Alleen

LENIE DE ZWAAN (samenstelling): Alleenstaanden. Leven en werken door de geschiedenis heen

213 blz, geïll. Sdu Uitgevers 1995, ƒ 29,90

Het pad van de alleenstaande, het is bekend, gaat niet over rozen. Niet alleen worden alleenstaanden in Nederland in diverse regelingen achtergesteld bij mensen met een partner, ook heersen er over alleenstaanden nog steeds veel vooroordelen, waarvan de belangrijkste is dat ze zielig zijn. Er zitten echter voldoende prettige kanten aan het vrijgezellenbestaan, zo blijkt uit het onlangs verschenen boek Alleenstaanden, een bundel artikelen samengesteld door Lenie de Zwaan, voorzitter van de Stichting Individu en Samenleving (CISA) die sinds jaar en dag opkomt voor de belangen van de alleenstaanden in Nederland.

Neem de 58-jarige boer Gerrit-Hendrik Sligman uit Markelo, die in het boek wordt ondervraagd. Sligman verkeert als vrijgezelle boer in een achterstandspostie. Zijn wekker loopt elke dag extra vroeg om kwart over vijf af omdat hij niet in de problemen wil komen als hij overdag met deze of gene een gesprekje aanknoopt. En als hij terugkeert van de eerste klusjes op de boerderij, staat niet zoals in andere boerenhuishoudens het ontbijt al klaar. Toch is Sligman heel gelukkig. Hij hoeft aan niemand verantwoording af te leggen. “Laatst”, vertelt Sligman, “merkte een boer hier uit de omgeving tegen me op: je was gistermiddag niet thuis hè, want ik zag je auto niet op het erf staan. Dan denk ik bij mezelf: waar ik naar toe was, dat gaat je helemaal geen ene barst aan.”

In Nederland bestaat ongeveer 30 procent van alle huishoudens uit eenpersoonshuishoudens, zo'n 12 procent van de gehele bevolking is alleenstaand. In 1960 was nog maar 3,4 procent alleenstaand. De oorzaken voor de stijging, zo schrijft Evert van Imhoff in zijn bijdrage, zijn een toename van het aantal weduwen, het uitstel van relatievorming, het toegenomen aantal echtscheidingen, de daling van het kindertal als gevolg waarvan bij ontbinding van de relatie minder vaak kinderen zijn betrokken, en het verdwijnen van huishoudvormen zoals inwonen bij ouders en het samenwonen van broers en zusters.

De artikelen in de bundel geven een gedegen indruk van de problematische positie die alleenstaanden ondanks hun emancipatie van de laatste decennia nog steeds innemen. De voorbeelden zijn talrijk. Alleenstaanden betalen meer premie aan hun ziekenfonds. Voor hen geldt een inkomensafhankelijke bijdrage in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) die niet geldt voor gehuwden of samenwonenden. Ook indirecte discriminatie valt de alleenstaande ten deel, bijvoorbeeld bij de toekenning van straf door een rechter die de persoonlijke omstandigheden van een verdachte met een partner doorgaans zwaarder laat wegen dat die van een alleenstaande. Piet van Geel van Vluchtelingen-Werk Nederland pleit er in zijn bijdrage voor dat rechters zich sterker bewust zijn dat het onderscheid tussen samenwonenden en alleenstaanden uitdrukking is van een 'minderwaardigheidsideologie' die in strijd is met het juridische gelijkheidsprincipe.

Lenie de Zwaan voert de achterstelling van alleenstaanden terug op de feodale tijd tussen de tiende en de twaalfde eeuw, waarin een scherpe scheiding werd aangebracht tussen het religieus celibataire leven en de huwelijkse staat waarin de hartstochten veilig konden worden uitgeleefd. De wereldlijke ongehuwden kwamen bij deze ordening tussen wal en schip terecht, aldus De Zwaan. Het ongehuwd zijn, zo stelt zij, is lange tijd als iets tegennatuurlijks gezien. Na een korte opleving in de jaren zestig en zeventig, waarin volgens De Zwaan het huwelijk en het moederschap minder vanzelfsprekend werden gevonden, heeft zich de daaropvolgende decennia opnieuw een restauratie van de gezinsideologie voorgedaan, waarin sociale waarden als liefde, affectie, verantwoordelijkheid en duurzaamheid exclusief worden gekoppeld aan het leven in gezinsverband.

Verschillende auteurs in de bundel menen dat alleenstaanden er goed aan zouden doen zich als groep krachtig te profileren. Dat zal niet gemakkelijk zijn. Het is een beetje zoals het ondervraagde Tweede-Kamerlid voor de VVD Anne Lize van der Stoel het in de bundel zegt: “Alleen-zijn is voor sommige mensen een bewuste keuze, maar voor anderen géén keuze. De alleenwonenden vormen een sterk verdeelde groep, waarvan de leden ook steeds wisselen. Daardoor kun je geen krachtige lobby verwachten.”

    • Arjen Schreuder