Alternatief voor de dure index

Beursindexen zijn handige hulpmiddelen die laten zien hoe de aandelen (of andere effecten, zoals obligaties) van bepaalde bedrijven op een neer gaan. De Amsterdam EOE-index (AEX) weerspiegelt met één cijfer (dat doorlopend wordt berekend) de koersen van 25 bedrijven met de hoogste beursomzet, wat niets zegt over de kwaliteit van die fondsen. Het Dow Jones-gemiddelde is het boegbeeld van de beurs in Wall Street. De media verduidelijken de beursstemming mede door middel van indexen. Die krijgen daardoor een brede bekendheid.

Van 1981 tot en met 1995 zijn de aandelenkoersen op de Effectenbeurs met gemiddeld 11 procent per jaar gestegen. Dat percentage klinkt spaarders die 4 procent rente krijgen als muziek in de oren. Dus proberen verzekeraars en banken die 'misdeelden' te porren voor een fiscaal vriendelijk beleggingsplan met die alsmaar stijgende AEX-index als motor.

Voor een particulier die graag zelf beschikt over zijn geld, en zich niet wil laten binden door allerlei contractuele en fiscale bepalingen, is zo'n plan moeilijk te simuleren. De index is niet meer dan een cijfer, is geen aandeel dat op de beurs te koop is, maar een 'mandje' met 636 aandelen van 25 bedrijven. Een professionele belegger kan al die stukken in de juiste verhouding kopen voor zijn cliënten en zo de index volgen. Een kleine zelfdoener met een korte financiële polsstok moet zich noodgedwongen beperken tot index-opties en termijncontracten. Zodoende is hij meer speculant dan belegger.

Is er een alternatief voor die dure index? Jawel. Aandelen die net zo bewegen als de index moeten op den duur evengoed of misschien zelfs beter renderen als de onderliggende AEX-index in een polis of plan.

Welke aandelen zijn dat? Het 'Weekoverzicht aandelen binnenland' in de krant van zaterdag wijst de richting. De kolom Beta, rechts van de fondsnaam, vermeldt de koersgevoeligheid van een aandeel. Hoe wordt die berekend? De gemiddelde maandkoers van een aandeel wordt over een periode van vijf jaar vergeleken met de waarde van de AEX-index en vastgelegd in de beta. Dit cijfer slaat dus op het verleden en niet op de toekomst.

Een beta groter dan 1 betekent dat het aandeel koersgevoeliger is dan de index. Philips bijvoorbeeld komt op 1,711 en Hoogovens lijkt met 2,105 gevoeliger dan de prinses op de erwt.

Een beta kleiner dan 1 duidt op een relatieve ongevoeligheid voor de stemming op de beurs. Unilever op 0,627 en Nutricia op 0,520 zijn aandelen die minder gevoelig zijn voor de beurswaan van de dag.

En welke grote optiefondsen waaien met alle index-winden mee? Die met een beta rond de 1. Voorbeelden: Akzo, Elsevier en ING. Wie zelf wil beleggen en een aandeel zoekt dat net zo (on)rustig beweegt als de beurs (in feite de AEX-index) kan zich desgewenst beperken tot die en enkele andere fondsen.

Een favoriet is tegenwoordig ING dat een jaar geleden op 78,80 gulden stond en inmiddels 55 procent is gestegen tot circa 122 gulden. Daarbij verbleken percentages als het genoemde jaargemiddelde van 11 procent. De index ging in die periode ruwweg van 400 naar 545, een sprong van 'slechts' 36 procent. ING lijkt (het is een momentopname) dus in het afgelopen jaar harder dan de index gelopen te hebben. Eén verklaring voor die populariteit is het dividendbeleid van de bank/verzekeraar: het dividend wordt als regel naar keuze contant of in aandelen uit de agioreserve uitgekeerd. De aandelen-uitkering is vrij van inkomstenbelasting. Daarmee behaalt een particulier twee voordelen: onbelaste koerswinst en belastingvrij dividend.

Blijven ING en de index zo doorstomen? Waarschijnlijk niet. Er zal wel een (tijdelijke) correctie volgen. Wie nu een koopsompolis op index-basis afsluit, om zijn belastingaftrek niet mis te lopen, stapt op een vermoedelijk (zeker weet je dat nu niet) hoogtepunt in de beurs. Wie zelf belegt in een alternatieve index als ING (of een vergelijkbaar aandeel) is vrij om te kiezen: wachten tot de koers lager is of met opties actief profiteren van de hoge koers en de vrolijke beursstemming.

Zo zijn er door de snelle koersstijgingen op ING (en andere aandelen) nieuwe meerjarige opties die in oktober 2000 aflopen geïntroduceerd: de call met uitoefenprijs 120 gulden en de overeenkomstige put. De call kostte vrijdag 1.800 gulden (aandeel 122,30) per optiecontract van 100 aandelen en de put 1.430 gulden. Door (in overleg met bank of commissionair) puts te kopen, die zijn nu relatief goedkoop, en nog geen aandelen, koopt een belegger vooraf een 'verzekering' tegen koersdaling. Eén put 120 geeft immers tot in oktober 2000 het recht om 100 aandelen ING te verkopen op 120 gulden. Op een later tijdstip kunnen daar aandelen bijgekocht worden. Zo kan men met lange puts, calls en aandelen voordelige en rustige combinaties opzetten.