Verstoppertje

Ze zullen wel ergens op bezoek gaan. Ik denk zelfs dat ze naar dat huis in de verte moeten. Wat kan het jou schelen dat ze eraan komen? Jij bent allang binnen.

Overal hangen slingers aan het plafond. Er is een jongen jarig en nu gaan jullie verstoppertje spelen. Omdat er zoveel kamers in het huis zijn kan het wel eens lang duren.

De jarige moet zoeken. Hij kijkt een beetje sip maar bij het aftellen kwam het zo uit. Jij rent de trap op, daar is nog een trap, je rent maar door. Je hoort aan de voetstappen dat de andere kinderen niet zo hoog komen. Ze hebben zich vast al ergens anders verstopt.

Op zolder komt je gezicht heel mooi door het trapgat tevoorschijn. Waar zal je achter kruipen? Wat een mogelijkheden... Je past misschien wel in de holte van dat opgerolde kleed. Er leunt een schilderij tegen de muur, ook een mooi plaatsje. Of moet je achter die oude poppenkast met die dichte gordijnen gaan zitten?

Er komt een stoffige gang op de zolder uit. Het lijkt wel of er aan het eind en deur op een kier staat. Je ziet een reep licht. Voorzichtig loop je er naartoe en als je de deur verder open duwt sta je ineens in een ouderwetse kamer. Er hangt een kroonluchter aan het plafond. Aan de muur hangt een deftige spiegel in zo'n gebeeldhouwde lijst.

In het midden staat een groot ledikant waarin een jongen ligt te slapen. Heeft hij zich ook verstopt? Nee, je hebt hem nog niet eerder gezien. Misschien houdt hij zich wel slapende.

Hij wordt wakker, is niet eens verbaasd dat hij je ziet en zegt dat z'n ouders er vanmiddag niet zijn. Je loopt naar hem toe en je legt een hand op z'n voorhoofd. Wat is z'n huid warm. Hij heeft vast hoge koorts.

Je rent naar beneden om hulp te halen. Nu ben je ook nog de eerste die door de jarige wordt ontdekt. Alle kinderen komen tevoorschijn, jij moet zoeken, jij moet zoeken... Als je vertelt wat je boven hebt gezien rennen ze allemaal met van die vlugge raffelende stappen de trap op.

Zou het waar zijn? Dat hoor je ze denken. Je loopt de gang in. Er is geen licht meer te zien. En op de korrelige muur is geen spoor van een deur te ontdekken. Alles is weg.

Ze lachen je uit. Niet eens zo lang. Er wordt zoveel verzonnen. Jij bent hem en nu moet jij de kinderen zoeken. Toch kun je wat je hebt meegemaakt niet vergeten. Het leek zo echt.

Pas nu komen die twee meisjes binnen. Ze zijn een paar jaar ouder dan jij. Als je vertelt wat je hebt gezien kijkt het meisje met het donkere haar je stomverbaasd aan. Ook zij vindt geen deur in de muur. En toch komt het verhaal van de jongen haar bekend voor. Ze weet zeker dat ze het een paar jaar geleden in de bioscoop heeft gezien.