Berlioz en Palmer maken een muziekfilm

Verdoemenis volgens Berlioz, Ned 2, 23.51u.

De Franse componist Hector Berlioz (1803-1869) kan men beschouwen als de uitvinder van de filmmuziek. De film werd pas een eeuw geleden in Frankrijk uitgevonden door de gebroeders Lumière, maar Berlioz schreef al 69 jaar eerder, in 1830, zijn Symphonie fantastique met auditieve 'beelden' uit het leven van een artiest. Met visuele beelden op muziek daaruit - een mars en het bal - begint de vanavond door de Tros uitgezonden Berliozfilm die Tony Palmer maakte onder de titel Verdoemenis volgens Berlioz.

Natuurlijk, 'programmamuziek' met hoorbare uitbeeldingen bestaat al heel lang - de Pastorale van Beethoven zijn er ten tijde van Berlioz een recent voorbeeld van. Maar de hoorbare beeldcollages die Berlioz schiep waren uniek - een nu 150 jaar bestaande opera als oude La damnation de Faust (1846) bestaat uit talloze zeer korte scènes van hoogstens een paar minuten. Volgens de ensceneringspraktijk van de vorige eeuw, die voor elke scène een nieuw toneelbeeld voorschreef, was La damnation de Faust dan ook niet op het podium uitvoerbaar, zodat het destijds bleef bij concertante uitvoeringen - een van de vele mislukkingen waaruit het leven van Berlioz is opgebouwd.

De voluptueuze beelden die Tony Palmer levert bij de muziek van Berlioz illustreren aspecten van de inhoud van zijn muziek, zoals Palmer die ziet: oorlog, vernietiging, dood, erotiek en esthetische schoonheid. Het is alles gemaakt met zichtbaar zeer veel moeite: Hollywood op zijn Frans.

Men ziet telkens Berlioz in zijn werkkamer, zijn geest beheerst door verbeelding en we horen zijn muziek die vervolgens door Palmer wordt uitgebeeld. Bij elkaar is het een samenvatting van de negentiende eeuw: vechtende soldaten, weerzinwekkende afslachtingen van dieren, een bal, kastelen, koetsen, hoge hoeden, stoommachines, arcadische bergdorpen en woeste ravijnen, uitmondend in beelden van de apocalyps: woeste golven, uitbarstende vulkanen, het einde der tijden.

Veel muziek is afkomstig uit de opera Les Troyens (1859), Berlioz' beknopte tegenhanger van Wagners Der Ring des Nibelungen, al kan men zoiets beter andersom zeggen, want Berlioz was Wagner voor. We zien het paard, de brand van Troje, en ook Dido, verlaten door de Trojaan Aeneas: Les Grecs ont disparu. Maar gelukkig is er ook wat te horen uit La damnation de Faust: de fameuze Hongaarse mars en het breekbare 'gothische' chanson Autrefois, un roi de Thulé, fraai gezongen door Anne-Sophie von Otter, La course à l'abîme - de rit naar de afgrond. En uiteraard ook muziek uit Berlioz' Reguiem: het Dies Irae uit de Grande Messe des morts.

Berlioz' muziek en Palmers beelden sluiten op elkaar aan in hun frequente hang naar megalomanie en overdimensionering, typerend voor het zich vernieuwende Parijs van de vorige eeuw. De lengte van anderhalf uur is voor zoveel overdonderends ook al te overdadig. Maar als filmmuziek èn als muziekfilm mist dit deze 'Verdoemenis' het passende formaat. Berlioz zou een loep hebben gepakt als hij onze tv-schermen had gezien. Ik hoor het hem uitschreeuwen: “Je veux Cinémascope!”