'Van Traa deed half werk en ik kan het bewijzen'; 'Van Mechelen kwam vast te zitten in Mechelen'; 'Ze hebben mij neergeschreven als een mafialeider'

ANTWERPEN, 19 APRIL. Iedere crimineel in België kent hem, verzekert hij, en hij kent iedere crimineel. “Ik ben een van de meest gefeliciteerde politiemensen van België”, zegt Willy van Mechelen, en hij toont een beoordeling uit 1992. “Dwingt respect af”, staat er, “kan leiding geven, aanvaardt alle opdrachten, is flexibel, levert kwalitatief hoogstaand werk af.”

Nu zit hij “in de misère”. Van Mechelen (53), het postuur van krachtpatser Jerommeke, is 25 jaar bij de politie en was de laatste tien jaar chef van de sectie zware criminaliteit bij de Bijzondere Opsporingsbrigade (BOB) in Antwerpen. Maar deze week werd hij door voorzitter Van Traa van de enquêtecommissie opsporingsmethoden afgeschilderd als een potentiële moordenaar.

“Zij hebben mij verdomme neergeschreven als een mafialeider”, fulmineert Van Mechelen. “Heeft die meneer Van Traa niks beters te doen? Wat wéét hij eigenlijk van de internationale opsporing? Ik kan bewijzen dat hij zijn werk half heeft gedaan. Of minder nog.”

De toorn van Van Mechelen is gewekt door een brief die Van Traa dinsdag aan de Tweede Kamer stuurde, enkele uren nadat was begonnen met het debat over de enquête. Daarin werd de liquidatie gemeld van Martin Swennen, een informant van de Belgische en - volgens Van Mechelen - Nederlandse politie die vorig jaar belastende verklaringen zou hebben afgelegd over Van Mechelen.

In die verklaringen zou Swennen, een drugshandelaar, hebben gesteld dat Van Mechelen zelf drugscontainers bestelde en eraan verdiende. Dit correspondeerde met verklaringen van een wegens drugssmokkel opgepakte transporteur en Van Mechelen werd aangehouden en geschorst. De Belgische politieman zegt echter dat hij slachtoffer is van “laster”.

Feit is dat Swennen 15 maart in het Amsterdamse café 'De Blauwe Druif' werd doodgeschoten, kort voordat hij bij de Belgische justitie nieuwe verklaringen over Van Mechelen zou afleggen. “Van Traa kan dat allemaal schrijven”, zegt hij, “maar ik wist van die hele moord niets tot er laatst een telefoontje uit Nederland kwam. Er wordt nu van alles gesuggereerd waar ik met mijn kop niet bij kan. Ik zal u uitleggen hoe u dit moet plaatsen.”

Hij zit druk gesticulerend aan een tafeltje in een wegrestaurant. De hele affaire doet zijn gezondheid geen goed. “Ik heb een bloeddruk van 300 op 150”, zegt hij. “Mij kunnen ze twee jaar lang in het kot stoppen maar voor mijn ouders is het 't ergste. Mijn vader was ex-rijkswachter. Ik hou er ook niet van na te trappen, heb ik nooit gedaan - maar nu is de maat vol.”

Van Mechelen werd in 1990 plaatsvervangend chef van de BOB, zodat hij niet langer operationeel recherchewerk hoefde te doen. Maar het oude métier bleef trekken. “Ik kreeg nog altijd veel zware informaties. Ik speelde ze door aan mijn collega's maar die zijn onbekwaam of te lui en te laks om er werk van te maken. Als je weet dat er een container binnenkomt moet je gaan zoeken. Op welk schip, onder welk nummer, via welke firma? Maar mijn collega's lieten het lopen. Het ging koken bij mij. Als je weet dat er verdovende middelen je land dreigen binnen te komen, ga je daar toch achteraan?”

Om verdere frustratie te voorkomen, bedacht Van Mechelen een omweg via Nederland. Op de Belgische ambassade in Den Haag werkt een liaison-officier voor drugszaken, H. Luijten. Deze man kreeg de informatie van Van Mechelen en retourneerde die naar de BOB. “Jullie noemen dat een U-bocht, maar het werkte wel. Nu kregen mijn collega's opdracht van boven. Antwerpen is de doorvoerhaven voor Nederland. Er komen hier zeker zoveel drugs binnen als in Rotterdam, maar bij jullie controleren ze strenger. De drugsbazen zijn allemaal Hollanders en halen het spul naar Nederland. De Belgen halen het daar weer op om het in Frankrijk en Duitsland in kleine partijen te verkopen.”

Van Mechelen had ook de vermoorde Martin Swennen als informant, vertelt hij. “Zijn Nederlandse baas was 'Jo', ik denk Johan V., 'De Hakkelaar'. Swennen, een oplichtertje, was in de problemen gekomen met zijn Belgische maten. Hij werd ook gerund door de CID in Rotterdam. Er liep een internationaal opsporingsbevel sinds eind 1994 tegen hem omdat hij de eigenaar was van een drugscontainer die in Antwerpen in beslag was genomen. Ik zelf had nota bene aan Luijten de komst van die container getipt, maar wist werkelijk niet dat zo'n bevel bestond.”

Van Mechelen bleef Swennen 'runnen' en dat bracht hem november vorig jaar op de rand van de afgrond toen hij werd aangehouden. “Van Mechelen kwam vast te zitten in Mechelen”, grijnst de rijkswachter. “Mijn scenario is dat ze Swennen hebben gepakt op een aantal containers. Hij heeft er zeker vijf voor eigen gewin Nederland binnengebracht. Toen is hij gaan lasteren over mij. Ik zou de containers besteld hebben en er zelf 250.000 gulden per container aan hebben verdiend. Larie is het, ze maakt mij woedend. Maar mijn collega's hebben zijn verhaal genomen.”

Het bracht hem temeer in de problemen omdat Van Mechelen eerder dat jaar, in juni, wegens soortgelijke beschuldigingen van een andere informant werd gearresteerd. “Ze kwamen mij met tien man op mijn bureau ophalen, ze vlogen van alle kanten mijn kamer binnen. U moet weten, ik ben elite-schutter, dus ze hebben zeker gedacht dat ik mijn blaffer zou trekken.” Van die zaak is niets over gebleven, zegt Van Mechelen, omdat inmiddels is gebleken dat de verklaring van deze informant bewijsbaar onjuist was.

Van Mechelen, sinds januari geschorst, is in de Belgische pers de laatste weken bovendien in verband gebracht met de drugsdoorlatingen van het Haarlemse koningskoppel Langendoen & Van Vondel. Het dagblad De Morgen schreef, zich baserend op justitiële bronnen, dat Van Mechelen de Belgische verbindingsman was voor de drugsimporten van de Haarlemse politie. Bovendien circuleerde het bericht dat hij een goede bekende is van de 'sapman', de ondernemer die met miljoenensteun van Langendoen & Van Vondel een sapfabriek in Ecuador opzette zonder dat er aantoonbaar opsporingsbelang bestond.

“Maar ik kèn die gasten niet. Ik heb ooit serieuze informaties gekregen van een crimineel die zei dat gangsters ene 'Langendoren' gingen pakken als die zich niet gedeisd ging houden. Die informatie heb ik doorgegeven naar onze liaison in Den Haag. Vorig jaar is de CRI bij mij gekomen om te vragen of ik mijn informant wilde noemen. Maar ik ben niet gek, hè. In Nederland lekt alles uit. Ik koers op rechtvaardigheid. Als ik een informant afscherming beloof, kom ik dat na. Ook de rijksrecherche is vorige maand bij mij gekomen. Ik heb hen eerst gezegd: vertel mij dan eens, waar moet ik die sapman van kennen? Maar neen, bevestigden ze, het waren indianenverhalen dat ik met die man heb gewerkt. En dat geldt dus ook voor Langendoen & Van Vondel. Maar als waar is wat ik lees, heb ik wel mijn bedenkingen bij die twee.”

Van der Putten, de CID-chef van Dordrecht en later Hilversum, die zich tegen Van Traa de 'architect' van de methode van doorlaten noemde, is wel een bekende van Van Mechelen. “Ik ken hem beroepshalve alleen als een zeer gedreven, professionele collega die net als ik zijn uiterste best wil doen boeven te vangen.”

Het rapport van Van Traa heeft Van Mechelen verbaasd. Met zijn 25-jarige ervaring bij de politie kent Van Mechelen de politiepraktijken als zijn broekzak, ook al was hij als chef niet zelf in de positie containers door te laten. “Nu gaat die meneer Van Traa het Hollandse parlement zeggen dat drugsdoorlatingen vooral een zaak van de Haarlemse politie zijn. Ik ken die Haarlemmers niet. Maar ik weet wel dat het ongecontroleerd doorlaten van drugscontainers op verzoek van de Nederlandse politiediensten in Antwerpen een veelvuldig voorkomende praktijk is. Die zaken gonzen over de gangen bij de BOB. Het is de Nederlandse justitie die het verzoek doet en officieel stemmen wij er mee in mits de drugs in beslag worden genomen en de verdachten worden aangehouden. Maar het komt geregeld voor dat we daarna horen dat ze in Nederland de drugs zijn kwijtgespeeld.”

In Antwerpen zijn volgens de schatting van Van Mechelen de laatste vijf jaar ten minste tussen de tien en twintig containers op verzoek van de Nederlandse justitie doorgelaten. Precies weet hij het niet, want zijn officiële papieren kan hij niet meer inzien sinds zijn schorsing. “Het kunnen er ook dertig geweest zijn. Het gebeurde voor de korpsen in Rotterdam, Amsterdam, Twente, Assen. En het ging soms ook om cocaïne.”

“Een deel van de drugstransporten werd door Nederlandse collega's uitgevoerd in samenwerking met het Duitse Bundeskriminalamt”, vertelt hij. “Van Traa heeft zich ten onrechte volstrekt gefixeerd op het handelen van een drietal Nederlandse CID'ers. Hij heeft de verbindingen met België nooit onderzocht. De Kamercommissie heeft half werk geleverd. Ik zal u nog één voorbeeld geven. Ik weet van een zaak waarbij de politie in Twente de Belgische liaison in Den Haag verzocht bepaalde containers in Antwerpen ongemoeid te laten. Ik heb berichten gekregen dat een groot deel daarvan in het criminele milieu goed zijn aangekomen. Dat ging om enórme partijen. Maar ik geloof niet dat Van Traa daarover het Hollandse parlement heeft geïnformeerd.”

    • Marcel Haenen
    • Tom-Jan Meeus