van het religieus-fundamentalisme in Turkije, waarvan Konya tevens het symbool is. De schrijver is aanwezig bij een asikfestival, waar mystieke troubadours zowel geïmproviseerde als bestaande gedichten zingen. Maar intussen zit hij ook in tapijtzaken, drinkt hij raki, de Turkse anijsdrank, praat hij met de verkopers en brengt hij ons in contact met Hasan, die over mystieke krachten beschikt om mensen te genezen.

Het minst uitgewerkt en zelfs enigszins brokkelig zijn de hoofdstukken aan het slot van het boek die over de Koerden in Zuidoost-Turkije gaan, bij mij trad daar enige vermoeidheid op. Maar ook al slaagt Kelsey er niet altijd in die mensen te spreken te krijgen op wie hij zijn zinnen heeft gezet, hij maakt er steeds een aardig verhaal van. Opvallend is tenslotte dat hij alleen met mannen sprak. Dat geeft toch een wat beperkte kijk op de Turkse samenleving.

    • Froukje Santing