T.B. TEN KATE; Onderzoeker OM

Het onderzoek naar het functioneren van de procureurs-generaal ten tijde van de IRT-crisis wordt uitgevoerd door de procureur-generaal bij de Hoge Raad, Th. (Theo) B. ten Kate.

Ten Kate (64) werd op 1 mei 1992 op voorstel van toenmalig minister van Justitie, Hirsch Ballin, benoemd tot procureur-generaal bij de Hoge Raad, als opvolger van J. Remmelink. Ten Kate, geboren in Rotterdam, studeerde in de jaren vijftig Nederlands Recht in Leiden en ging als wetgevingsjurist werken bij het ministerie van Justitie. In 1965 werd hij rechter bij de rechtbank in Den Haag, maar tegelijkertijd gedetacheerd bij Justitie om te werken aan Boek 3 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek. In 1972 vertrok hij naar de Hoge Raad, waar hij advocaat-generaal werd. In 1988 werd Ten Kate tevens advocaat-generaal bij het Benelux-gerechtshof.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad is onafhankelijk en wordt voor het leven benoemd. Hoewel hij formeel lid is van het OM, heeft hij geen beleidsfunctie. De hoofdtaak van deze PG is het adviseren van de Hoge Raad bij beslissingen. Het parlement kan hem inschakelen bij de vervolging van bewindslieden die ervan worden verdacht ambtsmisdrijven te hebben gepleegd.

Ten Kate vergeleek het werken als 'adviseur' van de Hoge Raad enige jaren geleden met dat van een rechter: “Ik heb gemerkt hoe heerlijk het is een eigen standpunt te kunnen uitschrijven. Ik zou nu nooit meer willen 'zitten' (als rechter, red.). In je conclusie ben je vrij een proefballon op te laten. Iets waarvan je niet zegt dat het zo moet, maar dat het misschien een weg is en dat het jammer zou zijn als dat niet opgemerkt wordt. Dat kun je in een vonnis niet doen.”