Albions coming man

JOHN RENTOUL: Tony Blair

472 blz., Little, Brown and Company 1996, ƒ 50,35

Tony Blair (42) was als scholier een rebel. Zijn gedrag werd er niet beter op toen hij als student aan de Universiteit van Oxford deel uitmaakte van het bandje The Ugly Rumours, een rockgroep waarvan de leden te boek stonden als rebels, langharig tuig. “Het was in de jaren zestig, een tijd waarin jongeren constant probeerden hun grenzen te verleggen. En Tony was iemand die tot het uiterste kon gaan,” aldus politiek redacteur John Rentoul van het dagblad The Independent in zijn boek Tony Blair.

Rentoul heeft er veel werk van gemaakt; zijn research is uitmuntend en bij vlagen uitputtend. Geen detail blijft ons bespaard in het leven van Labours 'coming man': Anthony Charles Lynton Blair, die op 6 mei 1953 in Edinburgh het levenslicht zag. Maar voor de toekomstige hagiografen zijn ook de details niet te versmaden. Want terwijl zijn tegenstander John Major lijkt af te stevenen op een zekere politieke nederlaag, is Blair bezig met een succesvolle revolutie in zijn eigen Labourpartij. Een partij, die vooral in de jaren zeventig en tachtig, het pure 'beton'-socialisme vertegenwoordigde, met als drijvende kracht de inmiddels uitgerangeerde, linkse Tony Benn. Blair heeft het politieke tij in zijn partij danig gekeerd en heeft het, sinds zijn verkiezing tot partijleider op 21 juli 1994, in ijltempo gedaan.

Zijn verovering van het politieke midden in het Verenigd Koninkrijk, dwingt zelfs bewondering af van sommige conservatieven. De cijfers spreken wat dat betreft ook voor zichzelf. Niet alleen voert Labour met 40 procent van de stemmen de opiniepeilingen aan; uit nieuw onderzoek blijkt dat het gros van de Britse kiezers zich nu 'veiliger' zou voelen onder een Labourregering dan onder een conservatief geleid kabinet. Een prestatie die volgens insiders op het conto van Blair bijgeschreven kan worden.

Blair blaakt van zelfvertrouwen en stuurt Labour met vaste hand naar de linkerflank van het politieke midden en palmt zowaar Britse ondernemers in. Zoals tijdens het partijcongres eind vorig jaar toen Blair afzag van de eis voor een minimumloon als Labour aan de macht komt (“Omdat het de flexibiliteit van de regering dwarsboomt.”). Hij kon bij de Britse ondernemers niet meer stuk toen hij tijdens een toespraak tot de top van The Confederation of British Industries liet doorschemeren dat er met hem te praten valt over de 'Sociale Paragraaf' van de Europese Unie, in plaats van het door Labour klakkeloos overnemen daarvan, zoals tot nu toe het plan was. Het applaus voor Blair duurde langer dan dat van de belangrijkste Conservatieve spreker. Wat Blairs voorgangers Neil Kinnock en John Smith niet voor elkaar kregen lijkt hem dus te gaan lukken.

Studiegroepje

Rentouls beschrijving van Blairs jeugd is interessant. Blairs rebellie was er meer op gericht “om aandacht te trekken dan om iemand te beledigen”, aldus één van zijn schoolkameraden. Blair groeit op in een middenstandsmilieu en krijgt tijdens zijn studie de smaak van zowel het socialisme als de religie te pakken, als hij, als lid van een studiegroepje, kennis maakt met het werk van de filosoof John Macmurray. Zijn Schotse goeroe wordt vooral geïnspireerd door de geschriften van de jonge Karl Marx. De latere werken waarin Marx het christelijk geloof aanvalt, verwerpt hij, want Macmurray blijft een diep gelovig man. In Macmurray's visie moet het individu niet op eigen houtje op zoek gaan naar persoonlijk gewin. De burger moet zich volgens hem moreel in dienst stellen van de gemeenschap, om er zo tenslotte zelf beter van te worden. Een visie die haaks staat op het liberalisme.

Blair voegt daar aan toe: “We verliezen onze identiteit niet als we met anderen samenwerken, integendeel, onze identiteit wordt juist gevormd door het samenzijn met anderen. Daarom moeten we, filosofisch gezien, de familie als model voor de rest van de samenleving nemen.” De uitspraak lijkt zo weggeplukt uit het CDA-partijprogramma en legt Blairs christelijke wortels bloot. Op twintigjarige leeftijd doet hij zijn geloofsbelijdenis in The Church of England.

Gedetailleerd beschrijft Rentoul Blairs beklimming vn de Labour-ladder en biedt de lezer een kijkje in de beerput van elkaar bestrijdende facties binnen de partij. Tony Blair lijkt de juiste man op de juiste tijd om Labour weer aan de macht te helpen. Een aantal wapenfeiten, die veel weifelende kiezers over de streep zullen trekken, kan al aan hem toegeschreven worden. Zoals de afschaffing van de zogenoemde 'Socialisme-paragraaf' in het handvest van Labour, de beruchte Clausule 4, waarin onder andere de nationalisatie van alle produktiemiddelen werd nagestreefd. Blair maakte een eind aan de macht van de vakbonden waar het verkiezingen betrof binnen Labour. Wanneer men dan ook nog bedenkt dat hij een meester is in het bespelen van de media, dan ligt, volgens Rentoul, de naam van de volgende Britse premier voor de hand.